NL | EN

Hotels

Verwacht in deze rubriek geen pure pr-berichtjes, advertenties of andere betalende pseudoreclame: als ons team een hotel bespreekt, trekken we er ook daadwerkelijk naartoe. Waar het ook is: van San Francisco via Los Angeles naar San Diego, doorheen Las Vegas, in Chicago of in Parijs, nabij Amsterdam of Rotterdam, in Riga of Warschau: we trekken er zelf op uit om overal ter wereld de beste bed & breakfasts en hotels te kunnen vinden en schrijven daarna eerlijk onze mening neer!

  

Hoewel Wellness Insight en BeauSense Magazine: Food & Lifestyle onafhankelijke publicaties zijn, werken we het nauwst samen met Paris Hotel Design. Verwacht dus heel wat speciale aanbiedingen die je toelaten om aan een goedkopere prijs in deze tophotels te kunnen verblijven!

 

 

Hotelbespreking: Cannes - Hotel Cézanne

12/06/2011

Cannes is - tenminste ongeveer twee weken per jaar lang - een van de grootste filmsteden ter wereld. Bij alle smokings, cocktailjurken en dure auto's horen dan ook de prachtige paleishotels aan de legendarische Boulevard de la Croisette, terwijl iets minder begoede zielen hun heil zoeken in goedkope onderkomens in La Bocca. Gezellige boetiekhotels zijn er veel minder te vinden, maar wij bezochten er toch eentje: het hippe Cézanne, een Epoque Hotel dat zich op een tiental minuutjes wandelen van het Palais bevindt, terwijl winkelstraat rue d'Antibes een steenworp verder ligt.

 

Ontvangst & interieur

  

Het Cézanne ligt aan de boulevard d'Alsace, met enkele uitstekende restaurants in de nabijheid, achter een groot stenen welkomstteken en groene begroeiing. Het eerste wat je dus ziet, is het knappe, zonrijke terras, maar ook de receptie stelt zeker niet teleur: strak en modern, met plantjes en moderne kunst die ook haters van te minimalistische werkjes kan bekoren. Vijf hoge bokalen verraden al dat kleur hier erg belangrijk is: het vulsel is bruin, roze, geel, rood en blauw en de verschillende kamers hebben elk ook een apart kleurenthema.

 

Om de hoek staat een laag, vierkanten tafeltje, omringd door een viertal eveneens lage beklede stoelen en met een plant in het midden die de lijn van de tijn binnen gewoon voortzet. Er staan nog meer planten naast en op het dressoir en naast het salon van zwart rotan en leer. Een rode muur en rode kussens accentueren het geheel zonder op een enkel moment schreeuwerig over te komen tussen de overwegend bruine en grijze muren of vloer. De belichting wordt voornamelijk verzorgd door ingebouwde spots, maar overdag strelen de stralen van de zon doorheen de grote glazen ramen heen. Knap.

 

De ontvangst gebeurt vlot en hartelijk. Er wordt een kleine waarborg gevraagd voor de minibar en andere diensten, waarna het doorheen een rood belichte gang naar de lift en onze kamer gaat.

 

 

Kamer

  

Wij hebben een van de blauwe kamers gekregen - naar verluidt de meest populaire kleur bij gasten. De kamer is niet heel groot, maar de ruimte die er is, is goed benut, terwijl het mooie bed, met een paneel vol zachte kussentjes tegen de muur, centraal staat. De badkamer is goed uitgerust en ook de producten passen perfect binnen de lijn van het hotel: fris, strak en design, zonder te sober te zijn. Dit is een kamer voor wie van moderne ontwerpers houdt, maar niet enkel bekoord wordt door wit of zwart. We merken overigens al snel op dat ook de contrasten goed werken: vanuit onze blauwe kamer komen we een groene gang in, terwijl de lift en de inkomhal elk weer een andere kleur hebben. Het oogt allemaal erg vrolijk en - toch belangrijk - dat allemaal zonder kitscherig te zijn. De architect heeft hier duidelijk goed werk geleverd toen het hotel enkele jaren geleden volledig opnieuw werd ingericht.

 

 

Diensten

  

Boetiekhotels durven al eens te weinig diensten te leveren, maar daarvan kan je het Cézanne moeilijk betichten. De fitness is misschien klein en er staan vooral apparaten voor cardiovasculaire oefeningen, terwijl heel wat sportfanaten het zullen betreuren dat losse gewichten ontbreken, maar is wél aanwezig. Ook de hammam is een leuk extraatje, en net als de fitness gratis te gebruiken door alle hotelgasten. Bovendien heeft het hotel ook een eigen schoonheidssalon, waar niet enkel traditionele, maar ook iets specialere behandelingen worden aangeboden. Goed, er is maar een verzorgingscabine, maar aangezien het aantal kamers ook beperkt is, kan je hier meestal toch terecht voor de behandeling van jouw keuze.

 

Verder pakt het Cézanne sterk uit met zijn knappe bar aan de inkomhal, die altijd open blijft. Handig, vooral voor wie er net een nachtje feesten heeft op zitten - of voor wie die avond geweigerd werd in de' VIP Room en met zijn of haar vrienden toch nog een glaasje wil nuttigen. Een tip: probeer zeker eens de cocktails, want die zijn absoluut de moeite waard.

 

Ontbijt

  

Bij elk hotelbezoek hoort ook een deftig ontbijt en ook wat dat betreft, stelt het Cézanne niet teleur. Een uitgebreid 'paleiselijk' buffet hoef je niet te verwachten, maar er is wel een persoonlijke bediening en verder is alles aanwezig voor wie (vrij) gezond wil eten. Gasten kunnen wel degelijk kiezen tussen verschillende soorten vlees, kaas, yoghurt en brood, en bovendien is er ook vers fruit aanwezig. Zelf hadden we graag nog wat meer volkorenbrood, fruitsla, wit vlees en vis gehad, maar de meeste gasten zullen hier wel voldoende vinden om hun buikje mee te vullen. Wie toch een specifieke wens heeft, kan terecht bij het personeel, dat zich gedurende ons hele verblijf erg vriendelijk en hulpvaardig toont. Een aanrader, dit Cézanne in Cannes? Zeker wel.

 

 

Interview

 

Na een nachtje slapen ontmoeten we Fabienne Tarry, de verantwoordelijke van het hotel, die ons prompt meeneemt naar het zonnige terras, waar we samen nippen aan de signature cocktail van Hotel Cézanne: een cointreaupolitan, geserveerd in een knappe, roze mengbeker die de gasten naar huis mogen meenemen.

 

Tarry, is dat een Franse naam?

  

Ja, van het centrum, zelfs, en al sinds heel wat generaties. Het is een pure Franse, maar inderdaad behoorlijk zeldzame naam.

 

Vertel ons eens iets over Hotel Cézanne. Hoe is het begonnen?

  

Dit hotel bestaat al sinds 1992. In 1996 is het gekocht geweest door twee investeerders die in die tijd echte innovators waren. Ze wilden er een provençaals hotel van maken waar elke kamer anders is. Enkele jaren geleden was dit het enige hotel van die soort in Cannes. Je moet weten dat het gevolgd werd door het Sofitel. In 2006 was het hotel wat verouderd en zijn er nieuwe investeerders gekomen, de familie Boucau. Zij hebben het hotel volledig vernieuwd om zo een klein boetiekhotel van vier sterren te bekomen.

 

Daarvoor was dit dus een driesterrenhotel?

  

Dat klopt. Het is dus van drie naar vier sterren gegaan.

 

Ben jij er dan van in het begin bij?

  

Ja, sinds 2006. Ik hou me zowel met de exploitatie en met het commercieel aspect van dit hotel bezig en dat doe ik ook voor het tweelinghotel, Renoir. Dat is ook een klein hotel, maar het is totaal tegengesteld aan Cézanne, want het is opgetrokken in de stijl van Hollywood tijdens de jaren vijftig.

 

Is de job voor jou gevarieerder omdat je jezelf met twee totaal verschillene hotels kunt bezighouden?

  

Ja, want het Cézanne heeft - zoals je zelf hebt kunnen vaststellen - kamers van een standaard grootte en een heel kleurrijke inrichting. De kamers hebben zes verschillende kleuren, zoals roze en blauw. Er is ook een gemeenschappelijk gedeelte, zoals het wellnesscentrum, de fitness, de bar en de tuin. Het Renoir is exact tegengesteld: er is een kleine receptie, een kleine zaal met bar, maar het heeft immense kamers, van 35 tot 55 vierkante meter. Dat is dus heel chique en de twee hotels zijn complementair. Dit hotel lokt een iets jonger, modebewust cliënteel, met Italiaanse auto's. Ik hou ervan om hen te beschrijven als 30, 40 jaar, met sportwagens, hippe zonnebrillen en modieuze kledij. De klanten van het Renoir zijn 40, 55 jaar oud, met een limousine of een dergelijke wagen, chique, iets klassieker gekleed. De twee hotels trekken dus een totaal ander cliënteel aan.

 

Is er dan ook een andere manier om die twee verschillende soorten klanten te benaderen?

  

Wel, ze kiezen zelf al het hotel. Ze bellen maar zelden zonder te weten waar ze willen boeken. Het Renoir heeft eerder een soort concergerie-dienst, waar men ook jouw restaurant reserveert en andere zaken regelt. Het Cézanne is meer gericht op de bar, op animatie tijdens de avond, enzovoort. De klanten zijn er meer autonoom.

 

Is het moeilijk om jouw aanpak telkens te veranderen wanneer je tussen die twee hotels schippert?

  

Nee. Onze ploegen zijn polyvalent en weten hoe ze in elk van de etablissementen moeten werken.

 

Het zijn dezelfde mensen?

  

Ze zijn vaak onderling inwisselbaar. Er zijn er die heel specifieke kennis hebben en als we op een dag zo iemand nodig hebben in een van de hotels, kunnen we die gewoon laten komen. Voor ons als boetiekhotel ligt de nadruk echt op de dienstverlening. We doen het in de twee hotels op dezelfde manier: 's ochtends bellen we de klanten bijvoorbeeld op om te vragen of ze iets nodig hebben. Dat is iets wat soms verrast, maar dat ze wel leuk vinden. Daarbij komt dat we de klanten herkennen en dat we onthouden wat hun persoonlijke voorkeuren zijn. Zo laten we de mensen die als volgende aan de receptie staan weten dat een bepaalde heer een reservatie heeft in een hotel, zodat ze er op tijd naar kunnen vragen. Dit is een boetiekhotel en dat is de enige manier om ons te onderscheiden. We hebben niet genoeg kamers om te kunnen draaien als een groot paleis en dus zijn de diensten die we aanbieden heel belangrijk. Ons voordeel ligt daar en dat geldt voor beide hotels.

 

Cannes is natuurlijk het bekendst voor haar filmfestival, maar er zijn natuurlijk nog wel meer dingen te doen, zoals het grote reclamefestival dat ook hier wordt gehouden. Merk je een groot verschil in het aantal bezoekers tijdens en buiten het filmfestival?

  

We werken hier allemaal op dezelfde manier, of we nu een boetiekhotel zijn of niet: tijdens de congressen zijn we allemaal volzet, behalve als we echt slecht bezig zijn, en dat - je moet eerlijk zijn - aan een iets hogere prijs. Dat is hoe we overleven. Van april tot eind september hebben we een heel goede bezetting, van rond de tachtig procent, en we hebben allemaal problemen om volzet te geraken tijdens de winterperiode, zeker van november tot februari. Dat is echt het wurgtouw van viersterrenhotels en andere verblijven in Cannes.

 

Hoe moet je dan mensen aantrekken in die periode?

  

[lacht:] Als we dat wisten, zouden we het zeker doen! Er is wel een idee dat op een dag werd gelanceerd door de stad van Cannes dat misschien beter had moeten ontwikkeld worden en dat was om tijdens de winter een soort clubkaart aan te bieden met vooraf betaalde nachten - ik denk een tiental - voor de partnerhotels. De stad stelde dan voor om in ruil allerlei activiteiten te organiseren, zoals degustaties, evenementen op de zee, enzovoort. Dat idee heeft geen succes gehad. In Londen werkt men vaak volgens hetzelfde principe, maar dat is natuurlijk een heel andere stad dan Cannes. Tijdens de winter trekken we vooral mensen aan uit Frankrijk, die in de buurstreken wonen, en dus gaan we ons cliënteel dan vooral daar zoeken. Dat zijn dan vooral weekendtoeristen. Het is waar dat je het best van mei tot september in Cannes leeft en dan wordt er massaal naar hier gemigreerd. Het hele vraagstuk blijft de oorlogszenuw van alle commerciële belangen hier.

 

Moet je jouw personeel dan ook afslanken tijdens de kalmere periodes?

  

Ah, ja, zeker! Tijdens de zomer nemen we extra mensen aan. Absoluut.

 

Hoe bewaar je dan de sfeer en de motivatie bij de werknemers die hier maar gedurende enkele maanden zijn?

  

Eh... het is misschien triestig om te zeggen, maar die mensen zijn enorm verheugd dat ze maar zes maanden moeten werken en dan een lang verlof krijgen [hilariteit]! Ik weet niet of het terecht is, maar zo lijkt het er wel op: zo kunnen ze ook wat rusten. Verder houden we overigens wel al onze diensten. Zo hebben we een gouvernante die zich bezighoudt met de kamermeisjes. We slanken overigens vooral af bij de kamermeisjes en de mensen die zich bezighouden met het ontbijt. Het Cézanne is een boetiekhotel en als een klant bijvoorbeeld liever een blauwe kamer heeft dan een roze, kunnen we hem of haar meestal op de wenken bedienen. Er zijn altijd een tiental vaste personeelsleden die hier al lang werken en er altijd zin in hebben.

 

Gebeurt het vaak dat iemand vraagt om bijvoorbeeld naar een blauwe kamer te verhuizen?

  

Ja, er zijn er enkele. Jammer genoeg hebben we er soms wel eentje die een rose kamer binnenstapt en er niet van houdt. Het vaakst reserveert iemand echter al met de vraag om bijvoorbeeld in een blauwe kamer te verblijven. Die kleur doet het overigens het best, turkoois en fuschia zijn het populairst. Soms is het heel moeilijk om een keuze te kunnen garanderen, maar omdat we een boetiekhotel zijn, moeten we het doen.

 

Er is hier ook een wellnesscenter, hoe moet ik me dat voorstellen?

  

Wel, we hebben maar een verzorgingscabine, maar die is elke dag open, zeven dagen op zeven, van negen uur 's ochtends tot elf uur 's avonds. Als de kamer vrij is, garanderen we onze klanten dat ze een behandeling kunnen krijgen. Omdat we een hammam hebben, bieden we traditionele verzorgingen aan, zoals hammam en massage - een behandeling die iedereen kent en apprecieert. We bieden dus heel traditionele dingen aan, zoals een Californische behandeling of een Zweedse massage, maar we hebben ook originelere pakketjes, zoals een behandeling met kleine zakjes waar oosterse kruiden in zitten. Dat wordt weinig genomen, maar het is wel een mogelijkheid. We hebben ook een chocolademassage...

 

Aha, dat zou mijn vriendin wel zien zitten!

  

Ja, maar we hebben soms wel mensen die echt van chocolade, maar niet van de behandeling houden, omdat die sterk ruikt. We hebben dus originelere behandelingen, maar die worden niet noodzakelijk vaker gekozen.

 

Dat klopt: mensen houden ervan als ze zaken zien die wat specialer lijken, maar kiezen vaak voor dingen die ze al kennen. Het geeft echter meer cachet en het trekt volk aan als je die orginele behandelingen ook kunt aanbieden.

  

Meestal gaan ze voor een traditionele massage of zo. Onze producten zijn overigens wel biologisch. We hebben geen grote merken en gebruiken een vertrouwd lokaal biomerk.

 

Kan je in enkele woorden de ambiance van het hotel beschrijven?

  

Kalm, confidentieel, aandacht voor dienstverlening: dat zijn termen die ons hotel goed bechrijven. Het Renoir zou ik dan eerder confidentieel en luxueus noemen.

 

Onze aandacht is geprikkeld: in een volgend artikel zullen we ook het Renoir onder de loep nemen, dat inderdaad borg staat voor een heel andere, maar niet minder aangename ervaring!

 

Epoque Hotels

www.epoquehotels.com

  

Hotel Cézanne

  

40, Boulevard d'Alsace

06400 Cannes

France

 

www.hotel-cezanne.com

contact@hotel-cezanne.com

 

+33 492 59 41 00


Dirk Vandereyken

  

Copyright tekst: Dirk Vandereyken 2011

Copyright foto's: Kim Van Houtte 2011


Hotelbespreking: Monte Carlo - Fairmont Hotel

05/06/2011

Geen twijfel aan mogelijk: het centrum van Monte Carlo is een absoluut mekka voor de allerrijksten. Wie goed zoekt, kan het echter ook met een veel minder uit de kluiten gewassen portemonnee doen. Een van de aangenaamste verblijfplaatsen is in ieder geval het chique Fairmont Hotel, dat zich op wandelafstand van het station bevindt en ondanks het feit dat het hotel een eigen ruime gokhal heeft nauw aansluit bij het befaamde, enige echte Monte Carlo Casino en de Buddha Bar. Hier en daar gaat de weg steil op en neer, maar wie wat minder vlot te been is of zware bagage moet torsen kan gemakkelijk beroep doen op de uitstekende taxidienst die de stad met extra vervoer bevoorraadt.

 

Het treinstation van Monte Carlo is een interessant bouwwerk, een overkoepelde structuur in het midden van een rotswand die aan de zee grenst. Eenmaal buiten gaat het langs steile trappen naar beneden, waar we enkele telefooncellen vinden. Een daarvan staat in rechtstreekse verbinding met een taxidienst en het duurt na ons telefoontje dan ook maar een drietal minuten voor de wagen al voor ons staat. De chauffeur weet ons te vertellen dat we beter een van de andere vijf ingangen hadden genomen, maar ook langs deze weg staan we vliegensvlug voor het Fairmont Hotel.

 

 

Interieur & ontvangst

 

Vanop geruime afstand ziet het Fairmont Hotel er wel groot, maar niet echt indrukwekkend uit, al is de voorkant wel de moeite waard, met een gazonnetje en een monument waar het logo van het hotel op te lezen staat. Vlakbij brengt een trap bezoekers naar de Buddha Bar en het casino, langs een weg die klaarblijkelijk in het teken staat van wijlen prinses Grace Kelly. Binnen wordt de grandeur van het Fairmont echter pas echt duidelijk, met een heel ruime lobby die ver doorgaat en omvormt tot een boetiekhal, de ingang van het gastronomische restaurant l'Argentin en meer. Vanuit de open bar die aan l'Argentin grenst klinkt uitstekende live jazzmuziek, terwijl ook de nodige kunstwerken niet zijn vergeten.

 

Het duurt maar enkele seconden voor we worden geholpen met onze bagage en ook bij het inchecken verloopt alles behoorlijk vlot, al komen we wat laat aan en hebben we daardoor jammer genoeg de pr-verantwoordelijke voor het hotel gemist. Er wordt een visa of minimum 100 euro cash voorschot per dag gevraagd aan de balie, een normaal gebruik voor hotels van dit kaliber, en even later kunnen we al naar onze kamer. Er zijn verschillende grote liften beschikbaar en het is nooit lang wachten om op of neer te kunnen. De gangen zelf vallen overigens op, niet door de kleur van de muren of het vloertapijt, maar wel door het feit dat de deuren allemaal voorzien zijn van ronde 'ramen'. Hierdoor krijg je soms het gevoel op een luxueus cruiseschip te zitten, wat gezien de nabijheid van de zee heel passend is.

 

 

Kamer

 

Nee, erg groot is onze kamer niet, maar er is wel meer dan voldoende ruimte voor een koppeltje. Het bed, dat - zo ontdekken we later - is voorzien van een geweldig comfortabele matras, is gedekt in het wit en blauwgroen, een kleur die we ook terugvinden in de armstoel. Het wordt geflankeerd door twee nachtkastjes met stalampen en er hangen verschillende schilderijen aan de zijmuur en de muur aan de hoofdzijde. Het geruite tapijt past bij het decor zonder adembenemend te zijn, maar het Fairmont heeft meer dan genoeg andere troeven om indruk te wekken en gegoede gasten kunnen zich nog mooiere en grotere kamers of suites permiteren. Alle moderne snufjes zijn overigens aanwezig: een uitstekende kluis, een erg goed voorziene minibar, tv met allerlei binnen- en buitenlandse kanalen, een waterkoker, een strijkijzer -en plank, enzovoort. WiFiverbindingen in hotels doen ons geregeld gefrustreerd op onze laptop slaan, maar dat geldt in dit geval eens niet: alles gaat behoorlijk snel, waardoor je bij het surfen nauwelijks tijd lijkt te verliezen. Ook de kleine attenties die voor de gasten in de kamers worden achtergelaten worden trouwens erg geapprecieerd.

 

 

Achter de witte gordijnen vinden we een knap terras terug, maar vooral het adembenemende uitzicht op de baai is de moeite waard. In de verte ligt een cruiseschip waar geregeld kleinere boten met passagiers uitvaren en terugkeren, en de volgende dag komt er een uit de kluiten gewassen familielid uit de scheepvaart bij. 's Avonds worden we zelfs getrakteerd op een prachtig vuurwerk dat vanuit een sloep wordt afgeschoten. Romantischer kan moeilijk.

 

 

De badkamer is groot genoeg voor een ligbad en is afgewerkt in marmer. Opvallend is ook de goede keuze van producten en het toilet, dat verborgen ligt achter een tweede deur, waardoor er meer privacy is dan in de meeste hotelkamers van een minder allooi.

 

De roomservice is niet de goedkoopste die we al hebben gezien, maar er is ook een nachtkaart voorzien met een gelimiteerde selectie, zodat je ook in de late uurtjes nog kunt eten. Voor feestbeesten of zakenmensen die geregeld tot erg laat moeten vergaderen ongetwijfeld goed nieuws!

 

Andere diensten

 

De boetiekjes op het gelijkvloers hebben we al vernoemd. Het Fairmont Hotel is een vijfsterrenoord, verwacht dus geen goedkope outlets, maar het chiquere werk: horloges, juwelen en kleding van een kwaliteit die je vlak achter het station van Brussel Noord niet zo snel zult vinden, dus.


Tegenwoordig bevatten heel wat hotels een fitnessruimte. Dat lijkt vaak een zegen voor de sportievelingen onder ons, maar vaak zijn het net wij de gym na enkele minuten teleurgesteld moeten verlaten. Geen losse gewichten, bijvoorbeeld, of enkel wat cardioapparatuur en een opstelling waarmee je zogezegd alle spiergroepen mee moet kunnen trainen, maar die het je wel erg moeilijk maakt om effectief te trainen. De fitnesszaal in het Fairmont Hotel laat echter weinig te wensen over: alle noodzakelijke apparatuur is aanwezig en bovendien is alles in uitstekende staat. Op dezelfde verdieping bevindt zich overigens de sauna, die net als de fitness gratis is te gebruiken voor hotelgasten, en de fantastische wellnesssectie. De 'spa' van het Fairmont Hotel is onlangs zelfs in de prijzen gevallen! Voldoende reden, dus, om terug te keren en er binnenkort een apart artikel aan te wijden!

 

Ook vermeldenswaardig is het casino van het hotel zelf. Niet zo groot of befaamd als het casino dat Monaco zoveel welvaart heeft bezorgd en op een paar steenworpen van het hotel af ligt, maar wel moderner en uitgerust met genoeg tafels en jackpots om zelfs fervente gokkers blij te maken. Jammer genoeg mogen we er geen foto's van maken. Meer, zelfs: camera's en dergelijke meer horen begrijpelijkerwijs niet thuis in de gokhal.

 

 

Ontbijt

 

Zowat elk hotel of restaurant heeft wel iets dat je altijd zal bijblijven. Wat het Fairmont Hotel betreft, is dat voor ons zeker het ontbijt, dat dagelijks op de zevende verdieping, waar ook de fitnesszaal, de sauna en het wellnesscentrum zich bevinden, kan genuttigd worden in een grote zaal waarvan een gedeelte verhoogd is. Een groot raam kijkt uit op de hemel en rondom de zaal kan je rustig wandelen en genieten van het uitzicht. We schrijven mei en het is 's ochtends is het soms nog een beetje frisjes, maar aan het plafond hangt verwarming en dus hebben we het op geen enkel moment te koud.

 

 

Meest in het oog springend is het uitgebreide buffet. Nu hebben we in de Verenigde Staten al heel grote ontbijtbuffets gezien, waar in elke hoek een andere soort keuken wordt geserveerd, maar het centraal geplaatste buffet van het Fairmont Hotel moet op allerlei vlakken nauwelijks onderdoen voor de betere ontbijten in Las Vegas. Zowat alles is hier te vinden en bovendien lijkt er aan een zijde zelfs een volledige patisseriewinkel te liggen. Voor gezondheidsfreaks als wij is het bovendien een zegen om te ontdekken dat ook gasten die gezond en gevarieerd willen eten hier een zee aan keuze hebben: verschillende soorten bruin brood en All Branflakes, mager (wit) vlees, vis, yoghurt zonder suiker, veel fruit, groenten en salades: het is er allemaal.

 

 

De sympathieke Schotse chef die het kookeiland bemant - een avonturier die naar Monaco kwam, er zijn vrouw ontmoette en nooit meer vertrokken is - moet aan de lopende band omeletten maken en doet dat efficiënt maar vanzelfsprekend lichtjes machinaal en is blij als het eens wat anders mag, zoals wanneer we een omelet van eiwit met groentjes vragen. Ook wie het niet zo nauw neemt met zijn of haar glycemische index zal zich hier echter vermaken: het buffet bevat genoeg koeken, rood vlees en dessertjes om zelfs een rondgevormde persoon als Jon Oliva gelukkig te maken. De rode draad doorheen al dat eten is kwaliteit: nergens kunnen we een rot stukje fruit vinden, de zalm ziet er perfect uit en is nergens verkleurd, de kazen zweten niet en het brood is kraakvers.

 

 

En dan is er natuurlijk ook nog de bediening. We zien alleen maar lachende gezichten (moet ook wel, als je in zo'n hotel kunt werken) en het zaalpersoneel blijkt heel goed gecoördineerd te zijn. Alles verloopt vlot, er wordt geregeld gevraagd of men nog iets kan doen voor ons, zonder dat men ons ooit echt komt storen, en - misschien wel het leukste - ondanks de vele gasten blijkt men na een dag al onze naam te kennen en herinnert men ook nog goed dat onze fotografe zich zorgen maakte om haar thuis gebleven kat. Chapeau!

 

 

l'Argentin

 

Het klasse restaurant van het Fairmont Hotel is mooi geïntegreerd in de hal op het gelijkvloers, maar is veel groter dan je van daaruit zou vermoeden. Er zijn verschillende mooie, grote zalen en de tafels staan behoorlijk ver uit elkaar, waardoor je moeilijk kunt lastig gevallen worden door het geluid van andere gasten. Alles staat perfect gedekt en de begroeting gebeurt in team, waardoor we echt het gevoel krijgen dat men ons zo goed mogelijk wil bedienen. Er zijn nog maar een paar andere eetgasten aanwezig wanneer we ons aanmelden, maar even later zien we dat ook andere bezoekers met de nodige gastvrijheid en aandacht worden ontvangen. Maître Rubicondo Pietro ademt stijl uit en die klasse straalt ook over naar zijn team. Het restaurant grenst aan de zeekant, waardoor een prachtig uitzicht ook hier gegarandeerd is. Wat ook opvalt, zijn de prachtige borden van gekleurd glas. Die worden weggenomen voor ons eerste gerecht op de tafels verschijnt, maar maken alles wel vrolijker.

 

 

We beginnen met een coupe champagne: een Taittinger rosé brut prestige van zeventig procent pinot noir en 30 procent pinot meunier die dankzij zijn heldere kriekenroze kleur onmiddellijk opvalt. Het gaat om een heerlijke rosé met een neus van rode framboos, kersen en aardbeien. In de mond proeven we vooral volle, rijpe bessen, maar toch blijft alles erg delicaat en fris. De kleine bubbels blijven bovendien continu lichtjes schuimen aan de oppervlakte. Een heerljke champagne!

 

 

Het duurt ook niet lang voor we weten dat we te maken hebben met een uitstekende, creatieve chef: de amuse-bouches zijn lekker, modern en perfect uitgebalanceerd. Restaurants waar men ons verschillende soorten broodjes aanbieden hebben bovendien een streepje voor en de keuze die ons wordt voorgeschoteld tovert al snel een glimlach op ons gezicht. Pluspunt is dat de olijven, tomaten en andere ingrediënten in de broodjes ook duidelijk naar voren komen in de mond, wat toch niet altijd het geval is. Tevens heeft men er opnieuw aan gedacht om ook gezonder, grijs brood aan te bieden. Top!

 

 

Chef Surano Alessandro heeft voor ons twee verschillende voorgerechten geselecteerd. Het eerste: gerookte zalm van het huis - jawel, men zorgt hier zelf voor de zalm, van levende tot gerookte staat - met zachte aardappelblinis. Die combinatie blijkt voortreffelijk te werken en dat heeft niet alleen te maken met de uitzonderlijke staat van de zalm.

 

Als wijn heeft de sommelier een Australische chardonnay gekozen: een Benchmark uit 2009. Vaak worden de chardonnaydruiven in Australië teveel blootgesteld aan de zon en warmte, maar deze wijn heeft van een 'koeler' klimaat kunnen genieten en dat laat zich duidelijk proeven. De Benchmark is geraffineerder en complexer dan zijn soortgenootjes en brengt duidelijk botertoast en perzik naar voren. Een goede keuze!

 

Het tweede voorgerecht is een verse terrine van foie gras, op natuurlijke wijze gekookt, met een kumquatmarmelade en witte balsamico. De terrine is simpelweg overheerlijk en de marmelade verleent het geheel zowel extra zoetigheid als een frisse ondertoets (de appelsienachtige vrucht van de kumquatplant heeft dan ook een zoete schil en zuur vruchtvlees).

 

De begeleidende wijn is een witte wijn van Château de Rolland uit 2003. Een bordeaux, dus, en ook dit drankje blijkt ons gerecht uitstekend te begeleiden. Goed, een erg creatieve keuze is het niet, maar onze sommelier weet duidelijk wel waar hij mee bezig is.

 

 

We vinden het altijd lichtjes gewaagd en van enige moed getuigen als een chef ons een risotto durft voorschotelen. Italië is natuurlijk vlakbij en l'Argentin moet binnen een luxueus vijfsterrenhotel passen, maar er zijn gemakkelijkere dingen om klaar te maken wanneer een recensent komt eten. De risotto 'Carnaroli' met romige gekookte kreeft en waterkerspesto is echter subliem. Het is moeilijk om de rijst perfect te krijgen - niet te waterig en ook niet te hard - maar dat is bij ons diner alvast wel uitstekend gelukt. Ook de kreeft is alweer van een uitstekende kwaliteit, waardoor het geheel niet alleen lekker (maar niet té) smeuïg is geworden en de heerlijke kreeft zalig doorsmaakt. Misschien wel bij de top vijf beste risotto's die we al hebben gegeten, na de risotto van restaurant Spring in Amsterdam, die ons voor altijd zal bijblijven.

 

De wijn bij onze risotto? Een Château Leoube rosé uit 2009. Château Leoube is gelegen in de Côtes de Provences, aan de kusten van de Mediterraanse Zee, en biedt bijna altijd erg geweldige, zomerse wijnen. Zo ook met deze rosé, waar we vooral rood fruit, bloemen en een goede aciditeit in terugvinden. De stevige, minerale kern past bovendien heel goed bij de kreeft. Lekker!

 

 

Er is ook gekozen om ons twee verschillende hoofdgerechten te geven. De chef heeft beslist om erg puur te gaan en we krijgen even schrik als we de twee enorme schotels voor ons zien, want dat zijn behoorlijk grote porties. De eerste is een volledig stuk gebraden biefstuk met grof grijs zout. Niet alleen dat, het gaat hier om Duits simmentalervlees, toch een van de lekkerste vleessoorten die Europa rijk is. De naam komt van de valleiren rond de Simme, een rivier in west Zwitserland, maar de Duitse variant is vooral gekend omwille van de fijne structuur, mooie vetbedekking en goede vetdooradering. Fijnproevers houden van de extra smaak, al past het natuurlijk niet goed in een gezond dieet. Het vlees wordt ter plaatse aangesneden en is succulent, maar helemaal binnenwerken lukt ons niet. Het Keltisch (grijs) zeezout is ongeraffineerd en bevat meer mineralen dan traditioneel zout, wat voor een andere smaakervaring zorgt, al is het niet zoveel gezonder dan hier en daar wordt beweerd. Bij onze biefstuk hoort een pannetje gesauteerde courgettes met olijfolie en pomme dauphine. Niets verrassend en ook niet echt creatief, maar wel lekker en geheel volgens de geest van het gerecht.

 

Wijn van dienst is een Fixin Clos Marion van Domaine Fougeray de Beauclair uit 2004, een fluweelachtige rode wijn met zowel toetsen van bloemen als aarde, stevige tannines en een lange afdronk.

 

Het andere gerecht past mooi bij ons simmentalerbiefstuk: een gegrilde biefstuk, gemarineerd op 'Tampiquena'-wijze. Deze keer gaat het om angusvlees, voor liefhebbers waarschijnlijk geen vreemde keuze omdat simmentalerrunderen vaak gekruist worden met anguskoeien. Tampiquena verwijst dan weer naar de bereidingswijze, die afkomstig is uit Mexico City, en meer bepaald de Tampico Club anno 1939. Het gaat om dun gesneden plakjes vlees, al is ook dit stuk meer dan groot genoeg. Het is in ieder geval erg mals en iets meer gemarmerd dan doorsnee rundsvlees, maar met een redelijk fijne textuur. Dit is misschien het meest 'Argentijnse' gerecht dat we deze avond mogen proeven: puur en zonder al teveel poespas, maar lekker.

 

De sommelier bengt ons nog een Argentijnse (hoe kan het ook anders) Bonarda Colonia Las Liebres uit 2009, een knap ogende, dieprode wijn met paarse toetsen die zich lekker vast aan het glas klampt. De neus van aardbeien is haast overweldigend, maar op het pallet proeven we vooral verschillende soorten bessen, peper en een klein beetje cardamon. De zijdezachte tannines dragen bij tot een natuurlijk evenwicht. Misschien wel de best uitgebalanceerde wijn van de avond!i

 

Tijd voor het dessert. We zitten ondertussen al behoorlijk vol en dus nemen we rustig de tijd om foto's te maken van de soufflé met grandmarnier en fruitijs. Daarmee zet chef Alessandro de lijn van modern en creatief naar klassiek door, terwijl we hem opnieuw moeten bewonderen omdat hij tijdens een recensie uitpakt met een ander gerecht dat moeilijk is om perfect te maken. Er is echter niets mis met 's mans soufflé. Goed, we hadden liever iets minder grandmarnier geproeft - nu is het misschien nét iets te suikerig - maar dankzij het ijs is de mond onmiddellijk weer opgefrist. Lekker.

 

Een chique hotel als het Fairmont verdient een goed restaurant en het zou ons verbazen als gastronomon na een bezoekje in l'Argentin teleurgesteld terugkeren naar hun kamer. Wat ons betreft, zit er zeker nog groeimarge in het team, en dat zou dus wel eens wat kunnen beloven voor de toekomst...

 

Fairmont Hotel

 

12, Avenue des Spélugues

Monte Carlo

98000 Monaco

 

Website: www.fairmont.com/montecarlo

E-mail: montecarlo@fairmont.com

 

Tel: +377 93 50 65 00

Fax: +377 93 30 01 57


Hotelbespreking: Cannes - Palais Stéphanie (nu JW Marriott Cannes)

07/04/2011

 

  

[De oorspronkelijke versie van dit artikel is geschreven toen Palais Stéphanie nog niet was overgenomen door de Marriottketen - red.] Nog even wachten en het is weer zover: medio mei komt het Filmfestival van Cannes, wellicht het meest prestigieuze, tot de verbeelding sprekende en bekendste Europese filmfestival er weer aan. Gedurende twee weken lang ontvangt de Zuid-Franse havenstad niet alleen de beau monde van de cinemawereld, maar ook een ongeëvenaard aantal toeristen. De hotels - vooral die op de belangrijkste straat, La Croisette - ontvangen een ongeëvenaard aantal bezoekers en absolute pareltjes als Palais Stéphanie krijgen de kans om aan iedereen te tonen waarom ze tot de beste logementen ter wereld horen. Wij trokken naar datzelfde Palais Stéphanie, waar ooit het Filmfestival van Cannes nog begon, en praatten er met de hotelmanager en de chef, die zich beiden reveleerden als gedreven en sympathieke toppers.

 


  

Over Palais Stéphanie

  

Het is moeilijk om niet onder de indruk te geraken als je leest over Palais Stéphanie: wanneer we het hotel in 2010 tijdens het 63ste Filmfestival van Cannes bezoeken, heeft het net de deuren weer geopend nadat het restaurant, de vergaderzalen, de foyer en de 261 kamers en suites werden gerenoveerd. De nieuwe eigenaar heeft 38 miljoen euro geïnvesteerd om het vroegere Noga Hotel te veranderen in een stijlvol, modern ogend complex dat nog steeds op dezelfde plek staat als waar het vroegere Palais des Festivals stond. Juist: dit is de plaats waar vroeger het huidige, gerenommeerde filmfestival werd geboren, een bedevaartsoord voor sommige hardcore fans die graag ondergedompeld worden in de geschiedenis van het witte doek, zelfs al is er weinig meer te zien van wat hier vroeger stond.

 

Het oorspronkelijke Palais des Festivals opende in 1949 op deze locatie, Boulevard de la Croisette 50, en speelde tot liefst 1983 gastheer voor het filmfestival. Daarop werd het gebouw jammer genoeg met de grond gelijk gemaakt, waarna in 1992 het Noga Hilton uit de assen verrees. Pas 14 jaar later werd het hotel gekocht door de steenrijke zakenman Elliott Aintabi, die het tot Palais Stéphanie herdoopte, een naam die verwijst naar een van zijn eigen dochters.

 

Ligging

  

Geen twijfel aan mogelijk: Palais Stéphanie kan moeilijk beter gelegen zijn. We deden de test op mappy.be (of fr.mappy.com): het Palais des Festivals et des Congrès, waar het eigenlijke filmfestival plaatsvindt, ligt op exact 1 kilometer van het hotel, terwijl het station nog 15 meter dichterbij staat. Zelfs de luchthaven van Nice is maar een half uurtje rijden verwijderd.

 

Een extraatje is ook dat het hotel op de chique Boulevard de la Croisette zelf gelegen is, wat betekent dat de witte paviljoenen waar de verschillende landen tijdens het filmfestival hun opwachting maken en de vele feestjes nog recht tegenover de voorgevel liggen. Het festival strekt zich dus tot aan het hotel en zelfs een beetje verder uit, waardoor je nooit het gevoel krijgt dat je de unieke sfeer achterlaat of de festiviteiten echt verlaat. Wie rust nodig heeft, hoeft zich echter geen zorgen te maken: geluid dringt hier niet of nauwelijks door!

 

Ontvangst & interieur

  

Tja, wat moeten we zeggen van het interieur, buiten het feit dat alles er prachtig uitziet? Toch maar eens proberen...

 

 

Aan de buitenkant ziet het gebouw, met zijn witte gevel en azuurblauwe ramen, er niet zoveel mooier uit dan de andere vijfsterrenhotels in de buurt, maar eenmaal binnen lijkt er een nieuwe wereld open te gaan. De foyer heeft een hoog plafond en geef een prachtig uitzicht op de hoger legen verdiepingen, maar toch is de architect erin geslaagd om ook de ruimte op de begane grond voldoende boeiend te maken. Het geheel wordt immers gedomineerd door een cirkelvormige afbakening, met trendy, moderne stoeltjes en twee tegen over elkaar liggende, brede zetels die uitkijken op het centrale punt: een indrukwekkend beeldhouwwerk van de Palme d'Or, de Gouden Palm die sinds 1955 op het filmfestival wordt uitgereikt aan de winnaars, met uitzondering van een negenjarig hiaat ten gevolge van copyrightproblemen. Het zet natuurlijk allemaal onmiddellijk de toon voor het hotel en dat is toch wel erg knap gedaan.

 

 

Het meubilair is verder zeker niet alledaags te noemen: sobere kleuren als wit domineren, maar we zien ook oranje en zwart terug. Het oogt allemaal, net zoals in het persdossier te lezen staat, 'jong, chique en vol glamour', maar ook nieuw, fris en heel erg proper.

 

Inchecken gebeurt vlot en probleemloos aan een balie vlakbij de liften, die strategisch goed gepositioneerd staan. Vanzelfsprekend duurt het ook niet lang voor iemand ons komt helpen met de tassen en koffers, terwijl we ook een ethernetkabel meekrijgen wanneer we melden dat we wat problemen hebben met het draadloos internet.

 

Jammer, maar tijdens ons verblijf van drie dagen vinden we niet de tijd om ook het casino, met zijn 159 jackpots en 19 speltafels, te bezoeken. Wel geraken we onder de indruk van het auditorium, waar we samen met de meest invloedrijke mensen uit de Franse filmwereld naar een van de deelnemende prenten gaan kijken. Het is een juweeltje dat doet denken aan de betere zalen op Broadway of in de West End, met een chique interieur dat evenzeer teruggrijpt naar de theaterwereld als naar het hypermoderne interieur dat de rest van het hotel kenmerkt. Knap, en bovendien het grootste atrium dat de stad rijk is!

 

 

De mooie loungebar, die van 11 uur tot (in principe) 2 uur 's ochtends open is, wordt gekenmerkt door lange, gestikt lederen muurzetels en grote poefs, maar tijdens het filmfestival vinden we het gros van de bezoekers buiten aan, waar het terras, badend in paarse en rode tinten, uitkijkt op de zee. Barman Paul Schmitt laten we een paar van zijn signature cocktails maken (een Bikini en een Havana Moon) en die kunnen samen met bijvoorbeeld de cocktails van het Brusselse Crystal Lounge en Hôtel Le Bristol Paris concurreren voor de prijs van beste cocktail die we ooit hebben gedronken. Jammer zijn we niet in de gelegenheid om ook de vele daiquiri- en mojitospecialiteiten van de man uit te proberen, maar we kunnen wel verklappen dat er heel wat variaties op de kaart staan.

 

Ook erg knap: het dak, waar tijdens het Filmfestival van Cannes ook Nikki Beach de avonden mee gestalte geeft. Volgens ons persdossier zou het zicht op de Baai van Cannes, de Lerinseilanden en Estérelbergen adembenemend zijn en dat is niet eens sterk overdreven. Het verhitte zwembad is proper, de twee jacuzzi's maken alles nog aantrekkelijker en bovendien kan je hier ook iets eten of drinken. Van april tot oktober worden er in de Panorama Bar cocktails, sandwiches, salades, panini's en zoetigheden geserveerd - voldoende keuze voor wie lichte honger heeft, dus.

 

De suite

  

De suite waarin we verblijven zullen we nooit meer vergeten. Niet alleen vanwege het feit dat ze zo ruim en mooi is, maar omdat niemand minder dan acteur Michael Douglas en regisseur Oliver Stone zich enkele deuren verder in een nog grotere suite bevinden. Op de foto's kan je alvast ontdekken hoe sommige kamers en suites eruit zien.

 

 

Geen water of appelsientjes als cadeautje bij het binnenkomen, maar wel de allerbeste pralines en een fles champagne. Niet dat onze geschenkjes ons kunnen afleiden van het prachtige interieur, met muren die bekleed zijn in chocoladebruin gestikt leer, roomkleurige sofa's en armstoelen en strakke, lichtjes minimalistische meubels in rijke bruine kleuren. De kleerkasten zijn op maat gemaakt, de grote deuren tussen beide gedeeltes van de suite schuiven elegant open en ook de badkamer (met jacuzzi en een halfdoorzichtig raam), is behoorlijk indrukwekkend. Ook aan de band met de Zevende Kunst - de filmkunst - werd gedacht. Grote, zwart-witte foto's blikken terug op zowel de geschiedenis van het hotel zelf als op het verleden van het filmfestival en de cinemawereld. Het zou kitsch kunnen zijn, maar dat is het niet: de foto's passen wonderwel binnen het decor, een tijdloos geheel waarin we tijdens de loop van ons verblijf met plezier een aantal acteurs en producers in ontvangen. Last but not least is er het prachtige uitzicht op La Croisette en de zee. Ja, hier zouden we wel kunnen wonen. Met veel plezier, zelfs!

 

Het restaurant

  

Het restaurant van Palais Stéphanie, La Scena, kijkt uit op de zee. Buiten een behoorlijk grote, gezellige zaal, grenzend aan een voorste hoek van het hotel, kent het een prachtig terras dat een geweldig zicht biedt op La Croisette en dus ook op de zee. Daar, met op de achtergrond luxejachten en witte zeilen, mogen we komen lunchen.

 

De sympathieke Bourgondische chef Patrick Frei telt 38 lentes en vertelt ons later dat hij in de toekomst zeker nog zijn eigen toprestaurant wil openen. Dat de man voor Palais Stéphanie een zegening is, blijkt echter wel tijdens het eten. Frei leerde de keuken van de Provence kennen in Les Terraillers te Biot en verhuisde later naar Le Cagnard, in Cagnes sur Mer - allebei restaurants met twee Michelinsterren. Later ging hij als souschef werken in La Scala, waarna hij in La Scena werd aangesteld als executive chef. In die hoedanigheid wist hij een creatief Frans en Italiaans menu samen te stellen, met heel wat Japanse toetsen.

 

Patricks team kan in de zaal, die baadt in lilakleuren, saffraantinten en aubergine-accenten, 100 couverts aan, terwijl men op het terras, dat meer doet denken aan kastanjes, nog eens 120 gasten kan ontvangen. De ervaring leert ons dat het in dergelijk grote plaatsen vaak erg moeilijk is om topkwaliteit te bieden en dus zijn we toch enigszins sceptisch voor onze eerste gang opgediend wordt.

 

We beginnen met een uitzonderlijke cocktail: de Havana Moon van de al vernoemde barman Paul Schmitt, een heerlijke mengeling van havanarum (natuurlijk), vanillelikeur, karamellikeur, mangosap en een klein beetje grenadine. Zoet, maar niet zo zoet dat ons smaakpallet wordt geruïneerd, en bovendien laat men ons voldoende tijd wachten voor de eerste gang aan te dragen, zodat we fris kunnen beginnen aan de maaltijd.

 

Het voorgerecht is alvast origineel: pizza alla crema tartuffon, een kleine, ronde pizza met artisjok, champignons, mozzarella en truffelsaus. Het is een revelatie, met knapperig, maar toch niet al te dun, deeg, en een boeiende combinatie van smaken. Frei durft duidelijk met sterke smaken te spelen: de artisjokken (eigenlijk moeilijk schoon te maken bloemen van distels) geven het geheel een lichtjes bittere smaak, maar zijn uitstekend gedoseerd, waardoor die niet te sterk naar boven komt. De truffelsaus blijkt dan weer gemaakt te zijn van niets minder dan witte truffels van Alba (een van de drie duurste - en lekkerste - ingrediënten ter wereld) en boleten (heel aromatische, vlezige zwammen). De smaken spatten van ons bord, terwijl de mozzarella voor extra smeuïgheid zorgt. Misschien niet het lichtste voorgerecht ooit, maar wel de lekkerste pizza die we ooit hebben gegeten!

 

Nog een grotere verrassing is de wijn die we geserveerd krijgen: diadema, een mengeling van twee fantastische crus van het gerenommeerde, 400 jaar oude Château L'Aumerade, dat in het hart van de Provence ligt. Hij is een van de slechts 21 wijngaarden uit de streek die de denominatie Cru Classé hebben gekregen, wat betekent dat de wijnen van een exceptionele kwaliteit zijn. Bovendien is ook de presentatie uitzonderlijk: de fles is immers belegd met Swarovskykristallen en wordt aangedragen in een 'Ice Bag Diadema' - een stevige, balkvormige ijszak, dus. Wie wil weten hoe uniek dat is, hoeft de term enkel op te zoeken. Via Google is er niets te vinden. Wanneer we de prijs horen, zijn we dan ook even verbaasd, maar dat is niets vergeleken bij de melding dat we de fles - met kristallen - ook mee naar huis mogen nemen. 'De klanten hebben dat graag,' weet de maître d'hôtel ons doodleuk te vertellen.

 

Een wijn moet echter vooral goed smaken en passen bij de schotel, en ook op dat vlak worden we niet teleurgesteld. Net als de kristallen aan de buitenkant is ook de kleur kristalhelder en licht roze, met een erg verse neus vol perzik en ook wel zoethout. In de mond is de deze Diadema fluweelzacht en streelt hij het pallet, met perzik, meloen, abrikoos en lichte toetsen van andere exotische vruchten en een geweldige, lange afdronk. Een absolute topper!

 

 

Het volgende gerechtje is een duo van krab met avocadovrucht en extra vierge olijfolie. Het klinkt misschien als een simpel recept, maar de zeeverse kwaliteit van de krab en de smeuïge avocadovrucht maken indruk. Vaak vinden we dat chefs een beetje teveel fruit toevoegen, waardoor er wel wat nootsmaak wordt toegevoegd, maar waardoor alles soms ook te vettig smaakt. De botertoets van de avocado wordt in dit geval echter goed in evenwicht gehouden met de krab, waarvan voldoende wordt gebruikt om goed naar voren te laten komen.

 

Met een beetje fantasie kan je gemakkelijk een rode draad maken van het ene gerecht naar het volgende: zeebaars is een warme watervis die doorgaans wordt gevangen met krab als aas, en dus is het wel passend dat op zijn huid goudgebakken zeebaars krijgen als volgende gerecht. Het is een van de lekkerste vissen uit onze contreien, maar toch zien we dit soort schotel vaak de mist ingaan omdat alles te droog of net te vettig wordt opgediend. Niets daarvan in dit geval: de begeleidende risotto Carnarolli au Tartuffon is heerlijk. Carnarolli is een luxe rijstsoort die een heel bijzondere eigenschap heeft: tijdens het koken wordt de buitenkant zacht, maar blijft de binnenkant al dente, wat in dit geval voor de nodige extra textuur zorgt. De truffelcrème vormt niet alleen een band met ons voorgerecht, maar bevat bovendien meer dan voldoende truffel om het geheel te voorzien van het distinctieve, krachtige aroma die zo eigen is aan die knol. Truffelkenners weten dat zoiets een gerecht naar een veel hoger niveau kan tillen en dat gebeurt ook deze keer. Lekker!

 

Ondertussen hebben we een tweede fles wijn gekregen: een geweldige Meursault 1er Cru Château de Blagny uit 2007, van wijnhuis Louis Latour. Het is een witte bourgogne die 12 maanden lang wordt gerijpt in kleine eiken vaten, met een heldere kleur en een aroma van boter en verse hazelnoten. Deze Château de Blagny is erg vol in de mond, met veel wit fruit en een finish van citrusfruit. Een erg evenwichtige, goede wijn, die mooi past bij ons gerecht.

 

Eindigen doen we met een perfect gemaakt citroensoufflé. Aanvankelijk lijkt het idee ons niet zo aantrekkelijk, maar al snel blijkt het om een uitstekend nagerecht te gaan, dat onze lunch in schoonheid afrondt.

 

Interview

  

Voor ons interview maakt niemand minder dan general manager Richard Duvauchelle ruim de tijd om ons te woord te staan. Ondanks een cv waar de meeste hoteldirecteurs jaloers op zouden zijn, met een Master in toerisme en een specialisatie in 'hotel, vrije tijd en toerismemanagement' die hij heeft behaald nadat hij op zijn achtenvijftigste opnieuw begon te studeren, brandt het heilige vuur van de passie nog steeds vurig in 's mans nog jeugdige ogen. Het wordt dan ook een waar plezier om hem te horen praten...

 


  

Vertel me eens iets over het hotel dat niet in het persdossier staat.

  

[Lacht:] Wel, in het persdossier staat heel het verhaal. Dit hotel heeft een heel speciale plaats in de geschiedenis en ligt me persoonlijk ook nauw aan het hart. Ten eerste is het 't laatste van de 'paleizen', het is gebouwd in 1992 en de huidige eigenaar heeft beslist om er het vijfsterrenhotel van de stad van te maken. Hij heeft 14 miljoen euro uitgegeven om het te vernieuwen, met een zeer sterke bioscoopidentiteit.

 

Dat is ongeveer de prijs van een eiland [gelach].

  

Naar het schijnt! Als hotelmanager beleef ik sinds enkele jaren een waar avontuur: het herboren worden van dit hotel, met sterren die hier nog nooit geweest zijn, in een volledig nieuw decor. Het is echt het Palais Stéphanie van de eenentwintigste eeuw: glamour met een leven dat 's ochtends vroeg begint en 's avonds laat eindigt. Er is immers een cinema in het hotel waar we filmvoorstellingen verzorgen. Het filmfestival van Cannes wordt bovendien tijdens het hele jaar voorbereid, want dat staat voor vijftien procent van het zakencijfer van het hotel.

 

Vijftien procent?

  

Vijftien procent, over het hele jaar bekeken, ja. Het hele hotel wordt dan gemobiliseerd en de dagen staan in het teken van het onverwachte, van het buitengewone. Laatst was ik nog boven in het hotel en ontmoette ik Pélé, de voetballer. Ik kon mijn ogen niet geloven en ging onmiddellijk de maître d'hôtel halen, die Portugees en Braziliaans spreekt. Ik vroeg hem om met mij mee te komen, want ik wilde bij Pélé zijn! Hij was ongelooflijk lief. Dat is het festival van Cannes.


Wat staat er nog meer niet in het persdossier? Mijn recente ontmoeting met Mick Jagger. Hij kwam hier zijn film, Stones in Exile, presenteren. Hij was heel lief. Ik heb hem goed ontvangen en hem het gouden boek laten ondertekenen. Zoiets maakt deel uit van het leven van een hoteldirecteur, ontmoetingen die onvergetelijk blijven. Mick Jagger is ook gekomen omdat dit hotel anders is dan alle andere. We hebben een theaterzaal met 820 zitjes binnen het hotel zelf. Dat is ondenkbaar als je gewoon op La Croisette aan het wandelen bent. Tijdens het filmfestival van Cannes zijn er zes filmvoorstellingen per dag. Dat zijn telkens 6 filmploegen per dag die we hier ontvangen, met acteurs en actrices. Zoiets bezorgt Palais Stéphanie een ongelooflijk leven. Er is op het dak een VIP Village, waar iedereen elkaar ontmoet. Mick Jagger was daar bijvoorbeeld deze namiddag om tv-interviews te doen voor miljoenen kijkers, met op de achtergrond dit ongelooflijk panorama van Cannes. Dit is een hotel dat zich onderscheidt binnen het landschap van de andere paleizen van de stad en de vijfsterrenhotels van Frankrijk om zich, zou ik zeggen, op het niveau van de beste hotels en paleizen ter wereld te plaatsen.

 

 

Nu gaat het festival van Cannes door, maar stel je voor dat ik hier kom verblijven tijdens een andere periode van het jaar. Wat is dan het verschil met alle andere hotels in de stad?

  

Ik zou zeggen dat het net draait om het leven hier, dat veel dynamischer is dan binnen de meeste andere, traditionelere hotels. Het is jonger. Neem nu het restaurant waar we nu zitten. Het is niet stijf, maar de chef brengt een internationale keuken van een enorme kwaliteit en je kunt hier tegelijkertijd sushi, kaviaar, zalm of foie gras eten, maar we hebben ook een pizza gemaakt van een grootse kwaliteit [en dat is niet overdreven, lees onze bespreking van het etentje maar - red.], met artisjok en truffel, maar je kunt ook een tournedos rossini eten en eindigen met een soufflé, met 's avonds loungemuziek en een discotheek.


We hebben een jong, internationaal cliënteel, dat ervan houdt om te feesten en niet noodzakelijk in een restaurant wil zitten waar het grote servetten moet gebruiken, omringd door traditionele maîtres d'hôtel. Mensen komen ook met hun kinderen om een pizza met verse zeevruchten in een magnifiek interieur te komen eten met op de achtergrond een DJ die zomerse muziek speelt, in plaats van iets te gaan halen in de pizzeria die hier vlakbij ligt.

 

Denk je dat veel mensen hier vooral komen omdat er zoveel banden zijn met de cinemawereld?

  

Nee, het zou heel pretentieus zijn om te zeggen dat ze naar hier komen om in een aan een bioscoop gerelateerd decor te zitten. Het is immers nog maar het tweede jaar dat we dit interieur hebben, met leer, bezette spiegels en grote foto's van filmberoemdheden. Ik zou wel zeggen dat er gasten zijn - vaak mensen die hier geregeld komen - die zich laten aanspreken door het decor, de ambiance en misschien ook de filmgeschiedenis. Er zijn mensen die dit hotel al bezochten toen ze jong waren en het filmfestival van Cannes nog hier plaatsvond. Dit jaar hebben we twee films vertoond die in competitie zaten. Alle vedetten waren hier en er zijn ook mensen gekomen die bij Michael Douglas hoorden. Ik weet niet wat de toekomst zal brengen, maar ik hoop dat het hotel een geluksbrenger blijkt voor hen. Ik heb nog aan Lambert Wilson, die de hoofdrol speelt in Des hommes et des dieux, dat er een sentimentele kant is aan dit hotel. Ik denk dus dat de algemene ambiance hier de vrijetijdstoeristen wel aantrekt.

 

Weet je, het is met plezier dat we jou hier hebben ontvangen, want ik heb een speciale band met België. Zoals ik jou hiervoor al vertelde, ben ik twee jaar lang de hoteldirecteur geweest van het Royal Windsor Hotel in Brussel. Die twee jaren in België waren magisch, want Belgen zijn zo ongelooflijk lief. Ze houden van het leven, ze houden ervan om te drinken en ze houden ervan om heel lekker te eten, of het nu om een traditionele keuken - in de restaurants op de Grote Markt of in de straatjes daarnaast, bijvoorbeeld - of om een andere keuken gaat. Belgen zijn altijd klaar om te feesten en het waren echt twee formidabele jaren. Bovendien heb ik Belgisch bloed in mijn aderen! Aan mijn vaders kant kwam er een tak van jouw land. Ik weet niet of mijn accent goed is, maar ik heb wel een licht Belgisch accent. Daarbovenop ben ik vier jaar geleden hertrouwd en mijn getuige was een Vlaamse dirigent. Hij en zijn vrouw, die voor de keuken zorgt, zijn mijn beste vrienden. Hij was getuige bij mijn huwelijk, ik bij het zijne, en elk jaar komen ze op 23 augustus terug om hun huwelijksverjaardag te vieren en de dag daarop vieren we samen onder het vuurwerk van Cannes, waarover je misschien al gehoord hebt. Alleen al daarom moeten al jouw vrienden naar Cannes en Palais Stéphanie komen, om tijdens die periode omarmd te worden door het vuurwerk. Ze kunnen dan een drietal dagen genieten van de festiviteiten!

 

We zullen het hen zeker melden!

 

Palais Stéphanie

 

50 Boulevard de la Croisette

06414 Cannes

Frankrijk

 

Telefoon: +33 (0)4 92 99 70 00
Fax: +33 (0)4 92 99 70 11

 

Website: www.hotel-palais-stephanie-cannes.com
E-mail: palaisstephanie@jestahotels.com

 

 

Dirk Vandereyken

  

 


Hotelbespreking: Londen - Hotel 55 - An Epoque Hotel

04/04/2011

 

Londen is een dankbare stad om als journalist te bezoeken: er is altijd iets te doen of te bekijken en het Engelse metropool is bezaaid met restaurants en hotels. Goed, vaak gaat het om ketens als Pret à manger of Subay, maar ook op gastronomisch hoger gebied is er veel te beleven. Bovendien kan je er letterlijk honderden verblijfplaatsen vinden die interessant zijn om te bespreken. Eentje daarvan ligt buiten het centrum van Londen, in het toch ook nog erg gemakkelijk bereikbare Ealing; Hotel 55, dat is ondergebracht bij Epoque Hotels, een luxe verzameling van boetiek- en designhotels.

 


Om de hoek

Wie denkt dat Hotel 55 slecht gelegen is omdat het niet binnen wandelafstand van Covent Garden, Leicester Square of Tottenham Court Road ligt, heeft het mis: metrohalte Ealing North ligt op het einde van de rode Central Line, die onder andere langs Victoria Station loopt, en het duurt niet eens een half uur om die halte vanuit het stadscentrum te bereiken. Nog belangrijker is dat het hotel zelf zich gewoon om de hoek van de 'underground'-uitgang bevindt. Handig, dus, behalve voor wie tot lang na middernacht wil uitgaan in het Londense centrum; in dat geval zal er beroep moeten gedaan worden op een van de vele black cabs.

Ontvangst & interieur

Het duurt enkele seconden voor men aan de receptie door heeft wie we zijn, maar eenmaal we onszelf geïntroduceerd hebben, wordt er snel werk gemaakt van onze ontvangst. Manager Tiberius vergeet ons niet te vragen of we hulp nodig hebben met onze bagage, iets wat niet zo een slecht idee blijkt te zijn wanneer we ontdekken dat er geen lift is in het hotel. We zijn echter niet zo zwaar beladen en slagen er zonder problemen in om onze kamer te bereiken. De weg naar daar leert ons dat het interieur absoluut niets te maken heeft met de Victoriaanse decors die we wel eens vaker aantreffen in Engelse hotels. Niets daarvan: Hotel 55 oogt erg modern, met een glazen voordeur, stalen accenten in de receptie, strak meubilair, toetsjes hout en veel schilderijen die netjes binnen het smaakvollere segment moderne kunst vallen. Betaalbare design, luchtig, koud en warm tegelijk.

 

 

Onze kamer bevindt zich aan het einde van een gang. Tiberius weet ons op voorhand te bezweren dat het om een van de ruimere kamers van het hotel gaat, maar erg groot is ons onderkomen nu ook weer niet. De kamer wordt gedomineerd door ons (orthopedisch) bed, dat overigens wel over een uitstekende matras en knappe, Egyptische katoenen lakens beschikt. Een goede nachtrust is haast gegarandeerd. Warme, bruine kleuren zetten hier de toon, met een goed gebruik van hout en schilderijen. De tv is niet al te groot, maar werkt goed, terwijl de waterkoker met een assortiment aan theetjes en instant koffie welkom is. Het plat en bruisend water is gratis en de obligatoire safe is natuurlijk ook aanwezig.

 

 

De badkamer is voorzien van Molton Browntoiletten en een goede douche, maar ontbeert een ligbad. Leuk om vast te stellen is ook dat de airconditioning goed functioneert en perfect instelbaar is - iets wat we wel eens missen in andere hotelkamers. Oef!

 

 

Een van de grootste voordelen van Hotel 55 moet zijn dat de bar er 24 op 24 uur open is. Een opluchting voor wie al eens lang uitgaat of graag op iets minder evidente uren een paar glaasjes nuttigt met een vriend(in) of een gast. Bovendien oogt de loungebar - met terras in een ruime tuin - vrij knap en hangt er een tv, altijd handig om op de hoogte te blijven voor de nieuwste ontwikkelingen wanneer er een belangrijk evenement is gebeurd, zoals tijdens ons verblijf de nucleaire ramp in Japan. Overigens is ook het restaurant, dat gewoon het verlengde is van de bar, Japans, al blijft het ontbijt eerder internationaal, met voldoende keuze aan vlees, kaas, cornflakes, fruit en meer. Het fruit wordt geserveerd in de vorm van fruitbrochettes en op een simpele vraag is het ook beschikbaar in grotere (of kleinere) aparte stukjes. Tof.

 

Het restaurant

Tijdens ons interview vooraf met eigenaar Shigeru Kondo ontdekten we al dat de sake die wordt geserveerd in restaurant Momo van een meer dan degelijke kwaliteit is. Tijdens het etentje dat we later krijgen wordt er echter gekozen voor een goede Japanse thee die niet weet te beklijven, maar zeker lekker genoeg is.

 

 

Nadat er ons werd verteld dat men in Momo traditioneel Japans eten serveert, is het een beetje teleurstellend om vast te stellen dat we beginnen met een doodgewone salade, die voornamelijk bestaat uit grote garnalen en groentjes die eerder Europees zijn. Lekker, en met een goede dressing, maar niet kunstiger, creatiever of beter dan wat we zelf op enkele minuten thuis bereiden.

 

 

Veel beter zijn de tempuragarnalen en gefrituurde groentjes in tempuradeeg. Gezond is het niet, maar van dit hoofdgerecht weten we wel te smullen. Het tempuradeeg is alles wat het moet zijn: goudgeel gebakken, krokant en luchtiger dan ons bladerdeeg. Vettig en meer snelle koolhydraten dan wat we gewend zijn, maar af en toe mag er zeker eens gezondigd worden!

 

 

Het assortiment sushi en sashimi biedt exact wat je kunt verwachten in een Japans restaurant, maar buiten de lekkere visseneitjes ook niet meer dan dat. De sushirolletjes zijn behoorlijk traditioneel gemaakt, zonder af te wijken van wat zowat iedereen al kent en zonder uitschieters of verrassingen. Enkele tafels verder zien we een aantal boeiendere gerechten uitrukken voor de rest van het cliënteel, dat voor negentig procent bestaat uit Japanners. Wellicht heeft men gedacht dat we liever iets zouden eten dat wat meer aangepast is aan het westers smaakpallet - sympathiek, maar we hebben toch het gevoel dat we het beste gemist hebben. Toch een eervolle vermelding omdat het altijd leuk is om een oosterse of exotische keuken aan te treffen in een hotel.

 

 

Interview met Tiberius, hotelmanager

Tijdens de tweede dag van ons verblijf gaan we in het hotelrestaurant even samen zitten met hotelmanager Tiberius, die zo vriendelijk is geweest om zich beschikbaar te houden voor ons, ondanks het feit dat we pas een half uur na het afgesproken tijdstip de trap af komen stappen.

Kan je ons iets vertellen over Hotel 55?

De zaak opende hier vijf jaar geleden en sindsdien zijn we een boetiekhotel. We zijn overigens het enige hotel van dat soort in Ealing. Er zijn 26 kamers, net als een appartement met een slaapkamer. In de meeste gevallen gaat het om double rooms. We hebben ook een bar die 24 uur op 24 uur open is voor ons cliënteel.

Voor mensen die buiten het hotel wonen gaat die wel vroeger dicht, niet waar?

Klopt. De bar is ook open voor mensen die hier niet verblijven en wel iets willen komen drinken, maar voor hen sluiten we om elf uur 's avonds, of om half elf op zondagen. Ons restaurant is open voor ontbijt, lunch en diner. Voor die laatste twee maaltijden bieden we Japanse keuken aan.

Is er een specifieke reden waarom jullie hebben gekozen voor oosters eten?

Nee, er is geen specifieke reden voor, de overeenkomst tussen het Japans restaurant en het 55 is eerder toevallig tot stand gekomen. Oorspronkelijk bevond het restaurant zich tegenover het hotel, maar er is toen besloten om het restaurant naar het hotel te verplaatsen. In die periode was er hier geen restaurant, maar we wilden onze gasten eten kunnen geven en die beslissing is heel goed uitgedraaid voor ons. Vaak is het weer niet zo goed en dan wil je de mogelijkheid om dit soort diensten aan te bieden. Dat is heel belangrijk voor ons en zo moeten de mensen die hier verblijven niet naar buiten om nog te gaan lunchen of dineren.

 

 

Het is inderdaad een tiental minuten stappen naar de eerste knoop van restaurants. Er lijken ook niet veel andere hotels te zijn in de buurt...

Er zijn niet veel hotels in Ealing. Op dit eigenste moment zijn er wel plannen voor andere hotels, zoals een Travelodge.

Denk je dat die ook meer mensen naar hier zullen trekken, of zie je dat vooral als concurrentie?

Er zal natuurlijk meer competitie zijn en daarom is het belangrijk om onze standaard hoog te houden. We willen daar echt veel aandacht aan schenken. We moeten de voordelen aan onze zijde halen, zodat we de andere hotels op een of andere manier voor kunnen blijven.

Wat zijn die voordelen volgens jou dan precies?

We denken dat we anders zijn, we zijn een uniek product. We hebben een klein eigendom, zoals ik al zei; 46 kamers in totaal, en er zijn hier nooit meer dan 45 tot 55 mensen. Daarom kunnen we gemakkelijk op elk individu letten, terwijl andere eigendommen die groter zijn het misschien een beetje een uitdaging vinden om een persoonlijke service te kunnen bieden. We willen iedereen een heel goede service kunnen geven, we kijken naar waar de klanten voor betalen, naar wat het doel is van hun trips, enzovoort.

 

 

Ben je er zelf al sinds het begin bij?

Nee, ik ben erbij gekomen in februari 2009, dat is dus twee jaar geleden. Sindsdien zoek ik een constante graduele verbetering op alle gebieden: gastenrelaties, verkoop, hotelmanagement... We denken dat we het goed aan het doen zijn, dat we onze standaard omhoog hebben getrokken, dat we onze sales hebben aangescherpt en dat we een mooi imago hebben opgebouwd.

Wat vind je zelf speciaal aan het hotel?

Iets uniek is dat het een goede combinatie is tussen verschillende dingen. Zo is het hier rustig, maar toch kijken we uit op een drukke straat. We bevinden ons niet ver van het Londense stadscentrum, maar toch ligt Ealing wat apart en is het een populaire plaats om zaken te doen.

En het metrostation bevindt zich vlak om de hoek.

Inderdaad: de toegang ligt vlak achter het hotel, dat is dus heel gemakkelijk als je gewoon direct het hotel wilt binnenstappen!

Is er iets dat je hier in de nabije toekomst zeker nog wilt verwezenlijken?

Ik wil vooral verder doen met waar ik al mee bezig was: een constante graduele verbetering; Ik denk dat we alles hebben gedaan wat we konden, maar er zijn nog aspecten die we willen verbeteren. Zo willen we de specificaties van de kamers aanpassen, bijvoorbeeld door grotere tv's te plaatsen. We hebben recentelijk ook espressomachines aangekocht voor in de kamers, wat mensen niet verwachten om daar aan te treffen. Je kunt dan kiezen tussen een gewone koffie en espresso.

 

 

Proberen jullie een bepaald doelpubliek aan te spreken of wil je een brede groep aanspreken?

We zoeken niet naar een specifiek marksegment, we willen niet selectief zijn. Het is vooral onze bedoeling dat mensen content zijn over ons product, dat ze blij zijn wanneer ze het hotel verlaten, enzovoort. Dat is de manier waarop we de meeste geregelde en gelukkige gasten creëren.

Wie heeft trouwens voor de inrichting van het hotel gezorgd? Er hangt hier vrij veel behoorlijk smaakvolle moderne kunst.

De persoon die het hotel recentelijk opnieuw heeft ontworpen en beschilderd heet Andre Peypers, een Zuidafrikaanse artiest die al enkele jaren in het VK woont. Hij wordt gezien als een van de beste moderne artiesten in het Verenigd Koninkrijk. Ik praat nu over de schilderijen in de kamers. Het oorspronkelijk ontwerp is door iemand anders gedaan. Andrew moest normaal gezien van de tweede verdieping naar het gelijkvloers gaan, maar dat moet hij nog doen. Hopelijk begint hij opnieuw in april.

Misschien komen we dan nog wel eens terug!


Interview met Shigeru Kondo, eigenaar restaurant Momo

Een dag voor we gaan eten in zijn restaurant, Momo, spreken we met eigenaar Shigeru Kondo. 's Mans eigen land is sinds enkele dagen getroffen door een allesverwoestende aardbeving en een daaropvolgende aardbeving, en kreunt ook nog eens onder een nakende nucleaire ramp en dus staan we erop om eerst ons medeleven te betuigen. In een salonhoek van het restaurant worden er op dat moment continu beelden getoond van de grotendeels vernielde streek, een grimmig alarm van wat ons ook zou kunnen gebeuren die nog meer indruk achterlaat omdat het geluid uitstaat en de stille beelden daardoor nog twee keer zo hard roepen om bekeken te worden. Desondanks blijft onze gastheer zijn gedistingeerde zelf en antwoordt hij zonder veel emotie te verraden op onze vragen.

Tiberius, de hotelmanager, wist ons te vertellen dat jouw restaurant zich vroeger buiten het hotel bevond. Wat maakt dat je de zaak naar hier verhuisd hebt?

Ik zal het utleggen. Oorspronkelijk had ik anno 1979 een restaurant geopend in centraal Londen, in Baker Street. In die tijd waren er maar 12 Japanse restaurants in het hele Verenigd Koninkrijk. Ik heb de zaak open gehouden tot januari 2001. Daarna heb ik het verkocht en Momo geopend in 2003. Ik had trouwens ook een karaokebar in Soho.

70 procent van onze klanten bestond uit Japanse zakenmannen en 30 procent uit kosmopolitische klanten. Daardoor werd het tijdens de crisis heel moeilijk om de zaak te behouden en heb ik ze verkocht. Ik had natuurlijk ook de karaokebar, maar die kon ik niet goed meer runnen omdat de kosten heel hoog waren en de Japanse economie in elkaar uit gestuikt.

Als het slecht gaat met de Japanse economie, lijdt mijn zaak daar ook onder omdat we vooral Japanse klanten hebben. In 2003 ben ik dus een klein restaurantje begonnen, Momo, hier net ietsje verder op Queen's Drive. Het hotel was daar vlakbij en drie jaar geleden zijn we verhuisd naar hier.

 

 

Is er volgens jou een groot verschil tussen het runnen van een hotelrestaurant en zorgen voor een alleenstaand restaurant?

Het is een andere ervaring omdat we hier vooral klanten krijgen die al weten dat we hier zijn. Er komen weinig toevallige voorbijgangers binnenkijken, maar de meeste mensen uit de buurt weten wel dat we bestaan en er is veel mond-tot-mondreclame;

Hoeveel hotelgasten komen eigenlijk ook in Momo eten?

Ik denk dat ongeveer 5 procent van de hotelgasten hier komt eten, we trekken nog steeds vooral Japanse zakenlui en tijdens weekends Japanse families en wat lokale bevolking aan. Japanners kiezen steevast voor een Japans restaurant omdat Japans eten heel lekker is. Wanneer het voedsel kwalitatief goed is, willen veel mensen er ook iets voor doen.

Tokio heeft van de Michelingids al vanaf het eerste jaar dat men daar beoordelingen gaf heel wat sterren gekregen. Dat ligt echter niet alleen aan het eten zelf, maar vaak ook aan de bediening...

Ja, de kwaliteit van de dienstverlening. We serveren hier traditionele gerechten, al is de tijd nu aangebroken om een beetje van stijl te veranderen en voor een modernere Japanse keuken te gaan. Smaak is belangrijk, maar het eerste is kijken, met de ogen. De presentatie is heel belangrijk.

De Japanse chef van Loews Las Vegas vertelde ons eens dat Japanse chefs meestal geschoold zijn in ofwel de warme, ofwel de koude gerechten en tradities. Geldt dat ook voor jullie koks?

We hebben vier chefs. Een van hen houdt zich bezig met de sushi en sashimi, terwijl een andere verantwoordelijk is voor de warme gerechten. We proberen ook de trends wat te volgen, want jonge Japanners veranderen vaak van levensstijl en daardoor is het moeilijk om bij de les te blijven. We proberen alvast te allen tijde ons best t e doen!

Kan je tot slot nog even zeggen waarom mensen hier zouden moeten komen eten en nergens anders in de buurt?

Omdat ze eten zoeken dat nog op de traditionele manier is klaargemaakt, iets dat niet te vergelijken valt met de andere restaurants, met goede chefs en een goede service, gekoppeld aan een gemiddelde prijs. Zo beginnen mensen te praten over het restaurant en komen ze later ook terug.

Hotel 55

55 Hanger Lane
London
W5 3HL
United Kingdom

Telefoon: +44 (0)20 8991 4450
Fax: +44 (0)20 8991 4451

Website: www.hotel55-london.com
E-mail: info@hotel55-london.com

 

Epoque Hotels

Telefoon: +1 305 538 9697
Fax: +1 305 573 5773

Website: www.epoquehotels.com
E-mail: reservations@epoquehotels.com

 

Dirk Vandereyken

Tekst: copyright Dirk Vandereyken 2011

Foto's: copyright Kim Van Houtte 2011

 

 


Gastenappartementbespreking: Antwerpen - Aplace

11/03/2011

Er wordt wel eens gezegd dat luxe verkoopt. Nog belangrijker is echter dat luxe blijft verkopen. Het duurdere marksegment is immers minder onderhavig aan de problemen die een recessie met zich meebrengt en blijft de beter gegoede klanten doorgaans relatief gemakkelijk aantrekken. Niet verwonderlijk, dus, dat we in deze rubriek vaak vier- of vijfsterrenhotels bespreken. Ook bed & breakfasts zijn tegenwoordig niet zelden erg moderne, luxueuze verblijfplaatsen geworden. Een ander alternatief hebben we vooralsnog echter niet behandeld: gastenappartementen. De nadruk ligt hier op potentieel langere verblijven, al zijn de meeste gastenappartementen ook voor maar een of twee nachten te huren. Een voorbeeld is het gezellige en uitstekend gelegen Aplace, dat gerund wordt door de sympathieke en down to earth Karin Nassen. Wij trokken onze spreekwoordelijke tenten er een paar daagjes op...

  

Locatie

  

Vraag aan honderd Antwerpenaars wat het kloppend hart van hun stad is en je krijgt wellichte een tiental verschillende antwoorden, maar wat ons betreft, is het de Groenplaats: centraal gelegen, gemakkelijk bereikbaar met zowel tram, bus als metro, voorzien van een ondergrondse parking, thuishaven voor het Hilton en goede uitvalsbasis voor zowel feestvierders als cultuurkenners en gastronomen. In de buurt vind je onder andere de kathedraal, toprestaurants als 't Fornuis en Dôme, de Nationalestraat en de kaai. Ook op een steenworp afstand: de Vrijdagmarkt, waar volgens eigenares Karin elke week heel interessante tweedehands meubelen en fietsen op de kop kunnen getikt worden. Op de hoek van de markt en de Drukkerijstraat bevindt zich het gezellig praat- en eetcafeetje In de Roskam en daarboven vinden we ook Aplace terug.

 

 

 

Een roskam is een ijzeren kam die gebruikt wordt om paardenharen mee te reinigen en het is ons niet helemaal duidelijk hoe je daar in godsnaam in kunt blijven zitten, maar het is sowieso erg handig om als gast gewoon naar beneden te kunnen gaan om daar iets te drinken of te eten. Aplace zelf bevindt zich een korte trappenklim hoger; niet geschikt voor onze gehandicapte medemensen, maar wel leuk voor wie zich graag 'thuis' voelt.

 

Interieur

  

Als je voor een korte periode een appartementje huurt, is het gewoonlijk de bedoeling dat er een aantal aparte kamers zijn en dat alles goed uitgerust is. Op dat vlak stelt Aplace alvast zeker niet teleur: Karin heeft alles ingericht naar eigen smaak en blijkt een voorliefde te hebben voor platen en een erg huiselijk, behoorlijk warm interieur. Een beetje retro, dus, en daar is zeker niets mis mee.

 

 

De hoekliving situeert zich toepasselijk centraal en biedt toegang tot de slaapkamer, het keukentje en - via een tussengang - tot het toilet en de badkamer. Enkele blikvangers zijn het zwarte, bijna antieke kacheltje, een aantal lp's (van onder andere Abba, Michael Jackson en The Sound of Music) die tegen de muur staan uitgestald, een oude, gezellige zetel en het tv-meubel. Dat laatste lijkt wel representatief te zijn voor de hele sfeer in Aplace: we vinden er zowel magazines als strips (Suske en Wiske), een volledige verzameling van Snoeck (beginnend vanaf 1980) en een haast antiek aandoende platenspeler terug. Een modernere tv, een simpele dvd-speler en een aantal goed geplaatste planten maken het geheel af. Leuk!

 

 

Nog leuker: wanneer we Aplace bezoeken is het vrij warm en dus kunnen we de vele grote, wit omlijste ramen met plezier opendoen. De aanblik op de Vrijdagmarkt is echt aangenaam: dit is een plek waar geleefd wordt, zonder dat er veel lawaai te horen is. Stedelijk, maar toch gezellig, buitenshuis maar toch huiselijk, simpel maar toch doordacht: het zijn enkele tegenstellingen die hier toch samenkomen.

 

 

De slaapkamer wordt volledig gedomineerd door het bed, al leiden de foto's van wijlen koningin Boudewijn en de nog steeds actieve koningin Fabiola wel een beetje af. Wij houden het graag romantisch zonder pottenkijkers en draaien het duo dan ook met het gezicht naar de muur, maar kunnen de lichtjes excentrieke en eclectische smaak van de inrichtster wel appreciëren.

 

 

Enkele andere zaken die we wel leuk vinden? De gedateerde wereldkaart, de goed gestockeerde keuken, waar meer dan voldoende glazen, tassen, potten, pannen en ander gerief staat om mee te kunnen koken en waar ook al gedacht werd aan zaken als thee, olie, azijn en schoonmaakmiddelen en het feit dat de zonnestralen geen moeite lijken te hebben om onze verblijfplaats te komen verwarmen. Bovendien blijkt Karin zeker betrokken te blijven bij haar gasten. Dit is geen bed & breakfast, maar onze gastvrouw laat wel duidelijk zien dat ze om het comfort van haar klanten geeft en luistert voor we weer vertrekken ook heel aandachtig naar onze feedback.

 

 

Goed, de badkamer is niet onze favoriete plaats op aarde, al zijn de nodige spulletjes ook hier aanwezig, maar Aplace pretendeert dan ook geen luxeappartement te zijn. Het is duidelijk dat men hier in het opzet is geslaagd: dit is een beetje een home away from home, behalve dan misschien als je gewend bent om thuis in een dure villa met de nieuwste domotica te zitten. Wie op zoek is naar een fantastische, centraal gelegen locatie en het familiaal of gewoon gezellig zonder exuberante franjes wil houden, weet dus waar naartoe.

 

 

Aplace

  

Vrijdagmarkt 12

2000 Antwerpen

 

www.aplace.be

sleep@aplace.be

 

Telefoon: +32 (0)473 735 650

 

Dirk Vandereyken

  

Tekst: copyright Dirk Vandereyken 2010

Foto's copyright Kim Van Houtte 2010


Hotelbespreking: Londen - Draycott Hotel

14/02/2011


Een hotel hoeft niet groot en modern te zijn om vijf sterren te verdienen. Meer, zelfs: niet elk luxehotel heeft een eigen sauna, fitness en zwembad. Het Draycott Hotel in Londen is daar een goed voorbeeld van, een romantisch en erg charmant onderkomen waar gasten niet naartoe trekken om aan de spieren te werken, maar wel om in alle rust van de typische Engelse gastvrijheid te genieten.

 


 

Ontvangst

 

Het Draycott Hotel bevindt zich op nog geen 200 meter van Sloane Square. Niet bepaald in het centrum van Londen, dus, maar toch ook niet ver van het Victoria Station en erg gemakkelijk te bereiken via de ‘Underground’. Wij komen ’s ochtends al heel vroeg aan en moeten jammer genoeg doorheen het gekende Londense druilerige weer trekken voor we de oude Edwardiaanse rode bakstenengebouwen van Cadogan Gardens bereiken. Het hotel zelf was vroeger gekend als het Cliveden Town House en omvat drie huizen. Dat hier vroeger gewoon in gewoond werd, is nog duidelijk te zien: de gevels zien er authentiek uit en enkel een bord verraadt dat we met een hotel te maken hebben.

 

Voor ons hijst een nieuwe gast nog zijn zware koffer de tien treden tellende trap op, waar hij onmiddellijk geholpen wordt door een vriendelijke portier. Wij volgen zijn voorbeeld met onze trolleys en worden al snel naar een erg gezellig bureautje begeleid, waar we uitgebreid welkom worden geheten. Er wordt ons ook gewezen op de vele gratis extraatjes die je als gast krijgt. Die stoppen immers niet enkel met draadloos internet, maar met de beschikbaarheid van een PlayStation en games (er wordt ons niet gezegd of het om een PS2 of een PS3 gaat en we vergeten het eerlijk gezegd ook te vragen), gratis thee en biscuits om 4 uur ’s namiddags, gratis champagne om zes uur en gratis warme chocolademelk om half tien ’s avonds. De roomservice is godzijdank 24 op 24 uur beschikbaar en ook de receptie sluit nooit, altijd handig als je er onconventionele uren op nahoudt. Er is zelfs een chauffeurdienst en vanzelfsprekend staat men ook altijd klaar om te helpen met alle mogelijke (al dan niet toeristische) vragen. Met de ontvangst zit het dus al meteen goed.

 


 

Interieur

 

Veel Engelser dan wat we aantreffen in het Draycott Hotel kan een interieur wellicht niet zijn: de edwardiaanse stijl wordt ook binnen een beetje doorgetrokken, met donkerhouten meubels, rode bekleding en tapijten met bloemmotieven, lusters, lantaarns en lage stalampen. Jammer genoeg zijn we veel te vroeg en moeten we nog een paar uur in de studeerkamer wachten voor onze kamer klaar is. We zijn echter allebei nog wat moe en slagen er dan ook in om van de magazines en kranten af te blijven, al trakteert men ons wel nog op een kopje thee.

 

Nog voor we de deur opendoen, weet het hotelpersoneel ons al te verrassen door onze naam op de deur te plaatsen. Een leuk detail dat aan alle gasten wordt geboden. Eenmaal we onze kamer betreed hebben, merken we allebei onmiddellijk de teddybeer op die rustig op ons bed heeft plaatsgenomen. Er hangt een briefje aan vast met daarop (in het Engels, uiteraard): ‘Verzorg me alsjeblieft goed maar neem me alsjeblieft niet mee naar huis. P.S.: Ik heb wel veel familieleden aan de receptie die ervan zouden houden om te reizen.’ Een heel leuke attentie, al probeert men duidelijk ook wat ‘neefjes en nichtjes’ van ons tijdelijk cadeautje te verkopen. Overigens worden we niet enkel opgewacht door de heer Teddy, maar ook door een pakje Engels ‘shortbread’ (een Schotse biscuit met volle botersmaak) met vanille en chocolade.

 


 

Nadat we onze opgevulde vriend begroet hebben, wordt het tijd om de kamer wat meer te verkennen. Onze ramen blijken open te kunnen, maar laten absoluut geen geluid door. Het postvictoriaans meubilair ziet er antiek uit, het bed is meer dan groot genoeg voor twee en onze (vrij ruime) kamer blijkt goed uitgerust te zijn met onder andere een tv (satellietontvanger incluis), een minibar (met daarin zowel water als fruitsap en een assortiment aan sterke drank), een kluisje, een ietwat ongezellige maar grote badkamer (met een combinatie douche en bad) en – niet onbelangrijk – een eigen open haard. De meeste suites zijn overigens ook voorzien van een wasmachine met droger en dat is heerlijk als je van plan bent om wat langer te blijven. Wel heb je te maken met Engelse stopcontacten, een stekker van het thuisland is zonder een adapter dus nutteloos.

 

Omdat onze laptop niet goed werkt, trekken we vaak naar een gemeenschappelijke ruimte, waar er steeds een computer met (gratis) internetaansluiting klaarstaat. Tussendoor stappen we vaak heen en weer naar het aanpalende (en overigens heel gezellige) salon, waar we ons geregeld tegoed doen aan de gratis extraatjes. Er wordt daarbij overigens niet gekozen voor de goedkoopste biscuits of champagne, altijd leuk!

 


 

Ontbijt

 

Het Draycott Hotel kent niet echt een eigen restaurant, maar er is wel een aparte en vrij intieme ontbijtkamer die uitkijkt op de straat. Het ontbijt wordt uitgestald in een hoek, maar er wordt uitgebreider gekookt in het keukentje, zodat je jezelf niet hoeft te beperken tot wat onmiddellijk voorhanden is; zoals boterkoeken, croissants, beleg, brood, een drietal soorten fruitsap en zelfs worcestershiresaus en tabasco. Zo kan je natuurlijk om een volledig Engels ontbijt vragen, inclusief ‘black pudding’ (bij ons gekend als bloedworst), paddenstoelen en gegrilde tomaat. Wij kiezen echter voor een veel gezonder alternatief: zalm met eieren, al vragen we eerst om enkel het eiwit te gebruiken, wat onze in een goudkleurige vest gehulde dame ook meteen met de glimlach doet.

 

Bij een ontbijt, lunch of diner valt het ons altijd op dat veel (oudere) koppeltjes niet bepaald veel plezier aan het maken zijn. Soms lijkt het hotelbezoek eerder een verplicht nummertje te zijn en ook nu weer zien we verschillende mensen stilletjes de krant lezen in plaats van met elkaar te praten. Een man blijkt echter veel communicatiever te zijn: de Amerikaanse Johnny Jet, een collega-reisjournalist die op het moment dat we binnenkomen al foto’s aan het maken is. Het wordt een erg leuk ontbijt waarbij we heel wat anekdotes en verhalen uitwisselen met Johnny, die op zijn  eigen blok ook over het Draycott Hotel geschreven heeft.

 

Conclusie

 

Sportievelingen die het Draycott Hotel aandoen zullen ergens anders moeten fitnessen, maar wie een erg rustig, romantisch hotel zoekt dat de iets traditionelere geest van Londen perfect weergeeft, hoeft niet verder te zoeken dan het Draycott Hotel! Wij hebben alvast genoten van ons verblijf.

 

Draycott Hotel

 

26 Cadogan Gardens

Londen

SW3 2RP

Engeland

 

www.draycotthotel.com

Reservations@draycotthotel.com

 

Telefoon: +44 (0)20 7730 6466

Fax: +44 (0)20 7730 0236

 

 

Dirk Vandereyken

Tekst: copyright Dirk Vandereyken 2010

Foto’s: copyright Kim Van Houtte 2010


Hotelbespreking: Valencia - Mas de Canicatti

10/01/2011

 

Wanneer je lid bent van een exclusieve hotelgroep als Relais & Chateaux draag je dat natuurlijk graag uit naar de buitenwereld. De toegangsvoorwaarden zijn immers streng: exclusiviteit, luxe, een uniek karakter, een exquise keuken en specifieke kenmerken die je onderscheiden van ketenhotels. In Vilamarxant, op ongeveer 30 kilometer van Valencia, vonden we het fantastische Mas de Canicattí, een prachtig hotel waarbij de 'mas' niet slaat op 'meer', maar wel op het landhuis waaruit de gastenkamers zijn gegroeid.


 

Onderweg

 

Spanjaarden zijn niet gekend om hun kennis van andere talen en dat ondervinden we ook wanneer we van Valencia naar Vilamarxant proberen te geraken. In het busstation kan zelfs de dame die het informatieloket beheert geen Engels praten en wanneer we vragen welke buslijn ons het dichtst bij vilamarxant kan brengen vangen we dus overal bot. De taxi kost ons ongeveer 40 euro, maar eenmaal aangekomen in het hotel blijkt er wel degelijk een andere optie te zijn: de metro brengt reizigers van Valencia tot het mooie Llíria en van daaruit is het een busreis van maar enkele minuten tot het dorpje waar Mas de Canicattí aan grenst.

 

 

Eerlijk: Vilamarxant is geen mooi onderkomen, maar het hotel ligt een drietal kilometers daarbuiten, in het midden van oogverblindend natuurgebied, tussen naald- en appelsienbomen. Via de hoofdweg kronkelt een straatje heen en weer als een slang, waardoor je een paar minuten kunt genieten van het grondgebied rond de gebouwen voor je de receptie bereikt. Het is een trip die ons doet denken aan de reis tussen Las Vegas en het Loew's Hotel in Lake Las Vegas, een ervaring die ons het beste doet vermoeden.

 

Eenmaal aangekomen, geraken we onder de indruk van de fantastische geuren. Overal waar we komen is het puur genieten geblazen van de oranjebloesem, de houtaccenten en de pure lucht, een echte luxe voor wie vooral in de stad vertoeft. Ook de ruime vertrekken waar de familie Canicattí heeft gewoond zijn inspirerend. De meubels zijn gebleven, maar het geheel is omgetoverd tot vijfsterrenhotel. De ontvangst is navenant: we worden erg hartelijk begroet en men neemt ruim de tijd om met ons te praten en ons wegwijs te maken, waarna we naar onze koninklijke suite worden begeleid. Mas de Canicattí kent twee gebouwen met kamers: de oorspronkelijke Masia, met zestien ruime kamers en drie suites, en het veel nieuwere, moderne Green Building, met nog eens twee suites en zes koninklijke suites.

 

 

Suite

 

De buitenkant van het Green Building is verraderlijk: een witte kubus die maar een eindje boven de grond uitsteekt. Binnenin worden we getroffen door de moderne architectuur, waarna een lift ons naar beneden brengt. Daar blijkt het gebouw veel groter te zijn dan we oorspronkelijk ingeschat hebben en hetzelfde geldt voor onze suite: een witte gang met links de deur naar het eerste toilet leidt naar een ruime living waar al een schaaltje met vers geplukte appelsientjes klaar staat. Het meubilair wordt gevormd door een houten tafel (met daarnaast internetaansluiting, de ethernetkabel krijg je aan de receptie) met bijpassend kastje, een zwarte driepersoonszetel, een witte stoel en een stalamp. In de hoek hangt een kleine tv. Meest opvallend zijn de vertikale lichten die in de muur zijn gemonteerd en bijna van de vloer tot het plafond lopen.

 

 

Twee grote met goud beschilderde schuifdeuren verbergen de knappe slaapkamer, waar eveneens een paar klassieke meubelstukken worden gecombineerd met strak en elegant ontwerp. De kamer wordt, zoals dat hoort, gedomineerd door het grote bed en ook hier is een tv te vinden. Engelstalige kanalen hoef je wel niet echt te verwachten, maar verder is er wel voldoende keuze. Een lichtjes antiek ogende dvd-speler zorgt voor de nodige entertainment voor mensen die toch een filmpje willen meepikken.

 

De badkamer is het modernst, met twee gele wasbakken (de vriendin van ondergetekende journalist staat erop om haar eigen kant te hebben), een tweede, afgescheiden toilet met opnieuw een 'gouden' plaat aan de wand en een ruimte waar zowel een bad met jacuzzimogelijkheden als een stadouche te vinden is. Het water wordt weggevoerd via de plankjes in de vloer zelf, wat zorgt voor een erg natuurlijke ervaring.

 

 

In de minibar geen alcohol of eten, maar wel een atssortiment aan drankjes. Alles is bovendien gratis, zodat gasten nooit voor onaangename verrassingen kunnen komen te staan.

 

Wat de koninklijke suite helemaal afmaakt, is het mooie en erg gezellige terras, dat niet alleen een fantastisch uitzicht op het omliggende terrein biedt, maar ook een eigen privézwembad bevat. Zonder verwarmd water, evenwel, waardoor enkel ijsberen er in koudere periodes van zullen kunnen genieten.

 

Minpuntjes? Niet echt, of het moet het gebrek aan anderstalige zenders of het ietwat stugge wc-papier zijn. Een knappe suite!

 

De Orange Spa & fitness

 

Hotelgasten kunnen gratis gebruik maken van de Orange Spa, waar inderdaad sinaasappelkleurige cirkels getekend staan. Behandelingen kosten vanzelfsprekend extra, maar het wellnesscentrum zelf is ook voor wie geen massages vraagt een leuke belevenis. De sauna is meer dan toereikend, de aparte open ruimte is overdag extra gezellig en het zwembad is ronduit subliem: overal vind je knoppen die waterjets in actie zetten en de grote sproeiers brengen de termen van Spa in gedachten, maar dan in privé-uitvoering. Overigens zijn de kleedkamers goed uitgerust en vinden gasten in hun kamers de nodige badjassen en sloffen. Een bezoekje zeker waard!

 

Enig smetje op de faciliteiten is de kleine, oranje fitnessruimte, waar wel vrijstaande gewichten en matjes, maar geen aparte banken te vinden zijn. Een hometrainer, een fietsje en een loopband die op het moment van ons bezoek niet lijkt te werken zijn voor fans van cardiovasculair werk een beetje te weinig en ook de andere andere apparaten bieden geen volledige oplossing voor een goede workout. Spijtig, maar wellicht gemakkelijk te verhelpen.

 

Het hotel

 

Rustieke charme in de Masia, een modernere leidraad in het Green Building: voor elk wat wils, dus. Wie een echt gezellige, gemeenschappelijke plaats opzoekt, kan terecht in de salonruimte, waar je niet alleen drankjes kunt nuttigen, maar waar ook een piano staat. Lang geleden, trouwens, dat we nog eens een échte open haard hebben gezien, met écht hout, écht vuur en - een klein beetje - échte rook. Het is bovendien allemaal erg ruim, zonder dat het geheel aan gezelligheid inboet. En dan hebben we het nog niet over het buitenzwembad gehad, waar sommige hotelgasten samentroepen om van de zon te genieten. Tijdens ons bezoek begin januari is het in België overigens 2 graden... maar kunnen wij profiteren van een temperatuur die maar liefst achttien graden hoger ligt, zonder dat er ook maar een druppel regen valt.

 

Het omliggende gebied

 

Veel groen, terrasjes, tuinen, sinaasappelbomen en gezellige paadjes, maar ook twee tennisvelden, een pingpongtafel en in de buurt de mogelijkheid om te gaan paardrijden: wie zich verveelt in Mas de Canicattí, doet iets verkeerd. Goed, wie hier lang verblijft, zal ook wel eens naar de stad willen gaan, maar alle faciliteiten om zonder dat de verveling toeslaat te kunnen genieten van het hotel zijn hier aanwezig. Ook voor de gastronomie hoef je overigens nergens anders naartoe te gaan...

 

Restaurant El Càdec

 

 

Op het einde van een mooie, moderne gang annex tunnel, geflankeerd door planten, bieden twee brede deuren toegang tot het architecturaal pareltje El Càdec. Links: het restaurant, dat baadt in aardetonen en metaalkleuren. Modern, strak, met een grote buis die langs een kant van het plafond loopt en een glazen wijnkelder aan het uiteinde. Rechts: het bar- en cafetariagedeelte, waar je zowel cocktails als kleine hapjes kunt nuttigen. In het aansluitend artikel vind je een uitgebreide bespreking van het eten, maar laten we nu al zeggen dat de producten voornamelijk uit de buurt van Valencia komen en dat de chef, die twee jaar geleden de vorige keukenmeester heeft vervangen, een aardig potje kan koken. Duur is het ook niet: we kregen een heel lekker degustatiemenu van 65 euro per persoon en nuttigden de dag daarop een menu van 7 creatieve en erg mooi gepresenteerde tapas van 25 euro per persoon. De wijnen komen bijna allemaal uit de buurt, waardoor de prijzen behoorlijk laag zijn gebleven, al kunnen kenners zich ook tegoed doen aan enkele duurdere incontournables, zoals een fles Mouton Rothschild.

 

 

Conclusie

 

Een bezoekje aan Mas de Canicattí is een absolute aanrader, zeker voor wie met een eigen (huur)auto komt en zich even van het stadsgeweld wil onttrekken. Opvallend is trouwens de geweldige sfeer tussen het personeel, dat slechtst uit een dertigtal koppen bestaat. Zo konden we een late receptie voor Kerstmis bijwonen en zagen we enkel goede verstandhoudingen en lachende gezichten. Ook bij het trekken van de foto's werd het ons duidelijk dat dit team hecht aan elkaar hangt. De aanwezigheid van de zaakvoersters zal daar overigens mogelijk wel iets mee te maken hebben. Op elk moment konden we genieten van een topbediening en bovendien bleven we nooit lang op onze honger zitten als we een vraag hadden. En dan was er natuurlijk ook nog dat eigen zwembad... Niet te missen!

 

Interview

 

Tijdens de eerste dag van het verblijf hebben we een gesprek met de uitstekend Engels sprekende dochter van de eigenares, Alsara Calabrese. Onze gesprekspartner toont zich een heel aangename en joviale gastvrouw en al snel komen we meer te weten over haar hotel...

 

De taxichauffeur vertelde ons dat je een Italiaanse familie bent...?

 

Wel, ik ben half Italiaans. Ik ben geboren in Zwitserland en toen we hier kwamen, hebben we voor de sinaasappelbomen gezorgd. We noemden het gebied Cinca Canicattií, omdat mijn vader van Canicattí afkomstig is. Twintig jaar later hebben mijn moeder en ik het hotel opgericht. Omdat het huis binnen Cinca Canicattí ligt, hebben we het Mas de Canicattí genoemd. Mas betekent in Valencia immers 'masia' en dat staat voor 'landhuis'. Ik ben half van Canicattí en daarom hebben we de naam gewoon voortgezet.

 

Hoe lang bestaat het hotel al?

 

Zeven jaar.

 

Ik geloof dat je sindsdien ook een nieuw gebouw hebt opgericht, niet?

 

Juist. Het hoofdgebouw, de masia, bestaat ongeveer sinds 1994. In 2004 hebben we het restaurant en het wellnesscentrum gebouwd en in 2005 volgde het Green Building, waar de modernere kamers zich bevinden.

 

Hebben jullie andere architecten gebruikt om dat te doen?

 

Ja. Het huis is vele jaren geleden gemaakt door een architect en het hotel werd door een andere architect ontworpen.

 

Herinner je zijn naam nog?

 

Ancel Garcia Puerta heeft het hotel gebouwd, maar de naam van de architect die het huis heeft ontworpen herinner ik me niet meer, want ik was toen nog klein.

 

Heeft hij ook het interieur ontworpen?

 

Ja, dat is een mengeling van de smaak van mijn moeder en van hem. Bijna alle meubels hebben nog toebehoord aan wat ooit ons huis was. Garcia heeft daarrond gewerkt.

 

Dus je hebt het meubilair van het huis behouden?

 

Ja, alle meubels die je ziet, waar we nu zitten, behoorde toe aan het huis.

 

Waar wonen jullie dan nu? Op de hotelgronden of daarbuiten?

 

Nee, nee. We leven in Valencia. We hebben hier een klein huis en tijdens Nieuwjaar of als we bijvoorbeeld heel laat gedaan hebben met werken, blijven we wel eens hier. Ik denk echter dat je jouw privéleven niet moet mengen met jouw job, want uiteindelijk...

 

Geen bed & breakfast, dus [gelach]!

 

Tja, ik heb gestudeerd in Valencia en mijn vrienden zitten daar ook.

 

We zitten hier op 30 kilometer van de stad. Toen we hier naartoe kwamen, kostte het ons aanvankelijk wat tijd om te realiseren dat er geen openbaar vervoer van Valencia naar het hotel was. Het deed ons denken aan een ander hotel dat we vorig jaar bespraken in Lake Las Vegas, het Loews Hotel. Dat bevindt zich ook op ongeveer een half uurtje rijden van de stad. Het ligt ook tussen groene bomen. Net een oase, en er is ook geen openbaar vervoer. Het is ook behoorlijk luxueus. Wat voor mensen krijg je hier dan zoal over de vloer?

 

We krijgen heel verschillende soorten mensen. De gemiddelde leeftijd ligt - ik weet het niet - tussen de 30 en de 65, 70, maar we hebben heel veel verschillende types gasten. Ik kan niet zeggen: 'mijn belangrijkste gasten zijn elegante koppeltjes van 50,' want zo is het niet. Ik denk dat het ding dat hen allemaal verbindt de zoektocht naar vrede, rust en liefde voor de natuur is.

 

Daar ging ik ook naar vragen. Ik neem aan dat de meeste mensen op het grondgebied verblijven omdat ze niet elke dag tussen Valencia en het hotel zullen schipperen, niet? De meesten blijven hier?

 

Dat klopt. Als ze hier lang blijven, meer dan drie nachten, bijvoorbeeld, zullen ze misschien naar Valencia reizen of wat plaatsjes in de buurt bezoeken, maar anders blijven de mensen meestal hier. De ene dag kan je hier gewoon slapen en een boek lezen, de andere dag ga je naar het wellnesscentrum, speel je tennis of paddle, of loop je gewoon wat rond.

 

Hoe ver is het wandelen naar het dorp?

 

Drie kilometer.

 

Oh, dat is helemaal niet zo ver. Ik dacht dat het langer was.

 

Het is gewoon wat moeilijk omdat de weg naar het dorp doorheen de naaldbomen wat complex is. Meestal stappen mensen niet naar Vilamarxant, ze nemen de auto. Wil je van Mas de Canicattí naar Vilamarxant stappen?

 

Natuurlijk, het is niet ver, we moeten gewoon richtingen vragen!

 

Oké...

 

Jullie behoren tot Relais & Château. Alle hotels in die groep zijn heel luxueus en veel mensen weten niet wat het zoal betekent om er lid van te zijn. Hoe wordt iemand er lid van en wat betekent dat dan?

 

Ik herinner me nog dat ik met mijn ouders naar andere hotels van Relais & Château reisde voor we begonnen met dit hotel. Het concept is volgens mij dat elk hotel anders is, je zult nooit twee dezelfde onderkomens vinden tussen de 480 hotels binnen Relais & Château wereldwijd. De bedoeling is dat het management en de eigenaars binnen de dagelijkse organisatie zitten. Ze zijn een soort maîtres de maison. Dat is een van de dingen die gemeenschappelijk zijn aan alle hotels van Relais & Château. De gebouwen waar de hotels zijn ondergebracht moeten ook iets te vertellen hebben. Ze hebben bijvoorbeeld een geschiedenis die iets te maken hebben met de familie die er eigenaar van is. Ook heel belangrijk is de keuken. Het restaurant moet een hoog niveau hebben, anders is het niet mogelijk om lid te worden van de groep.

 

Het hoofd van Relais & Château, Jaume Tàpies, spreekt altijd over - hoe zeg je dat - spirituele luxe en ik denk dat het inderdaad daarrond draait: Relais & Chateau is spirituele luxe.

 

Wat gastronomie betreft: er zijn verschillende restaurants binnen Relais & Château met Michelinsterren. Is het moeilijk om een gastronomisch niveau te behouden dat hoog genoeg is en om een gepaste chef te vinden of te behouden?

 

Het betekent constant werken. Net als alles in het leven. Als je dat label wilt en niet kwijt wilt, moet je ervoor werken. Je moet ook de juiste persoon vinden.

 

Heeft het lang geduurd voor je de chef hebt gevonden?

 

Hij werkt nu ongeveer 2 jaar hier. We hebben andere grote chefs gehad, maar Alfonso begrijpt het concept van wat Mas de Canicattí is beter.

 

En wat is dat concept dan? Wat is Mas de Canicattí?

 

Een goede keuken met goede producten. We zijn niet op zoek naar Michelinsterren.

 

Waarom niet?

 

Omdat we, zoals je op onze website kunt lezen, veel sterren in de hemel hebben [lacht]! Nee, omdat we van onze zeven jaar lange ervaring weten dat onze gasten eten willen van een goede kwaliteit, maar ook een gezellige sfeer nastreven. Wanneer iemand hier bijvoorbeeld een week verblijft, kan je hem of haar niet elke dag een keuken van Michelinsterkwaliteit aanbieden. Een sterrenrestaurant heeft een uitstekende keuken, maar misschien wil je er niet zeven dagen per week eten.

 

Het zou alles ook duurder maken.

 

Natuurlijk. Ik denk dat je de juiste combinatie moet hebben tussen gerechten die een Michelinster zouden verdienen en simpelere gerechten, zoals rijsten, omdat we in Valencia zitten, of vis, omdat de zee maar dertig kilometer verder ligt.

 

Jullie wijnen zijn ook behoorlijk goedkoop. Je hebt mooie flessen, maar als je een Michelinster zou willen, zou het wellicht duurder moeten.

 

We hebben veel wijnen uitValencia. Die zijn meestal niet duur. Het hangt ervan af, want we hebbn ook dure wijnen, maar in El Càdec zoeken we naar iets dat belangrijk is voor Relais & Château: dat de keuken representatief is voor de plaats waar je bent, voor de geest achter alles. We werken hier met producten uit de buurt, uit Valencia en Alicante, bijvoorbeeld, en die zijn vaak niet zo duur. Dat zie je ook aan onze kaart.

 

Maar je hebt ook Mouton Rothschild!

 

Natuurlijk! We hebben Mouton Rothschild en andere wijnen! Die horen er ook bij.

 

De meeste flessen zijn echter niet zo duur, maar toch heb je een mooi assortiment, zodat je altijd de juiste wijn kunt vinden bij een gerecht.

 

We houden van een goede combinatie van een Mouton Rothschild en prachtige wijn uit de streek. Mijn gasten zijn heel verschillend en zoeken niet allemaal hetzelfde. Ik moet de mogelijkheid hebben om elke gast te kunnen aanbieden wat hij of zij graag heeft en daarom hebben we zowel dure als simpelere, maar toch uitstekende, wijnen.

 

Mijn laatste vraag - ik stel die aan het einde van elk interview: Laten we zeggen dat ik naar Valencia ga, waarom kom ik dan naar hier en niet naar een ander hotel?

 

Als je naar hier komt, kom je niet naar een stad, maar naar een bestemming. Dat is Relais & Château. Je komt naar Mas de Canicattí omdat je tussen sinaasappelbomen wilt zijn en je deze plaats wilt ervaren. Het is een bestemming.

 

 

Mas de Canicattí

 

Ctra. De Pedralba, Km 2,9

E-461í91 Vilamarxant (Valencia)

 

www.masdecanicatti.com

hotel@masdecanicatti.com

 

Telefoon: +34 96 165 05 34

Fax: +34 96 165 05 35

 

Dirk Vandereyken

 

Tekst: copyright Dirk Vandereyken 2010

 


Hotelbespreking Spa: New Castle

09/12/2010

 

NEW CASTLE

  

Zeg nu zelf: als je de keuze hebt tussen een standaard hotel in het midden van een voor toeristen interessante stad als Spa of een elegant herenhuis met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de negentiende eeuw op minder dan een kilometer afstand van het centrum, is de keuze toch snel gemaakt? New Castle is een Bed & Breakfast in het midden van de Waalse natuur. Letterlijk, want eigenaars Marisa en Pierre hebben toen ze het 'kasteel' in 2006 kochten niet alleen het huis zelf, maar ook het 10.000 vierkante meter grote park onder handen genomen.

 


  

Het is een korte trektocht die iets langer lijkt omwille van het wisselvallige weer en de rollende heuveltjes, maar  het statige herenhuis ligt  dus niet ver van het stadscentrum van Spa. Wie niet weet hoeveel werk er is gekropen in de renovatie van het domein, zou misschien verbaasd zijn om te zien dat er net binnen de buitenmuurtjes nog werkzaamheden aan de gang lijken te zijn, maar wij weten wel beter: het onderhoud van dit gebied moet zeker bloed en zweet kosten. Van de tranen zijn we minder zeker. Eventjes maken we ons ongerust wanneer er niet direct geantwoord wordt eenmaal we aan de voordeur verschijnen, maar dat wordt snel opgelost.. We krijgen een sleutel - lang geleden dat we in deze tijden van elektronische kaarten nog zo een exemplaar in handen hebben gekregen voor een bespreking - en worden naar onze suite gewezen. Die ziet er misschien wat ouderwets uit, maar iets anders zou wellicht niet passen in dit kader. Nochtans is elk van de drie beschikbare suites anders ingericht, al zijn de andere ruimtes tijdens ons bezoek nog niet helemaal klaar. De gebruikte belle epoquestijl heeft in ieder geval iets romantisch, met houten parket, een erg gezellig balkon en een groot bed. Of beter: twéé grote bedden, want er is nog een aparte slaapkamer aanwezig in dezelfde suite, waardoor een koppeltje hier gemakkelijk met een of twee kind(eren) terecht kan.

 

 

Ten tijde van ons bezoek moeten we het nog doen met een kleine tv, maar inmiddels staan er twee plasmaschermen in de 'Manor Suite'.  Dankzij de lay-out, met een eigen privé entreehal, is het voor de eigenaars gemakkelijk om 's ochtends ontbijt achter te laten, terwijl het comfort met radio, dvd en draadloos internet verzekerd is. Het carraramarmer in de badkamer (met dubbel bad), de lusters en het keukentje ogen niet bepaald modern, maar de sfeer is dankzij onder andere prachtige gordijnen absoluut verzekerd.


Tijdens ons bezoek krijgen we ook al de op dat moment nog niet afgewerkte jagersuite te zien. Nu zijn we zelf niet bepaald fervente jagers, maar het thema past uitstekend bij de omgeving en het gebruik van stukken boomstammen is een erg goed idee. Jammer dat we het uiteindelijk interieur niet te zien kunnen krijgen!

 

 

Met Marisa en Pierre hebben we twee dagen lang niet zoveel contact: het koppeltje gunt ons onze privacy, maar moet wel wakker gebeld worden wanneer we na een restaurantbezoek 's nachts aanbellen met de melding dat we onze sleutel zijn vergeten in de thermen van Spa. Gênant, en we kunnen zien dat ook onze gastvrouw niet bepaald gelukkig is met deze vergetelheid, maar de volgende dag rijdt ze wel zelf naar de stad om haar sleutel te gaan ophalen zonder dat wij kostbare tijd moeten verliezen. Knap. Voor ons vertrek wil Pierre het ook nog even hebben over onze artikels, waarop de man zich reveleert als een sympathieke gastheer, begenadigd verteller en wijnkenner. Bovendien blijkt hij héél goed op de hoogte te zijn van wat er zich zoal in de stad afspeelt, zoals het muziekfestival waar we tijdens het weekend enkele coverversies van uitstekende bands als AC/DC, Kiss en meer hardrock- en metalgeweld          aan het werk zagen en waar je zoal goed kunt eten. Daarbij valt de naam Le Grand Maur - dat we al bezocht hebben - en krijgen we ook inside information over lokale chefs en interessante keukens. Jammer, dus, dat we niet langer kunnen blijven praten, aangezien we al snel moeten vertrekken naar het treinstation, op weg naar een wellnessbespreking...

 

 

Interview

 

Vertel eens wat over het verleden van jullie B&B?

 

Het kasteel heeft een speciale geschiedenis. Ernest Gambart was een Belgische succesvolle zakenman   die hier vlakbij een kasteel had gekocht. Later heeft hij ook dit kasteel gekocht, vandaar de naam New Castle. Gambart was drie keer getrouwd geweest en drie keer weduwnaar geworden - een verdachte situatie, maar enfin. Hij had een maîtresse in Spa en dit eigendom heeft hij later aan haar gegeven.  In 1911 is het verkocht aan een Brusselaar die hier een tijdlang met zijn familie heeft gewoond, waarna zijn zoon hier nog gehuisvest is geweest. De vrouw van die zoon is vier jaar geleden gestorven, waarna wij het gebouw hebben gekocht en er een Bed & Breakfast van hebben gemaakt.  

 

Het idee om de B&B is begonnen omdat we een eigendom voor onszelf wilden, in een stad met een gezellige sfeer, en dicht bij de natuur. We wilden ook activiteiten kunnen organiseren, zoals kleine concerten of andere evenementen.

 

  

Vanwaar komt de motivatie om die activiteiten op het getouw te zetten?

 

We doen het vooral voor het plezier, om nieuwe mensen te leren kennen. Het is voornamelijk mijn collega die dat organiseert. We houden ervan om sfeer te brengen door muzikanten uit te nodigen om een klein concert te geven op deze unieke locatie.

 

We wilden ook dat onze chambres d'hote een verhaal hebben. Elke suite heeft een andere toets meegekregen. De eerste ademt een belle epoque sfeer uit, klassiek maar klassevol. De tweede suite baadt in een meer natuurlijke sfeer, met een jagersthema. In de badkamer staan zelfs echte bomen. We hebben het interieur wel nog niet helemaal afgewerkt zoals we het zouden willen [ondertussen zou dit wel moeten gebeurd zijn - red.], we zitten een beetje achter op schema, maar we zijn eraan bezig. Er is ook nog een derde suite op de hoogste verdieping die moet afgewerkt worden.

 

Wonen jullie al langer in Spa, of pas sinds de aankoop New Castle?

  

We wonen hier sinds we New Castle gekocht hebben. Dat is dus zo'n 3 tot 4 jaar geleden, maar we kenden de stad al heel goed, vooral dankzij de jaarlijkse stadsevenementen.

 

We doen op deze perstrip verschillende Waalse hotels en restaurants aan, want er zijn niet veel Vlamingen die deze buurt kennen. Waarom zouden Vlamingen naar Spa moeten komen?

 

Mensen hebben vaak een simplistisch idee over steden, vaak kennen ze die enkel op een oppervlakkige manier. Iedereen kent de Ardennen als een plek vol bossen met dennenbomen, natuur, enzovoort, maar op het vlak van gastronomie is dat veel minder het geval. Spa was twee eeuwen geleden het Dubai of St. Tropez van nu. Het was toen een kleine stad, maar hier waren twee hippodromen, een casino en meer. Alle religies en nationaliteiten waren hier aanwezig. Het was een kosmopolitische plaats waar altijd een vakantiesfeer hing. Mensen uit de hogere klasse kwamen hier om op adem komen en zich te amuseren of wandelingen te maken. Die sfeer is hier nog steeds aanwezig: je hebt de markt, de vlooienmarkt, allerlei evenementen doorheen het jaar... hier valt altijd iets te beleven.

 

 

Waarom zou ik naar New Castle komen en niet ergens anders?

 

Als je een ontvangst zoekt die persoonlijker is dan je kunt terugvinden in een groot hotel, met  een verblijfplaats op topniveau op een unieke locatie met een vriendelijke, amicale service. Via ons leer je de leuke plekjes kennen van Spa, van restaurants tot tentoonstellingen in musea en leuke plekken om een wandeling te maken.

 

Bed & Breakfast New Castle

Avenue de Barisart 231

4900 Spa

België

  

Telefoon: +32 (0)87 77 19 77

Gsm: +32 (0)496 48 43 34

  

E-mail: info@new-castle.be

www.new-castle.be

 

Dirk Vandereyken

Copyright Dirk Vandereyken 2010

Foto's interieur: Kim Van Houtte copyright 2010

Foto gevel: www.new-castle.be

  

 


Hotelbespreking: Londen - Hotel Rafayel

13/11/2010

'Een van de eerste milieuvriendelijke hotels ter wereld.' Dat is de slagzin waarmee het nieuwe Hotel Rafayel wordt aangeprijsd. Het hypermoderne gebouw van staal, glas en hout waar Rafayel is ondergebracht is inderdaad een innoverend bouwwerk, waar kosten noch moeite werden gespaard om de ecologische voetafdruk van de gemiddelde hotelgast in Londen zo klein mogelijk te houden. Wij gingen een kijkje nemen en geraakten behoorlijk onder de indruk van zowel het hotel zelf als van eigenaar Ike Latif, die zo gedreven over zijn missie wist te praten dat we ons in een uurtje tijd strijdvaardig achter de zakenman schaarden.

 

  

Locatie

  

Hotel Rafayel is niet neergepoot in het centrum van Londen, maar op de Left Bank (linkeroever) in Battersea, een stadswijk met 76.000 inwoners op ongeveer vijf kilometer ten zuidwesten van Charing Cross. Het is een weinig tot de verbeelding sprekende buurt die vooral bekend staat omwille van haar groot helikoptervliegveld. De met rotors aangedreven vliegende voertuigen zijn dus een vertrouwd zicht, terwijl ook een van de grootste dierenwinkels van de stad vlakbij ligt. Het bruisende stadsleven van Leicester Square, Covent Garden en Oxford Street is dus een eindje weg, maar dat hoeft zeker geen gemis te zijn: in het hotel zelf is er voldoende te beleven en zolang er geen vertragingen zijn rijdt bus 170 zowat elke 10 minuten naar Victoria Station, een rit die slechts een twintigtal minuten in beslag neemt. Bovendien biedt het hotel een shuttleservice aan die gasten in dezelfde tijd naar het mooie Clapham Common brengt, van waaruit Paddington in drie kwartiertjes kan bereikt worden. Wie in het midden van Londen de metro moet nemen, weet dat het transportsysteem van Londen uitstekend werkt, maar dat het soms even duurt om van de ene lijn naar de andere over te stappen, of gewoon om van een ingang naar de tramsporen te geraken, en dus vinden we de reistijden eigenlijk te verwaarlozen, zeker aangezien je toch tot redelijk laat nog ter bestemming kunt geraken. De locatie zorgt er overigens ook voor dat de prijzen heel erg schappelijk blijven, zeker als je bedenkt dat we hier met een heus vijfsterrenhotel te maken hebben.

 

 

Concept

  

Volgens eigenaar Latif zou Hotel Rafayel het eerste echt ecologische hotel in Londen zijn en we denken dat de man gelijk heeft. Zo wordt papier zoveel mogelijk gebannen. De documenten die we moeten tekenen zijn van gerecycleerd materiaal gemaakt, terwijl er enkel kranten in handig digitaal formaat beschikbaar zijn. Magazines zal je hier al bijna helemaal niet aantreffen, al laten sommige gasten geregeld wel wat achter. Plastic is al helemaal uit den boze: water wordt aangeboden in glazen flessen die na gebruik gewoon uitgekuist en opnieuw gevuld worden. Dat laatste zorgt samen met de verlichting, die exclusief uit ledlampen (80 procent efficiënter dan hun halogeenbroertjes) bestaat, voor een CO2-reductie van maar liefst 500.000 kilogram per jaar. Het airconditioningsysteem is zo gebouwd dat overtollige hitte naar andere delen van het gebouw wordt gesluisd, terwijl de ventilatie zo'n 70 procent van de warmte recupereert. De ingeplante bamboe geeft 35 procent meer zuurstof vrij dan gelijkaardige traditionele beplanting en zelfs het regenwater wordt opgevangen en gebruikt voor het bewateren van de planten. Van de milieuvriendelijke haardrogers tot de meubels van gerecycleerd leer en de grotendeels uit synthetisch hout bestaande deuren: de aandacht en zorg voor het milieu is hier indrukwekkend.

 

Dat men ook sociaal bewogen is, blijkt uit het feit dat kansarmen werden aangetrokken om deel uit te maken van het personeel. Het zijn lovenswaardige initiatieven die overigens ook bewijzen dat milieuvriendelijkheid, sociale bewustwording en economie hand in hand kunnen gaan: websites als Tripadvisor worden overspoeld met besprekingen over het hotel en nog voor de deuren opengingen waren er al zoveel reservaties binnengestroomd dat het hele project niet anders dan winstgevend kon zijn.

 

 

Interieur

  

Over de vorm van de buitenkant valt te twisten, maar binnenin ziet alles er piekfijn uit. In de lobby overheersen witte tinten, met grote glanzende vloerplaten, knusse zwarte en beige zetels en ronde witte pilaren. De kleine, afgeronde hoekbar oogt gezellig, maar is tijdens onze aankomst nog gesloten, terwijl een winkeltje in de lobby zich specialiseert in allerlei soorten kleurrijke 'cupcakes', die er wel mooier uitzien dan ze smaken (te suikerig). In de zalen boven overheersen dan weer aardekleuren. Niet verwonderlijk, aangezien er daar meer met hout wordt gewerkt, terwijl hier en daar ook beeltenissen uit de oosterse godsdiensten ophangen. De prachtige lusters maken het plaatje volledig: hier is het leuk om zakenlunches te houden, recepties te organiseren en vergaderingen te plannen! Nog gezelliger is het knappe dakterras, dat een zicht van 360 graden over de Londense skyline biedt. Er kunnen hier gemakkelijk trouwfeesten of zelfs concerten worden gegeven, al is het op het moment van ons bezoek misschien net iets te koud om hier lang rond te lopen zonder dat er extra verwarming wordt ingezet.

 

 

Onze kamer is vrij ruim, strak en modern: stijlvolle zwarte gordijnen, zwarte muurpanelen aan de kant van het bed en grijze tinten voeren hier de boventoon. Via onze televisie is zowat elke functie in de kamer te regelen, van kamertemperatuur tot lichten en muziek. Het duurt wel even voor we alles onder de knie hebben en voor we erin slagen om de temperatuur te veranderen moeten we even een telefoontje naar de receptie plegen, maar al snel slaagt men erin om alles in orde te brengen. Ook met de wificonnectie hebben we trouwens even moeite. Het zijn kleine ongemakken vergeleken met het aantal aangeboden diensten en het comfort dat hier aanwezig is. Vooral de aparte bureauruimte kan ons bekoren, al zou een aansluiting voor onze haardroger en ons scheerapparaat naast de spiegel in de badkamer welkom zijn geweest. Er zijn 65 van deze luxueuze 'smartrooms', 15 appartementen, een 'boardroom', een bibliotheek, vergaderruimtes die plaats bieden aan 150 mensen, een bakkerij, een champagnebar en een bloemist. Knap.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wellnesscentrum en fitness

  

Hotel Rafayel heeft een eigen 'spa' of wellnesscentrum waar vooral de mooie witte muren opvallen, of er nu plantmotieven en textuur of witte kiezelstenen zijn aangebracht. Buiten de verschillende behandelingen (die geld kosten) kunnen gasten er genieten van de jacuzzi, de sauna en de stoomkamers. De jacuzzi zelf is klein en ontbeert extra functies, maar blijft simpel om te gebruiken en een aanrader voor wie enkel met zijn tweetjes wil kunnen genieten. Er is zelfs een minizwembadje voor hydrotherapie, maar jammer genoeg is dat gedeelte afgesloten tijdens ons bezoek. Buiten de massages en andere lichaamsverzorgingen kan je hier overigens ook jouw haar, nagels of make-up laten doen. Wij laten ons tussendoor even masseren en merken op dat men hier zeker de nodige aandacht aan besteed, maar dat de massagetechnieken nog niet helemaal op punt staan. Jammer, maar misschien is het personeel hier gewoon nog wat onervaren.

 

Hotels kennen meestal kleine, slecht uitgeruste fitnessruimten, waar een paar multifunctionele maar slecht werkende apparaten doorgaans meer gespecialiseerde tuigen moeten vervangen. De mooie, knap uitgeruste en moderne fitnesszaal van Hotel Rafayel is dan ook een welkome verrassing. Meer, zelfs: in ons land zouden heel wat fitnessuitbaters jaloers zijn op de apparaten die hier staan te wachten. Vooral de pulleymachine maakt indruk. Het oogt allemaal ook erg mooi, mede dankzij de kunstwerken aan de muur en de netjes opgeborgen witte handdoeken. Ook een waterkraan en lege glazen ontbreken hier overigens niet, terwijl er zelfs fruit beschikbaar is voor de noodzakelijke koolhydraten net voor of na het trainen. Minstens even belangrijk is dat er meer dan voldoende losse gewichten aanwezig zijn, zodat elke zichzelf respecterende fitnessfanaat hier aan de slag kan gaan. Wie de moeite doet om een personal coach te boeken, kan dat trouwens ook doen: een geweldig initiatief!

 

Restaurant

  

Vergeet de Left Bank Brasserie en MyChelle's Baketique: eten doe je hier in het mooie en erg gezellige Banyan on the Thames. Het hotelrestaurant bevindt zich in een apart gebouw, maar toch moet je niet meer dan een paar meter door de open lucht stappen om het Banyan te bereiken. We gaan er zowel ontbijten als dineren en zijn in de eerste plaats aangenaam verrast door de bediening. Er werd een topmanager aangetrokken en ook de hoofdbarman kan ons bekoren. De charmante man heeft onder andere op een cruiseschip gewerkt en weet ons in een mum van tijd de lekkerste cocktails klaar te maken. Van de in paars en blauw gehulde kleuren en de krukjes aan de bar gaat het naar onze tafel, die via het raam een mooi uitzicht biedt op de Thames. Dankzij het feit dat de zaal een hoger en lager gedeelte heeft en in een boog ligt, zitten we er goed afgescheiden van de andere gasten, zonder dat er zoveel ruimte tussen ons is dat het allemaal ongezellig en koud wordt. Ook de wijnkeuze en het eten zelf mogen er wezen, wat onderstreept wordt door de 2010 Gold Award die het Banyan in de wacht sleepte bij Toptable.

 

 

Sigarenbar

  

Het lijkt een beetje haaks op het hotelconcept te staan, maar boven het Banyan is een heel gezellige sigarenbar gevestigd. Een groot gedeelte van deze zaak bevindt zich buiten, in een terras dat doet denken aan de mooiere plaatsjes in Cannes. Binnen doet de bar ons nog meer denken aan een typisch Turks café, maar dan eentje met aandacht voor gezelligheid en ruimte. Ook de nodige waterpijpen ontbreken daarbij dus niet. Sigaren zijn hier in allerlei vormen en grootten beschikbaar en tijdens ons bezoek na het diner vinden we hier ook de grote baas terug. Gezond is het allemaal niet, maar de sigarenclubs waarmee Hotel Rafayel een deal heeft afgesloten brengen vast en zeker extra geld binnen en op deze manier worden de rokers natuurlijk heel effectief afgesloten van degenen die het allemaal wat gezonder willen doen.

 

 

Conclusie

  

Hotel Rafayel is in niets klassiek: verwacht hier niet de stijve, maar tegelijkertijd unieke en charmante sfeer die je in de meeste andere Londense vijfsterrenhotels terugvindt, maar een mooi, gezellig, modern hotel, dat heel wat diensten aanbiedt. Tijdens ons bezoek kampen sommige gedeeltes (het hydrotherapiebad en de brasserie, bijvoorbeeld) nog met groeipijnen, maar dat is te verwachten van een hotel dat op het tijdstip van ons bezoek nog maar drie maanden open is. Het belangrijkste is echter dat we als menselijke wezens in de eerste en toeristen in de tweede plaats eigenlijk een morele verplichting hebben om dit soort initiatieven te steunen. Zowel de aandacht voor het milieu als voor de sociale realiteit die Hotel Rafayel uitademt is lovenswaardig. En het blijft allemaal nog betaalbaar, ook. Allen daarheen, dus!

 

 

Interview

  

De ochtend na ons diner wachten we tijdens het ontbijt op de Egyptische hoteleigenaar, de heer Ike Latif. De man is een beetje te laat op de afspraak, maar dat laat ons gewoon meer tijd om te genieten van elkaars gezelschap, de rustige sfeer en het mooie, moderne interieur. Eenmaal de horecabons opdaagt voor ons gesprek, blijkt er geen ijs te zijn om te doorbreken. Onze gesprekspartner reveleert zich immer als een erg gedreven, aimabel man, die duidelijk sterk gelooft in zijn boodschap. We laten hem dan ook onmiddellijk aan het woord.

  

Als we de wereld bekijken evolutie van de bevolking bekijken, zien we dat we groeien aan een exponentieel tempo, wat onder andere een effect zal hebben op de voedselvoorraad. Daarom geloof ik dat technologie zo belangrijk is om de mens te helpen overleven. Kijk bijvoorbeeld naar een tractor: momenteel kan 1 persoon het werk van 100 mensen doen. De energievoorraad is beperkt en moet bijgevolg over een grotere groep mensen verspreid worden. De wereld is kleiner geworden, afstanden zijn kleiner, we worden blootgesteld aan de buitenwereld, alles is verweven met elkaar. Als er ergens anders problemen zijn, voelen we ze ook hier. Over 200 jaar zullen alle grenzen verdwenen zijn en kunnen die enkel in ons hart verder leven. Vanaf dag een wilde ik als ontwerper van dit hotel optimaal gebruik te maken van de technologie om te anticiperen op de energieschaarste. Technologie laat ons toe om meer productief en dus competitief te zijn.

 

We hebben geweldige technologie tot onze beschikking, maar we gebruiken die vaak niet. De motor is er om als een met de natuur samen te werken en zo weinig mogelijk afval te creëren, maar het moet verder gaan dan bijvoorbeeld het potje shampoo, dat in de meeste hotels uit plastic is gemaakt en wordt weggegooid na gebruik.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegenwoordig zijn er toch flesjes die uit organisch materiaal gemaakt zijn?

 

Doorgaans worden flesjes gemaakt van polymeren die afkomstig zijn uit China, zonder dat daar enige controle over wordt uitgeoefend. Dus gebruik je shampoo uit een flesje dat van allerlei soorten stoffen kan gefabriceerd zijn. Dat is de race naar de bodem, waarbij bijvoorbeeld elk hotel de goedkoopste producten gaat kiezen om competitief te blijven. Er is echter verandering op til, zo bestaan er waterflessen die uit organisch materiaal gemaakt zijn, waardoor we tot nu toe al een half miljoen flessen gered hebben die anders in de oceaan zouden blijven ronddobberen. Als je hier rondkijkt, zie je overal ledlichten. Die verbruiken 0,2 tot 5 watt. Een gewone lamp verbruikt 20 tot 40 watt. Als honderdduizend kamers deze technologie zouden gebruiken, zou er dus 200 megawatt bespaard worden.

  

Als je ziet hoe een doorsnee hotel ontworpen is, wat heb je daar dan zoal op aan te merken?

 

In het Sheraton Hotel of het Nova Park Hotel zie je veel overbodige luxe die de mensen zich eigenlijk niet meer kunnen veroorloven en die kosten worden uiteraard doorgerekend naar de klant. Daardoor heeft de Buddha Bar hier ook de deuren moeten sluiten. Wij proberen overbodige luxe te mijden en kijken naar de zaken die echt nodig zijn. Deze manier van werken zorgt ervoor dat de kosten lager zijn, waardoor we kamers kunnen verhuren voor 120 pond.

 

De Buddha Bar is gesloten? Dat wist ik niet. We hebben nog de tegenhanger in Parijs besproken.

 

Jep, de kosten waren te hoog om nog te kunnen overleven. Wij bieden geen bad aan, alleen  een powershower, en houden de kosten lager door regenwater te verzamelen in een tank van 10000 liter. Zo kunnen we  een luxedouche aanbieden tegen een goedkope prijs. We zijn geen prestigieus hotel, we vragen geen vijfsterrenprijs, want we bieden ook geen overbodige luxe aan. Je hebt hier waar voor je geld: what you pay is what you see. Je hebt hier alles wat je nodig hebt en meer niet. Dit zijn elementen waar ons hotel zo bekend om staat en die aanpak valt duidelijk in de smaak. Dit is het eerste hotel in Europa dat al na 3 maanden bestaan met 100 procent gegroeid is.

 

  

Heb je nog plannen voor meer hotels?

 

Ja, het is een plan om ecostyle, social responsibility en affordable luxury in het hotelwezen echt te introduceren en te laten groeien. En er is ook vraag naar, mensen willen een lage prijs en betaalbare luxe. Waar vijfsterrenhotels mee zitten, is hoe ze hun prijs zoveel mogelijk kunnen drukken, maar eersteklassezitjes aanbieden tegen een lage prijs is niet evident. Een kamer kost hier gemiddeld 120 pond.

 

Ben je van plan om nog meer hotels in Londen of ergens anders op te richten?

 

We denken het meeste respons te krijgen in Europa. Onze manier van handelen, onze milieuvriendelijkheid, onze boodschap is oprecht en dat wordt in Europa geapprecieerd. Wij geven veel geld uit aan projecten om milieuvriendelijk met energie om te gaan en vaak zijn die binnen de 3 jaar terugbetaald. In 2007 stond de olie op 200 dollar per vat. Die prijs is gezakt door de crisis,  maar olie blijft schaars, waardoor de prijs uiteindelijk steeds omhoog zal blijven gaan.

 

Wanneer ben je voor het eerst op dit concept gekomen?

 

We richten al heel ons leven lang hotels op, maar dit concept bleef wat rondzwermen in mijn achterhoofd. In 2007 was de energieprijs zo hoog dat we onze energiekosten wilden drukken en zo hebben we deze ideeën in de praktijk uitgevoerd. Neem nu een handdoekendroger. Dat is een constante verwarmingsbron in de badkamer. Om hier sociaal en ecologisch verantwoordelijk te blijven, hebben we die niet geplaatst. Zo'n droogrek doet de energiekost van een kamer met 25 procent stijgen en misschien gebruik je tegelijkertijd dan nog de airconditioner om de temperatuur aangenaam te houden. Het droogrek is vergelijkbaar met een haardroger die je 24 op 24 uur laat blazen. Stel dat je pakweg 200 kamers hebt met handdoekendrogers en daarbovenop de temperatuur omlaag haalt door airconditioning te installeren, dan is dat zeer contraproductief. Ook als je kijkt naar die lamp hier [wijst naar een lamp]: dit is een lamp van de vijfde generatie. Het licht lijkt warm, maar is dat niet. Deze lamp produceert namelijk geen hitte omdat het maar een lamp is van 7,5 watt. Een lamp van 40 watt, daarentegen, genereert zoveel warmte dat je ze nu niet zou kunnen aanraken.

  

In ons appartement zouden we die lampen eigenlijk ook kunnen gebruiken...

 

Kan je jezelf voorstellen dat er hier in deze zaal 200 lampen staan van 40 watt? Die produceren een hoop warmte en bijgevolg ga je energie gebruiken om de zaal af te koelen. [Vraagt een waterfles aan een medewerker.] We geven deze waterflessen gratis gevuld met kraantjeswater en de klant moet niet betalen. We wassen de flessen en hergebruiken ze elke dag. Als we telkens nieuwe flessen zouden kopen, of ze zouden moeten wegbrengen, zou er een totale weg van 1500 kilometer afgelegd worden. Niet-afbreekbare plastic flessen ga je niet in dit hotel tegenkomen. Toch wordt er in alle behoeften van onze klanten voorzien. Wij hebben hier de nodige elektronische spullen en installaties zoals wifi, het is maar hoe je alles organiseert. We kijken heel goed wat we nodig hebben en wat niet. In Dubai verbruiken ze in een hotel per persoon soms tot 800 liter water per dag. Wij gebruiken maar 60 tot 70 liter water per persoon per dag. In termen van energie verbruiken wij een twintigste van andere hotels.

 

Ik denk dat een van de redenen waarom groene partijen of activisten niet serieus werden genomen is dat groen leven werd geassocieerd met een vorm van terug naar de roots gaan, maar dan alsof dat antitechnologisch zou zijn.

 

Groen leven betekent niet als een holbewoner leven, groen leven betekent technologie gebruiken op de meest optimale manier om onze levensstandaard te behouden of te verbeteren.

 

Naast journalist ben ik ook pr-consultant. Ik doe alles van films tot hotels. Mijn vraag is: hoe promoot je jouw hotel?

 

Hoe heb je zelf dit hotel gevonden?

 

Een van mijn collega-journalisten had erover gepraat en ik heb het op internet gevonden terwijl ik naar hotels in London aan het zoeken was. Ik heb naar vijfsterrenhotels gekeken om iets interessants te kunnen vinden, maar toen ik op jouw hotel ben terechtgekomen heb ik dit ook gekozen omdat het zo uniek is.

 

Het zit zo: ofwel houden de mensen van ons, ofwel haten ze ons. In de laatste 4 à 5 maanden hebben wij op booking.com 110 besprekingen gekregen, terwijl andere hotels er maar gemiddeld 10 krijgen in diezelfde tijd. Mensen zoeken bewust en wij worden opgemerkt omdat we een zeer goede prijs-kwaliteitverhouding bieden. Vergelijk het maar op booking.com, mensen houden ons in het oog.

 

Zie je jezelf als een pionier?

 

In een bepaalde zin wel, omdat ik een andere manier van denken heb aangenomen om met de zaken om te gaan. Maar ik denk dat we nog maar aan het begin staan, dit is nog een soort prototype. Binnen 50 jaar zullen de hotels anders worden ontworpen. Met de traditionele manier van werken kan je niet overleven, geen kwaliteit afleveren.  Je kan niet zomaar blijven teren op de natuurlijke rijkdommen. In een bepaalde zin moeten wij ook het gedrag van de klanten veranderen door informatie te verstrekken, hen iets bij te brengen en hen bewust te maken. De klant moet ook leren leven met onnodige zaken. Ik geloof dat het probleem niet ligt aan de productiezijde, maar aan het bewustzijn van de consument. Als er in de straten van New York geen vraag is naar drugs, zal er geen aanbod zijn.

 

Hoe verander je dat denken? Wat doe je bijvoorbeeld aan het feit dat mensen wel naar drugs vragen?

 

Ja dat is een ander debat. We hebben 6,5 miljard mensen op een aarde waar veel van hen sterven van honger en dorst. Daarom moeten we mensen opleiden om zich zo bewust te worden van wat er aan de hand is. Als je wilt praten over het in vrede met de natuur leven, begin dan bij het in vrede leven met jezelf. Begin bij jezelf en koop geen water dat geïmporteerd is van Roemenië, maar gebruik gewoon kraantjeswater. Kan je jezelf voorstellen wat voor een effect het zou hebben als iedereen zo begint te denken?

 

Er is een sociale regel die ons werd geleerd aan de universiteit, toen ik nog psychologie studeerde: in een poging om de eigen winst te maximaliseren, minimaliseert men de winst van de groep. In de realiteit is het moeilijk om daaraan te ontsnappen. Stel je voor dat iemand op straat een chocoladereep aan het eten is en er geen vuilbak in de directe buurt staat om de verpakking in weg te gooien, waardoor die persoon het afval dan maar op het trottoir gooit. Als andere mensen ook zo'n gedrag aannemen, geraken de straten vervuild. Zo maximaliseert hij zijn eigen winst en minimaliseert hij die van de groep. En dit gebeurt voortdurend. Het is belangrijk om rolmodellen te hebben in de maatschappij, denk ik.

 

Dat is waar. Straffer nog: indien een kleine groep individuen dit ethisch gedrag wel aanneemt, wordt ze er vaak op aangepakt! Wij zijn het hotel dat het meest wordt aangevallen door de concurrenten. Qua zaken doen zijn wij het beste hotel in Londen. We zijn op korte termijn enorm gegroeid, terwijl er eerst gedacht werd dat we na 3 maanden failliet zouden verklaard worden. Ik zal je een verhaal vertellen. Net voor ik het hotel ging opendoen, heb ik een boek gekocht op Amazon over het hotelwezen. Er stonden allemaal regels en tips in over wat je wel en niet mag doen... Zo werd er aandacht besteed aan locaties waar je best geen hotels neerpoot... waaronder deze buurt! Wie hier iets begint, zou mogen vergeten dat het hotel zal draaien. Nu, de volgende ochtend deed ik net hier mijn hotel open [gelach]! Iedereen was toen ook aan het lachen, en toen wilde ik echt niet meer verliezen en de auteur gelijk geven. We hebben ons uiterste best gedaan en onze zaak met passie uitgebouwd, en dat is ons ook gelukt. 

 

We doen zaken die de mensen kunnen helpen op alle vlakken. Het gaat ook om een bepaalde geestestoestand dat we naar buiten willen brengen. We proberen de mentaliteit van onze klanten te veranderen. Daarom wordt er over ons gepraat en om dezelfde reden wordt er soms ook negatief gepraat over ons. We krijgen echter wel 48 besprekingen per maand en dat doet niemand ons na. We hebben zelfs al 350 reviews gekregen op slechts 3 maanden tijd. Waarom? Omdat we onze job met passie uitoefenen.

 

Rafayel on the Left Bank

34 Lombard Road

London SW11 3RF


Tel: +44 (0)20 7801 3600

Fax: +44 (0)20 7801 3601

 

www.hotelrafayel.com

reservations@hotelrafayel.com

  

Dirk Vandereyken

Copyright Dirk Vandereyken 2010

Foto's copyright 2010 Kim Van Houtte 

 


Hotelbespreking: Brussel - Le Châtelain

06/09/2010

Onze Belgische hoofdstad kent heel wat hotels. Soms lijkt het aanbod zelfs zo groot dat het moeilijk wordt om het bos nog door de bomen te zien. Ons team staat echter altijd paraat om verschillende opties onder de loep te nemen en deze keer is dat Le Châtelain geworden, een vijfsterrenhotel in de Brusselse Kasteleinstraat.

  

Vlakbij de Louizalaan

 


  

Le Châtelain mag dan niet al te ver van het Centraal Station liggen, wie niet met het openbaar vervoer komt, zal toch even langs de bibliotheek naar boven moeten stappen en daar de tram nemen. Terwijl je met de auto of taxi op zo'n vijf minuten van het centrum naar het hotel reist, duurt het met het openbaar vervoer toch net ietsje langer. Klagen gaan we echter niet doen, want van een slechte locatie is helemaal geen sprake: de Kasteleinstraat is een zijstraat van de trendy Louizalaan - gegeerd bij shoppers - en ligt er bovendien heel wat rustiger bij. Overigens is niet enkel de plaats van gebeuren een reden waarom er in de 107 kamers en suites nauwelijks een storend geluid weerklinkt: binnenstappen kan enkel nadat je jezelf eerst hebt aangemeld of nadat je jouw kamersleutel langs de buitenkant hebt ingevoerd en de verblijfruimtes zijn ook nog eens volledig geïsoleerd. Wij durfden het zelfs bijna aan om rond drie uur 's ochtends nog onze beste tenorstem uit de (stem)kast te halen, maar uiteindelijk besloten we toch maar om het zekere voor het onzekere te nemen en namen we genoegen met de volgende ochtend een paar liedjes te zingen onder de douche.

 

Interieur

  

Eenmaal binnen, ziet het interieur van Le Châtelain behoorlijk klassiek, maar knap uit: witte en beige kleuren, veel marmer, imposante kandelaars en meer. Zelfs de bekleding van de stoelen en zetels verraadt niet dat er wel degelijk heel wat technologie achter de muren schuilt. Bij het binnenkomen in de grote hal bevindt de ruime B'artist - waar het ontbijt wordt genuttigd - links, terwijl rechts naast de receptie een tafeltje met computer staat. Erg handig voor een journalist. Een mooie trap domineert de ruimte en ook de uitstekende bar en restaurant La Maison du Châtelain zijn leuke plaatsen om te vertoeven.

 

Dat het hotel vaak wordt gebruikt voor zakendoeleinden, mag ook duidelijk zijn: Le Châtelain telt aardig wat vergaderzalen en er kan ook in B'artist of in het zakencentrum vergaderd worden. Het mogelijke aantal participanten per ruimte varieert van 1 tot 340 (voor de combinatie 'Almansa - Belmonte - Coca), meer dan voldoende voor middelgrote evenementen, dus.

 

 

We bezoeken het hotel in april en omdat het vrij koud is, krijgen we de knappe tuin helaas weinig te zien. De fitnessruimte boven is redelijk goed ingericht, al vinden we hier niet de nieuwste generatie apparatuur terug. Alles wat moet aanwezig zijn, is er echter: een paar hometrainers, losse gewichten en vaste apparaten. Zelf houden we niet zo van de comboapparaten die hier te vinden zijn, maar hotels gebruiken vaak dit soort dingen omdat ze ruimte besparen en bezoekers toch toelaten om verschillende spiergroepen te trainen. We begrijpen dus maar al te goed waarom er toch voor gekozen wordt.

 

 

Onze kamer is ruim en bekleed met hetzelfde motief dat we ook elders in het hotel aantreffen: witte en gele strepen. De badkamer is prachtig afgewerkt en heel functioneel, terwijl alle meubelen strategisch zijn geplaatst. Op het eerste gezicht vinden we de inrichting misschien weinig inspirerend, maar al snel voelen we ons er thuis en dat heeft zeker te maken met de knusse uitstraling van het geheel.

 

Diensten

  

Le Châtelain mag dan wel 'maar' 107 kamers hebben, zowat alle diensten die je kunt verwachten van een vijfsterrenhotel zijn aanwezig: een conciërge die de hele dag en nacht beschikbaar is (net als de roomservice, trouwens), een fitnesscentrum, een zakencentrum, allerlei massages, manicure- en voetbehandelingen, gelaatsbehandelingen, enzovoort. Wij proberen de roomservice uit en die blijkt perfect te werken.

 

 

Het restaurant krijgen we helaas niet te bespreken, maar we kunnen wel zeggen dat het ontbijt alle verwachtingen inlost. Niet alleen krijgen we een vrij uitgebreid buffer en mogen we specifiekere zaken vragen, er is duidelijk ook aandacht besteed aan het gezondheidsaspect, waardoor we geen moeite ondervinden om een gebalanceerd ontbijt met bruin brood, suikerloze cornflakes, light yoghurt, een beetje kaas en wit vlees samen te stellen. Lekker, trouwens!

 

Interview

  

Ons interview vindt plaats in de gezellige en goed gestockeerde bar, die ons doet denken aan zijn beste Engelse tegenhangers. Ook de barman blijkt zich uitstekend van zijn job te kwijten, getuige de perfect ingeschonken whisky die ons wordt gepresenteerd. Overigens is Le Châtelain een uitgelezen plek om whisky te komen drinken, want die drank is hier erg goed vertegenwoordigd. Er zijn zelfs kleine hapjes voorzien voor alle gasten, iets wat door deze hongerige journalist sterk wordt geapprecieerd.

 

 

Voor ons nemen de heren Grunwald en Szpielman plaats, beiden in een keurig maatpak gestoken. We steken van wal met een voor de hand liggende vraag:

  

Het hotel heeft een sympathieke uitstraling en ligt vlakbij het Centraal Station van Brussel, dichtbij de Louizalaan. Toch merk je hier weinig lawaai van verkeer. Was het een beredeneerde keuze om het hotel net hier te beginnen of hebben jullie deze locatie gekozen omdat er geen goed alternatief was?

Grunwald: De locatie is een belangrijke keuze. In 1999 ben ik het hotel hier begonnen, maar ik had ook alternatieve locaties met potentieel op het oog... Dus: ja, het was een beredeneerde keuze.

Dan is het nog relatief nieuw.

Ja inderdaad, en de wijk is de laatste 11 jaar verder ontwikkeld. Ze is van een residentiële woonwijk uitgegroeid tot een echte trendy quartier. Je hebt de handel in de Baljuwstraat en de cafeetjes en restaurants op het Kasteleinplein, wat een meerwaarde geeft aan de buurt. Deze middenklassebuurt steekt wat af tegen de Louizalaan, die eerder upper class is. Als je hier rondwandelt, merk je een internationale dimensie, je zal hier geen jonge mensen maar ook geen oudere tegenkomen. Typisch zijn het mensen die bij de Europese Commissie of bij grote internationale organisaties werken.

 

Je merkt dat dit hotel een andere sfeer rondom zich heeft hangen dan andere hotels in de buurt, zoals het Sofitel, bijvoorbeeld. Hoe zou je dat zelf omschrijven?

  

Wij zoeken naar een eerder klassieke, kalme sfeer. Wij willen terug naar de basis van het hotelwezen gaan en een sfeer van comfort, veiligheid en welzijn creëren. We proberen een persoonlijke relatie op te bouwen met onze klanten, we willen hen leren kennen. Dat vinden wij het belangrijkste en we proberen dit te doen door te beginnen met hun namen, gewoontes hun behoeftes. Dat is ons concurrentievoordeel, want voor een doorsnee hotel met 300 a 400 kamers is het bijna onmogelijk om je klanten te leren kennen.

 

De toegang tot het hotel gebeurt ook met een kaart...

  

Ja, inderdaad. Dat is om de klanten een gevoel van veiligheid te geven. Niet iedereen kan hier immers zomaar binnenwandelen.

 

Hoe doe je dat dan met het restaurant als mensen willen dineren en niet in het hotel verblijven?

  

We hebben een aparte ingang voor mensen die hier niet blijven overnachten en toch iets willen eten.

 

Szpielman: Onze receptie is 24 op 24 uur open en door de persoonlijke aanpak weten wij welke klanten overnachten en welke gewoon iets komen eten in het restaurant.

 

Wat ik apprecieer bij het ontbijt is dat er veel gezonde voeding bij is.

  

Het is belangrijk om een voedzaam ontbijt voor te schotelen dat alles bevat wat een ontbijt zou moeten hebben. Niet dat wij eruit zien alsof wijzelf gezond eten [lacht], maar we proberen volgens de seizoenen te werken en letten op wat de markt aanbiedt.

 

Grunwald: Maar tegelijkertijd proberen we het ontbijt voldoende stabiel te houden omdat de mensen graag hun gewoontes behouden. Ook voor het restaurant proberen wij die persoonlijke aanpak te realiseren doordat de mensen op de kaart laagcalorische gerechten kunnen vinden.

Het merendeel van de chefs die ik al geïnterviewd heb, wil niet teveel weten van lichte, gezonde gerechten.

  

Szpielman: Wij willen een service leveren waarbij naar de klant geluisterd wordt en er 'ja' gezegd wordt tegen hem of haar. Dat is een basisprincipe in de marketing van het hotelwezen. Wat de klant wil, zal hij krijgen, punt.

 

Geef eens enkele voorbeelden?

  

Vorige week hadden we een meeting waar twee mensen allergisch waren voor glutamine en een paar voor vis. Dus hebben we voor 16 mensen het menu gemaakt dat voorzien was en voor de mensen met een allergie hebben we het eten aangepast naar hun behoeften. Zo'n zaken gebeuren dagelijks en beginnen bij de kleine dingen, zoals wanneer iemand in het restaurant aardappelen bij zijn zalm wilt in plaats van rijst.  

 

Welk soort klanten komt hier over de vloer in Le Chatelain?

  

Grunwald: Tijdens de week komen hier vooral Brusselaars en zakenmensen over de vloer. In het weekend krijgen we hier ook koppeltjes en toeristen uit aangrenzende landen zoals Nederland, Engeland, Frankrijk... Dat zijn mensen die echt zoeken naar de kleine plekjes om bijvoorbeeld 's ochtends buiten op het terras te eten bij de ochtendzon en daarna in het centrum te gaan shoppen of naar het museum te gaan.

 

Hoe zijn jullie van start gegaan binnen het hotelwezen?

  

Ik heb mijn jeugd doorgebracht in het hotelwezen; al vanaf mijn 3 jaar. Mijn familie had verschillende hotels, verspreid over Brussel, zoals het Hotel Des Collonies en het Progress Hotel. Het Progress Hotel was een uniek, exclusief hotel van 57 kamers in het centrum van Brussel met grote veranda's en tuinen met olijfbomen.

 

Zou je ook andere hotels willen in de buurt?

  

We zijn volop aan het groeien [gelach]. We beginnen met een en we zullen zien wat de toekomst brengt, want hotels zijn niet goedkoop, hé. Het hangt af van de mogelijkheden die zich voordoen en ook van de economische ontwikkelingen binnen Brussel. Het voordeel is dat Brussel het centrum van Europa is en als Europa zich verder ontwikkelt, heeft dat een direct effect in Brussel. Het is niet nodig om hotels te heropbouwen om kamers toe te voegen. Vandaag investeren de grote groepen in het hotelwezen om meer kamers aan te bieden en daarom hopen we dat de markt zo zal evolueren dat iedereen over zowel de vraag als het aanbod tevreden zal zijn.

 

Ik was net in Las Vegas en daar stond op 15 minuten wandelen van de Strip een poepchique hotel, Fontainebleau,  onafgewerkt en achtergelaten.

  

Het is niet evident voor onze sector in deze conjunctuur, het zijn moeilijke tijden voor iedereen. We mogen tevreden zijn dat de crisis geen te grote schade heeft aangericht voor ons.

Szpielman: Wij hebben ook een heel trouw klantenbestand, met veel klanten die al lange tijd blijven terugkomen.

 

Op Gran Canaria hebben Jardín Tropical bezocht en in het - nochtans gezellige - restaurant was  daar door de recessie geen kat te bespeuren.

  

Grunwald: Ja, toeristische regio's zoals Spanje, Gran Canaria of Vegas hebben het ergst geleden onder de recessie. Hier in Brussel mogen we van geluk spreken dat het relatief goed is blijven gaan, dankzij de multinationals en de Europese instellingen die hier gevestigd zijn. Daarbovenop onderscheiden wij ons van de andere hotels in Brussel door onze persoonlijke aanpak. De mensen die onze manier van werken appreciëren blijven ook naar hier komen. Bovendien komen ook toeristen naar hier, en niet alleen mensen die op zakenreis zijn.

 

En hoe ben jij in het hotelwezen binnengerold, meneer Szpielman?

 

Szpielman: Sinds mijn derde of vierde levensjaar ben ik op Tenerife in het hotelwezen opgegroeid en ik ben altijd verder gegaan in die sector. Sinds twee jaar en half heb ik me hier bij de groep aangesloten, nadat ik er eerder al veel consulting had voor gedaan. Maar ik geloof dat men nooit toevallig in het hotelwezen terecht komt. Hotelwezen moet een passie zijn, ik zie het niet als een beroep, maar meer als een roeping. Ik ben ook van het principe dat je ervoor moet gaan als je een beroep uitoefent. Als je in het hotelwezen wilt functioneren, moet je daar moeite voor doen en doorzetten, want achter de helling van deze berg is er een volgende.

 

In België hoor ik mensen niet vaak zo praten.

  

Als er problemen zijn in België, wordt er vaak gestopt met werken en begint men te klagen. Het is makkelijk om te klagen, maar ons doel is om niet te klagen en tevreden te zijn met wat je hebt en met het leven in zijn geheel. Met zo'n ingesteldheid kom je ergens.

 

Dat is heel mooi gezegd. Afsluitend nog de vraag die ik altijd stel op het einde van een interview: Stel dat ik in Brussel aankom, waarom moet ik dan naar hier komen en niet ergens anders naartoe gaan?

  

Ik denk omwille van de reden is die we in het begin hebben aangehaald. Ten eerste de locatie; we liggen in het centrum van Brussel, maar de klanten hebben niet het gevoel in Brussel te zijn. Je hebt hier geen overlast van het verkeer. Ten tweede: we hebben kamers van een hoogstaande kwaliteit die niet zo duur zijn als een suite. Vervolgens is er de service: als een klant binnenwandelt, moet hij of zij zich een voelen met het hotel en het personeel. We proberen steeds te verbeteren op vlak van dienstverlening, de kamers, het terras, de menukaart... noem maar op. Als de klant bijvoorbeeld een restaurant of theater wil reserveren, zorgen wij daar met plezier voor.

Grunwald: Daar kan ik weinig aan toevoegen, het is een andere ervaring voor de klant. Wij zorgen dat de klant alles heeft wat hij of zij begeert en bieden het hoogst mogelijke comfort aan op een spontane, menselijke manier. Na elf jaar staan we met ons hotel waar we nu zijn door naar onze klanten te luisteren naar positieve of negatieve opmerkingen en suggesties of problemen. Die feedback proberen wij dan ook te gebruiken.

 

Meer info: www.le-chatelain.com

 

Le Châtelain

Kasteleinstraat 17

1000 Brussel

+32 (0)800 92 067

res@le-chatelain.net

  

Dirk Vandereyken

Copyright Dirk Vandereyken 2010

 


Hotelbespreking: Riga - Grand Palace Hotel

12/06/2010

De gezaghebbende Engelse uitgeverij Dorling Kindersley Publishing (deel van de Pinguingroep, bekend van de van de Eyewitness Guides die bij ons onder de noemer Capitoolgidsen verschenen) heeft onlangs een boek gepubliceerd over reisbestemmingen die minder voor de hand liggen, maar toch meer dan de moeite zijn... en die vergeleken met enkele toeristische hotspots.  Het werk heeft als titel The Road Less Travelled (ISBN 978-1405344272, in de Verenigde Staten uitgegeven als Off the Tourist Trail) en is meer dan de moeite waard. In het hoofdstuk 'Steden' wordt Praag vergeleken met het minder bekende en minder platgelopen Riga. Het is in deze laatste stad dat we onlangs verbleven in een Seven Stars And Stripes-Hotel, met name het Grand Palace, en waar we nu al best naar terug willen.

  

Over Riga

 

Het is misschien een vreemde aanzet, maar Riga heeft iets weg van Antwerpen, zowel qua structuur als qua atmosfeer. Beide steden hebben een oud centrum met mooie kerken aan de stroom en daar rond 'avenues' en bredere wijken. Bovendien is ook Riga een havenstad, met de 'vibe' die daar zo typisch voor is. De stad is innemend vanaf de eerste indruk. Als je landt in Riga, word je het eerst door moerassen, heide en bossen verwelkomd. Aan het einde van de taxirit ligt Riga majestueus aan de andere kant van de monding van de Daugava.

 

Als voormalige hanzestad heeft Riga een oud, lichtjes Duits aandoend centrum, waarin heel wat oude, middeleeuwse huizen de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd. Daartussen staat vaak erg smaakvolle postmoderne architectuur.  Wat veel mensen echter niet weten, is dat de stad ook de derde grootste stad van het Russische Keizerrijk is geweest. De buitenste wijken bevatten dan ook allerlei belle époque pareltjes, waaronder de art nouveauhuizen en bouwsels van Mikhail Eisenstein (vader van Pantserkruiser Potemkin-regisseur Sergej), die net als het oude centrum meer dan terecht op de UNESCO-werelderfgoedlijst staan. Voeg daarbij de mooie houten huizen die je nog overal verspreid over de stad vindt (maar vooral aan de andere oever in Ķīpsala), de sovjetarchitectuur en de nabijgelegen badplaats Jūrmala, en je hebt een waardig alternatief voor de Oost-Europareiziger en architectuurtoerist.

 

 

Riga heeft daarnaast een erg grote en diverse 'part scene', gaande van heel commercieel tot erg alternatief. Je vindt er alles van metalbars tot Russische discotenten. De laatste jaren heeft de stad in West-Europa een wat negatieve bijklank gekregen omwille van de 'Stag-and-Hen-parties' en sekstoerisme, maar als je dat niet opzoekt, ondervind je daar als toerist geen last van. Wij waren er tot dusver drie keer, voelden ons overal veilig en kwamen enkel maar erg vriendelijke, soms eerder verlegen mensen tegen.

 

In die context is het dan ook jammer dat er in onze contreien vrij weinig interesse bestaat voor het culturele patrimonium van de Baltische staten en voor de grote creativiteit die na de val van het communisme is ontstaan op het vlak van kunst en design. Riga heeft namelijk ook best wat luxehotels die kunnen tippen aan die in West-Europa. Wij logeerden in het meest klassieke daarvan, het Grand Palace Hotel.

 

 

Het Grand Palace Hotel

 

Het hotel scoort zeer hoog met haar ligging in oud-Riga, in de straat die van het Domplein naar het kasteel loopt. Mede door deze centrale ligging en het daaraan verbonden prestige is het hotel de favoriete uitvalsbasis van diplomaten en sterren. Tijdens de afgelopen 6 jaar is het door het bestuur van de World Travel Awards telkens verkozen tot Letlands 'Leading Hotel' en het Grand Palace is ook nog eens het enige lid van The Leading Hotels of the World en Virtuoso in Letland. Het Grand Palace heeft overigens ook de Seven Stars And Stripes Award gewonnen.

 

Het gebouw is een vroegere staatsbank uit 1877, die in 2000 verbouwd werd tot hotel. Het heeft een erg mooie lobby met klassieke inrichting. Indrukwekkend van interieur zijn echter vooral de twee restaurants, het Seasons, waar we genoten van een wildmaaltijd (zie lager) en de erg mooie centrale Orangerie waar het ontbijt geserveerd wordt. De kamers zijn eveneens klassiek aangekleed in beige en blauw, maar tegelijkertijd voorzien van alle moderne comfiort (flatscreens tv's,  etc.) Erg prettig in de koude Letse winter is de verwarmde tegelvoer in de badkamer. De dienstverlening is verzorgd en vriendelijk en het hotel biedt alle comfort dat je verwacht van een hotel in deze klasse. Er is onder andere een bloemenleveringservice en men beschikt dagelijks over nieuwe internationale kranten. Enig minpuntje is dat de kamers door het historische kader niet heel groot zijn, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de fantastische ligging en door de luxueuze inrichting.

 

 

Het restaurant serveert een uitgebreid en erg verzorgd ontbijtbuffet met diverse eibereidingen. Wij waren aangenaam verrast door de veelzijdigheid van de producten en hun versheid en probeerden met plezier ook enkele plaatselijke specialiteiten. De grog op basis van 'riga black balsam' is zeker de moeite.  Ook de bar, die een beetje in een jachtclubstijl is opgetrokken, is erg leuk. Over jacht gesproken: het Grand Palace biedt ook verschillende pakketten aan. Daarbij is de georganiseerde jacht op het Letse platteland een erg uitnodigend idee. Ook leent het romantische karakter van Riga zich natuurlijk perfect tot romantische weekends.

 

Restaurant Seasons

 

's Avonds schoven wij aan in restaurant Seasons voor een viergangenmaaltijd in het teken van het wildseizoen. Grote fans als wij daarvan zijn, keken we met plezier uit naar deze herfstgenoegens en konden we achteraf enkel toegeven dat onze verwachtingen bevestigd werden. Na een mooie parmaham met een lichte pruimenmoes en Baltische veenbessen werd er een karretje onze richting uitgereden en werden we vergast op een fraaie selectie aan wat Letland aan wild te bieden heeft: deze 'variety of cold appetizers from our trolley' omvatte: worst van everzwijn, terrine van fazant met cantharellen, terrine van hert met hazelnoten, terrine en ham van hert vergezeld met gemarineerde groenten, en paddenstoelen opgediend met een veenbessen-citrus saus. Hoewel de hoeveelheden copieus waren, ging er van deze compositie toch voldoende lichtheid uit en smaakte ze naar meer. Een origineel concept en een goede combinatie.

 

 

Hierna volgde een fazantenborst met bietenstoofpot, spinazie gearomatiseerd in cointreau en een cantharellen-roomsaus. Een eerder zwaar en aards gerecht, maar van onberispelijke kwaliteit en mooi geserveerd. De spinazie, nog steeds een ietwat onderschatte groente, blijft ons bij. Als dessert kozen we een brioche van chocolade en hazelnoot met balsamico-ijs en passievruchten. We dronken hierbij enkele rode 'Rioja' Spaanse wijnen. Deze geweldige maaltijd in passend kader - het Seasons-restaurant was erg leuk gedecoreerd in allerlei herfstkleuren - sloten we af met een glas - hoe kan het in dit deel van de wereld ook anders -  erg goede wodka.

 

De keuken van chef Inards Straume is eerlijk en laat de smaken van de ingrediënten prevaleren. Zijn prioriteit is het leveren van kwalitatieve seizoensgebonden producten.

 

Elk gerecht draait om één volle basissmaak met enkele toetsen van andere smaken. Het is een keuze waar niet iedereen voor valt, maar gastronomisch slaagt de man volledig in zijn opzet.

 

Wij ervoeren het Grand Palace Hotel als overtuigd klassiek, maar erg geskaagd. Het hotel ademt luxe uit en heeft enkele sterke troeven, waaronder zijn geweldige ligging en keuken. Het is dan ook een erg goede uitvalsbasis voor de bemiddelde reiziger die het brede patrimonium van deze Baltische parel wil gaan ontdekken.

 

 

Grand Palace Hotel

Pils street 12

Riga

LV 1050

Latvia

  

www.grandpalaceriga.com

E-mail: info@grandpalaceriga.com

  

Telefoon: +371 6704 4000

Fax: +371 6704 4004

  

Peter Allemon, copyright 2010


Hotelbespreking: Krakow - Hotel & Restaurant Copernicus

04/06/2010

Het Copernicus hotel ligt tussen de oude stad en het Wawelkasteel, net als het Stary, in een schitterend renaissancepaleis in een van de oudste straten van Krakow. Als we 's avonds aan tafel aanschuiven in het restaurant op het gelijkvloers, is het al donker in Krakow maar ligt de Wawel er mooi verlicht bij. Het hotel en bijhorende restaurant presenteert zich als een 'Polish manor cuisine'. Het is het enige lid van 'Relais & Chateaux' in Polen en wordt aangeraden door de Michelingids. Onze verwachtingen zijn dan ook erg hoog gespannen.

 

Het restaurant zelf is ingericht in een stijlvol rustieke manier. Ons oog valt eerst op de mooie kast aan de ingang. De muren zijn geverfd in oker, met enkele groene motieven. Het plafond is van hout, de vloer van marmer. Groot is het niet: er is ruimte voor ongeveer 12 couverts.

 

Wij laten de keuze aan de chef voor het voorgerecht en kiezen zelf het hoofdgerecht.

 

Na een glas prosecco vat het vijfgangenmenu heel sterk aan met een rundscarpccio die smelt op de tong en net op punt gekruid is. De combinatie van vlees en ricotta komt erg viriel naar voor door de pepermix en de walnoten, en prikkelt zachtjes de tong, net als de spumante. Daarbij drinken we een 'Schloss Gobelsburg Gruner Veltiner' uit 2006.

 

 

 

Het volgende gerecht is een ravioli met bospaddenstoelen; licht, fris en de pasta is al dente klaargemaakt. Deze wordt geserveerd met een glas Schultauser. Het tempo is rustig en er volgt een sorbet van passievrucht. Het lamsreepje met garnalen en knoflookmayonaise die erop volgt bekoort ons iets minder, maar alle ingrediënten smaken dagvers, zijn van onberispelijke kwaliteit en worden erg mooi gepresenteerd. Het blijkt echter allemaal een aanzet voor het hoogtepunt van de avond: eend met gebakken foiegras, linzen en ijs van peterselie in een coulis. We zeggen het niet vlug, maar dit gerecht is totaal af. Zowel de combinatie van smaken als de ingrediënten zijn wat ze moeten zijn en het gerecht verrast toch door zijn originaliteit. De aardse smaken gaan perfect samen met het zoute karakter van het peterselie-ijs, dat het gerecht ook een frisse toets geeft. We drinken hierbij opnieuw een 'Schloss Gobelsburg Veltiner Auslese', maar dan uit 2004, en die gaat ons goed af.

 

 

Na deze ervaring deed het nagerecht er eigenlijk nog weinig toe, maar we genoten toch nog van de bosvruchten en aardbeiensorbet met zure room. Vermeldenswaardig is dat we tijdens de hele maaltijd door ook nog het zachte en erg aangename Poolse water 'Kropla Beskidu' dronken.  De bediening was ronduit vriendelijk en op niveau en de prijzen zijn naar West-Europsee normen erg scherp.

 

Restauracja Copernicus is een plek waar we zeker naar zullen terugkeren omdat het restaurant perfect slaagt in haar opzet: een keuken aanbieden die Poolse traditie met Italiaanse invloeden combineert, en dat op een verfrissende wijze, met hoogwaardige producten. In die optiek past het restaurant dan ook perfect binnen het culturele en het historische kader van UNESCO-werelderfgoedstad Krakow, en is het een absolute aanrader voor wie naast gastronomisch wil genieten ook iets wil begrijpen van het patrimonium van deze mystieke stad.

 

 

Hotel Copernicus

Kanonicza 16
31-002 Kraków

Polen

 

www.copernicus.hotel.com.pl

 

E-mail copernicus@hotel.com.pl


Tel +48 12 424 34 00

Fax +48 12 424 34 05

 

Peter Allemon copyright 2010


Hotelbespreking: Katowice - Monopol

31/05/2010

In de zelfde groep hotels als het Stary in Krakow verbleven we ook in Hotel Monopol in Katowice. In tegenstelling tot het historische kader van Krakow en Hotel Stary biedt het Monopol moderniteit, met een art deco-toets, en met een rock'n roll-twist. De avond na ons bezoek speelden Europese rock-goden U2 in het nabijgelegen Slonski-stadium in Chorzow. Onnodig te zeggen dat ook Monopol was uitverkocht.

  

Katowice hoort in het rijtje Charleroi, Tilburg en andere industrisesteden, maar eigenlijk biedt het meer. Opper-Silesië kan vergeleken worden met het Ruhr-gebied en biedt dan ook behoorlijk wat industrie-kultuur en sociale geschiedenis.

 

Hotel Monopol is naast het tophotel van Katowice eveneens een ideale uitvalsbasis. Overal in de gangen vind je prachtige foto's van het industriële patrimonium van deze regio. Ook de twee reataurants in art deco-stijl passen bij deze sfeerschepping. Net als in all andere Likushotels is er qua meubilair voor autheniticiteit gekozen. De kasten in kurk, echt parket en zwart marmeren badkamers met een kubistische inrichting zijn verrassend, maar vooral warm. Wij waren overigens ook aangenaam verrast door de knappe douches...

 

 

Het moment suprême van ons verblijf vond deze keer echter niet 's nachts, maar 's ochtends plaats. We hebben nooit beter ontbeten. Het ronduit overrompelend en prachtig uitgestald onbijtbuffet in een postindustriële ruimte met afwisselend baksteenen en betonnen toetsen onder een glazen dak met blauwe hemel zullen we niet snel vergeten. Als gast kan je daarnaast ook nog kiezen uit een resem bereidingen voor je eieren.

 

 

Het hotel beschikt eveneens over een goed uitgeruste fitnessruimte met zwembad en een mooie bar.

 

 

Katowice zal nooit een toeristische topbestemming worden, maar voor de reiziger 'off the beaten track' of als zakenhotel is Hotel Monopol in deze regio het neusje van de zalm.

 

Om terug te komen op het ontbijt... ook de vis was van superieure kwaliteit!

ul. Dworcowa 5
40-012 Katowice
Polen

www.hotel.com.pl/monopol

E-mail: monopol@hotel.com.pl

Tel +32 782 82 82


Peter Allemon copyright 2010

Foto's: Peter Allemon, copyright 2010


Hotelbespreking: Krakow - Stary Hotel

31/05/2010

Je hebt luxehotels en je hebt luxehotels. In de wereld van de vijfsterrenhotels zijn er tegenwoordig vele die uitblinken in service, aanbod en mogelijkheden. Als journalist ben je daarentegen pas echt in de zevende hemel als drang naar perfectie wordt gecombineerd met persoonlijkheid. Zelden vatten we een recensie aan met een lofrede, maar het Stary Hotel in Krakow, Polen wist ons op meesterlijke wijze te overtuigen om dat toch te doen.

 

Als culturele bestemming is Krakow nog steeds in opkomst, hoewel de stad sinds de val van de muur in 1989 al 2 decennia cultuurtoeristen aantrekt. Naast een ongelooflijk architecturaal en artistiek patrimonium en de aanwezigheid van de werelderfgoedsites Auschwitz en Wieliczka, biedt de stad een bruisend uitgaansleven, bepaald door de studenten van de verschillende universiteiten, en sinds enkele jaren ook hotels en restaurants met een uitgespoken gastronomisch karakter.

 

Merkwaardig in deze ontluikende luxemarkt is de Likusgroep, een Poolse familie van ondernemers en kunstliefhebbers die sinds enkel jaren naarstig werkt aan de uitbouw van een groep van luxehotels met persoonlijk karakter. Wij hadden het geluk in twee van hen te verblijven (naast het Stary ook nog in het Monopol in Katowice).

 

Als kunststad combineert Krakow Zuid-Poolse met Italiaanse flair. Dat is op zich logisch, want veel van de renaissance- en barokarchitectuur in de stad is door Italianen ontworpen. Het succes van Hotel Stary ligt dan ook in de symbiose van deze lokale invloeden en de uitgesproken moderniteit, weliswaar met heel veel respect voor het kader.

 

De Likusfamilie, die verschillende hotels in Zuid-West-Polen heeft opgericht, laat zich dan ook graag inspireren door de Gouden Eeuw van de Poolse renaissance. De voorliefde voor Italiaanse stijl en flair en lokaal erfgoed maken dat hun hotels dan ook uniek zijn in hun benadering en présence...

 

 

Gelegen in een zijstraat van de wereldberoemde Rynek, met uitzicht vanaf het dakterras op de Sukiennice en de Mariakerk, ligt het hotel erg centraal. Aan het einde van de straat liggen het centrum omcirkelende park 'Planty' en het 'Slowacki-theater'. Het hotel zelf bestaat uit een uitgebreid en gerenoveerd renaissancepaleis. Het geheim en de absolute troef zijn de interieurarchitectuur en de materiaalkeuze. Kamers met fresco's werden ingericht in terracottakleuren met authentiek Italiaans marmer en tropisch hardhout. De meubelen, hoewel modern, werden speciaal voor dit hotel ontworpen en passen, juist door hun klassieke en persoonlijke vormentaal, wonderwel in dit geheel.

 

Binnen dit feërieke kader staat de gast ronduit centraal. Ook daarin is gekozen voor een perfecte balans tussen Slavische gestvrijheid en Italiaanse stijl. Net als een mooie dag tijdens de 'primavera' lopen receptionistes, bodes en kemremeisjes er rond met een innemende glimlach en wordt elke gast erg hartelijk ontvangen.

 

 

De historische gewelven van het hotel zijn uitgerust met een mooie spa met een authentieke zoutkamer. Tijdens de zomermaanden is ook het prachtig dakterras, met misschien wel het beste uitzicht op het centrum van Krakow, open. Een lager gelegen deel van het terras wordt ook gebruikt als openlucht grill-restaurant. Het gebouw omvat een oud palazzo, met een Italiaanse toets, gecombineerd met moderne architectuur. Dat geheel omarmt een centraal atrium met glazen dak. Deze architecturale compositie zorgt voor veel licht, en zeker in de zomer ook voor een oase-in-de-stad gevoel.

 

Het ontbijt, het niveau van hotels in West-Europa meer dan waardig, wordt gereserveerd in de gewelfde grondverdieping, die stijlvol overgaat in het atrium. Wij waren prettig verrast door de versheid van het buffet en door de presentatie. Naast verschillende soorten lokale vleeswaren, vers fruit, yoghurts en kazen, krijgt de hotelgast ook de keuze uit verschillende eibereidingen. Het ontbijt biedt een fijn evenwicht tussen Poolse en internationale elementen en ook de bediening is op peil.

 

De kamers zijn uitgerust met wifi en het modernste comfort. Interessant om op te merken zijn de regen(woud)douches, een teken dat het hotel wel degelijk mee is met zijn tijd. Deze moderne aanpak vinden we ook terug in de wifi, snelle lift en flatscreen-tv's.

 

Wij ervoeren het hotel als een parador of een Riadh, maar dat op zijn Oost-Europees. Hoewel niet goedkoop, biedt het Stary meer dan waar voor zijn geld en is het een uitgelezen plek voor die momenten dat het ietsje meer mag zijn. De service is onberispelijk en de hartelijke ontvangst van het personeel creërt een warme omgeving waar het goed toeven is...

 

Eenvoudigweg een revelatie...

 

Ul. Szezepanska 5

31-011 Krakow

Polen

  

Tel +48 12 384 08 08

 

Peter Allemon copyright 2010

 


04/05/2010

 

 

Wellness Insight, BeauSense Magazine en Badass pr

werken samen met Paris Hotel Design.

Verwacht binnenkort paswoorden waarmee je goedkoper kamers kunt boeken

in deze ultraknappe (design)hotels!

www.paris-hotel-design.com

 


Hotelbespreking: Parijs - Le Dauphin

04/05/2010

 

Hôtel le Dauphin ligt in een rustige straat vlakbij het erg moderne La Defense. Aanvankelijk moeten we even zoeken voor we de juiste locatie vinden, maar onderweg is het genieten van de moderne architectuur, de eclectische bouwstijlen en het gezellige, eigentijdse pleintje. Op zondag komt alles maar desolaat over en is er van een bruisende omgeving weinig sprake, maar tijdens drukkere dagen komt de buurt meer tot leven. Hoewel le Dauphin zich niet bepaald in het centrum van Parijs bevindt, blijken de verbindingen met het stadscentrum erg vlot te verlopen, waardoor we op geen enkel moment echt de indruk hebben dat we een slechte plaats hebben uitgekozen als uitvalsbasis.

  

Ontvangst

  

De ontvangst gebeurt erg gemoedelijk, in een ruimte die doet denken aan kleinschalige Engelse hotels, met veel ruitmotieven en hout. In tegenstelling tot The Five Hotel houdt het personeel zich hier minder rechtstreeks bezig met de gasten, maar de mogelijkheid om onszelf gratis (al dan niet groene) thee of koffie in te schenken wordt enorm geapprecieerd en bovendien hebben we uitgebreid tijd om een paar andere toeristen te leren kennen die samen een paar aangename uurtjes in het salon komen spenderen. Het valt overigens op dat er hier voortdurend wel iemand aan het werken is. Geen enkele keer treffen we de receptie leeg aan.

 

 

Een van de grote pluspunten van le Dauphin is het ontbijt. Zelf verknallen we tot twee keer toe op uiterst onhandige wijze onze toast, maar er is een uitgebreid buffet en de keuze is meer dan gevarieerd genoeg om iedereen te kunnen plezieren. Buiten eieren kan men trouwens kiezen voor gekookt of gebraden vlees, wat ons ook wel erg tevreden stemt. Een enorm pluspunt is dat de bar 24 op 24 uur geopend is en dat 7 dagen per week! Leuk voor de nachtraven onder ons en het hoeft dan ook niet te verbazen dat we onze gezelligste momenten enkele uurtjes na het ondergaan van de zon meemaken. Een fantastische service die we zelfs in heel wat vijfsterrenhotels zelden te zien krijgen!

 

Interieur

  

Wie het interieur van dit driesterrenhotel ziet, zal moeilijk kunnen geloven dat de bezieler dezelfde Philippe Vaurs is die van The Five Hotel zo'n mooi, modern boetiekhotel heeft gemaakt. Dat betekent echter niet dat de ruimtes niet gezellig zijn, ze zijn enkel veel klassieker ingericht dan hun broertjes in het Quartier Latin.

 

 

Le Dauphin kent 34 comfortabele kamers met airconditioning. Dankzij de dubbele beglazing zijn we ons geen moment bewust van eventuele geluiden buitenaf, terwijl de open tuin die een gedeelte van de kamers van elkaar scheidt de mogelijkheid biedt om bijvoorbeeld buiten te ontbijten. De vloer is niet altijd even gelijk en de inrichting is eerder simpel en erg traditioneel, maar toch blijken we al snel gehecht te geraken aan onze nieuwe omgeving.  Bovendien worden de kamers binnenkort vernieuwd en hebben ze al ultramoderne douches gekregen, zoals we ook al hebben aangetroffen in The Five Hotel. Wie het niet echt begrepen heeft op modern, strak en design, of wie vooral op zoek is naar een goede prijs-kwaliteitverhouding, mag le Dauphin dan ook zeker in overweging nemen als verblijfplaats!

 

L'Hôtel Le Dauphin

45 Rue Jean-Jaures
92800 Puteaux
Paris la Defense 11
Frankrijk

Telefoon +33 (0)1 47 73 71 63

www.paris-hotel-dauphin.com

ledauphin2@wanadoo.fr

 

Dirk Vandereyken copyright 2009

 

 


Hotelbespreking: Parijs - The Five Hotel en One by the Five

04/05/2010

In een klein straatje van het Quartier Latin staat The Five Hotel, een erg trendy boetiekhotel dat zijn eigen exclusieve suite niet binnen de muren van het eigenlijke gebouw, maar op de eerste verdieping van een huis aan de overkant van de straat heeft. Het hart van historisch Parijs klopt vlakbij, maar binnenin blijkt 'design' geen loos woord te zijn. Niet alleen dat; de bediening zelf is erg vriendelijk en persoonlijk, waardoor het steeds aangenaam toeven is in 'The Five'. Wij gingen tweemaal een kijkje nemen en keerden telkens erg tevreden, maar ook met een beetje tegenzin, terug huiswaarts.

  

Vriendelijkheid troef

  

De eerste keer moeten we even zoeken naar de deur, maar eenmaal binnen komen we terecht in een erg gezellige, kleine receptieruimte met salon. Achter het bureau is een kamertje waar een van de werknemers geregeld zit te werken, terwijl gasten even kunnen uitrusten in een van de kleurrijke zetels of 's ochtends via de trappen naar beneden kunnen gaan om daar te ontbijten. Een aantal kranten en magazines liggen alvast bij handbereik en bovendien kan er ook een gezellig vuurtje gestookt worden.

 

Het hotel wordt te allen tijde bemand door Tanya en Karine, twee uiterst vriendelijke en behulpzame meisjes, die bovendien heel wat talen machtig zijn en graag een uitgebreid babbeltje slaan. Samen runnen ze een etablissement dat klantvriendelijkheid en moderne inrichting hoog in het vaandel draagt. We vragen hen geregeld om hulp en telkens wordt die ook met een glimlach verstrekt, of het nu om het versturen van een fax, het maken van een kopie of het opzoeken en uitprinten van een reisweg gaat. Hoewel de wacht uiteraard geregeld gewisseld wordt, krijgen we tijdens ons eerste bezoek te horen dat het vooral deze jongedames zijn die zich voor hun baas Philippe Vaurs ontfermen over de zaak, maar onder hen staat personeel dat misschien niet altijd even taalvaardig, maar wel telkens even sympathiek is. Dat alle werknemers hier zorgvuldig geselecteerd worden, mag dan ook duidelijk zijn. Het feit dat we bij onze terugkomst onmiddellijk herkend worden en even hartelijk worden begroet, onderstreept die onderstelling alleen maar.

 

 

Nadat we een nacht de kans krijgen om het 'One by the Five' te verkennen, hebben we een onderhoud met de twee sympathieke jonge vrouwen die het hotel runnen. Ondanks ons voorafgaande gestuntel met de autosleutels tekenen we toch present om aan beiden op het rooster te kunnen leggen...

 

Interview met Tanya en Karine

 

Het hotel heet 'Five',wat staat voor het aantal zintuigen. Wat is nu eigenlijk de visie daarachter?

  

Zoals je zelf al zegt, spelen wij in op de zintuigen. Wij proberen die kaart expliciet uit te spelen bij het presenteren van ons hotel,  maar ook tijdens het verblijf van de gasten zelf, natuurlijk. Kijk maar eens rond en let op de stoffen en de kleuren die we hierbinnen gebruikt hebben. Over het ontwerp van het hotel is ook grondig nagedacht. Zo wilde men bijvoorbeeld bepaald lichtspelingen creëren. Alles staat in het teken van de zintuiglijke ervaring.

 

Waarom net dat thema?


Het is eens iets anders. De eigenaar van het hotel liep al een hele tijd rond met dat idee. 

 

Hoe lang bestaat het hotel eigenlijk al?


We hebben onze deuren geopend in de herfst van 2006.  Het hotel is dus gloednieuw.

 

Werk je hier al van in het begin?

 

Niet helemaal, voor mij is het nog maar het eerste jaar hier. Hiervoor ben ik chef receptie geweest bij diverse hotels met drie sterren,  met elk zo'n 200 tot 600 kamers. Toen ik hier begon, was dat een hele aanpassing, aangezien de sfeer hier compleet anders is.

 

Is dat ook de reden waarom je van werk wou veranderen?

 

Ik wou gewoon eens iets anders. Het was tijd voor een nieuwe uitdaging.  Ik vond het bijvoorbeeld echt vernieuwend om te werken in een hotel dat zo persoonlijk is en daarom ook zo kleinschalig. We proberen echt een band aan te gaan met de klant. Dat moet ook wel, wil je de mensen zintuiglijk echt verwennen. Niet iedereen houdt immers van dezelfde geur en niet iedereen gaat met dezelfde reden op hotel. Er zit een echte filosofie achter Five, wat je bij andere grote ketens niet vindt. Onze ploeg is ook een plezier om mee te werken. Wij zijn onderling echt complementair. Er is een goede sfeer.

 

Volgens mij is het nochtans niet simpel om mensen te vinden die echt naadloos bij die concept passen.

 

Het is zo dat je vooral echt moet houden van het hotel, van het idee erachter. Ik, bijvoorbeeld, kan me niet voorstellen dat iemand dit hotel ziet en er niet meteen verliefd op wordt. Als je hier bent geweest en toch nog kunt overstappen naar een of ander populair, doordeweeks hotel, is dat toch wat gek. Al moet je ook wel een beetje gek zijn om hier te werken, aangezien dat absoluut met hart en ziel moet gebeuren.

 

Vind je het niet erg dat je privéleven er wat bij inboet?

 

Ik hou van wat ik doe en de persoon die met me samen is moet dat maar snappen.  Zelf woon ik hier maar tien minuutjes vandaan. Transport is dus geen probleem, wat tijd uitspaart, natuurlijk. Mijn vriend begrijpt volledig dat Five voor mij evenveel betekent als een kind.  We proberen echter toch nog dingen samen te doen. Ook doe ik bijvoorbeeld nog wat aan sport.

 

Het hotel situeert zich in het Quartier Latin. Vinden jullie dit een goede locatie, toeristisch gezien? Is hier voldoende te doen?

  

Absoluut! De rest van Parijs is ook makkelijk te bereiken van hieruit, met de metro, bijvoorbeeld. We zitten niet helemaal in het Quartier Latin. Hier is het heel wat stiller, wat bijdraagt tot de rust van onze bezoekers. Hier kun je slapen als een roosje, wat in de rest van Parijs niet altijd zo is.

 

 

Hoe zie je de toekomst van Five?

 

Eigenlijk is het goed zoals het nu is, al zou evolueren wel leuk zijn. We willen bekender worden, bijvoorbeeld door middel van de pers. Je zou kunnen stellen dat we een trend wensen te worden. Het is voor ons ook belangrijk om regelmatig voor vernieuwing te zorgen, bijvoorbeeld op vlak van interieur, van geuren, enzovoort. Five is een unieke ervaring en moet dat blijven. Er komt trouwens nog een Five Hotel, waarschijnlijk ergens in 2009, hier niet zo ver vandaan, trouwens.  Het wordt een viersterrenhotel dat we net zo kleinschalig gaan aanpakken als hier. We schatten zo'n 30 kamers. De standaardkamers daar worden exact zoals die waar je nu in hebt geslapen. Er komen ook zo'n 3 à 4 suites, met een opmerkelijk sensuele uitstraling.

 

Door van de vijf zintuigen jullie thema te maken, trekken jullie waarschijnlijk vooral koppels aan.

 

Iedereen mag hier komen, koppel of niet. Het is natuurlijk wel waar dat heel wat geliefden naar hier komen, aangezien hier een hele romantische sfeer hangt.

 

De prijzen vallen ook best mee, zeker voor een suite.

 
Voor een suite betaal je 960 euro de nacht. Daarbij horen vanzelfsprekend ook de champagne, de cognac en andere dranken, hapjes... De smaak is immers ook een zintuig!

 

Ikzelf ben in ieder geval helemaal overtuigd. De suites die jullie aanbieden zijn helemaal anders dan die in de meeste hotels.  Je kunt er echt op ontdekkingstocht gaan en valt dan van de ene verrassing in de andere. Jullie hebben de dingen echt speels aangepakt. 

  

Laatste vraag: waarom kom ik hier logeren en niet in een van de talrijke andere hotels hier in Parijs?

  

Als je openstaat voor iets nieuws en het beu bent dat alle hotelkamers op elkaar lijken, kom dan naar hier. Hier heb je nog echt persoonlijk contact met het personeel en voel je jezelf een mens, geen nummer.

 

 

Interieur

  

Buiten de gemeenschappelijke ruimtes om is het moeilijk om een adequate beschrijving te geven van het interieur. Dat komt omdat interieurvormgeefster Isabel Emmerique - nota bene de enige niet-Aziatische artieste die ooit de Japanse Kanasawa Triennaleprijs heeft gewonnen - de 24 kamers die dit designhotel rijk is verschillend heeft ingericht. Terwijl in de ene kamer zwart overheerst, zorgt oranje in een andere kamer voor meer energie, groen in een derde voor stilte en beige in een vierde voor discretie. De 6 kamertypes zijn niet zo groot en variëren van 8 tot 15 vierkante meter, maar het valt wel op hoe ingenieus men is omgegaan met de beschikbare ruimte. Werkelijk elke centimeter wordt optimaal gebruikt en bovendien is het allemaal nog erg knap om naar te kijken ook: grote satijnen gordijnen, metalen deuren waarin je jezelf weerspiegeld ziet, kraaknette, moderne badkamers die wit porselein combineren met chroom en heerlijk zachte bedden.

 

In onze kamer overheerst de kleur blauw, terwijl aangepaste, hier en daar licht fluorescerende verlichting, een erg romantische toets verleent aan het geheel. Ook de rozenblaadjes die op het bed liggen wanneer we binnenkomen en de aangename geparfumeerde lucht die overal in het hotel wordt verspreid zijn absolute pluspunten, net als de aanwezige badkamerproducten van L'Occitane. In de Luxury Superiorkamer zweeft het bed zelfs boven de grond uit en kunnen de lichten aan het plafond van kleur veranderen. Het oogt allemaal erg gezellig en luxueus, maar de grootste prestatie is dat het nooit echt kitscherig wordt. Knap!

 

De stijl van de kamers wordt moeiteloos doorgetrokken in de knusse ontbijtruimte, waar het 'coole' meubilair alles wat minimalistisch doet ogen, maar waar bij het eten ook rekening wordt gehouden met mensen die op hun gezondheid letten. De tassen en borden passen overigens perfect in het geheel, wat opnieuw bewijst dat er hier veel aandacht wordt besteed aan het geheel.

 

One by the Five

  

Het ware pronkstuk van The Five Hotel bevindt zich niet in het hotelgebouw zelf, maar daarbuiten. Enkele meters verder, op een hoek van de straat, geeft een enkele deur immers toegang tot het superchique, ultramoderne One by the Five, een 50 vierkante meter grote suite zoals we er nog niet veel gezien hebben.

 

 

De bedoeling van de architecten - alle vijf zintuigen aanspreken - wordt in het One by the Five nog meer duidelijk dan in het eigenlijke hotel aan de overkant. De gordijnen achter het grote raam aan de straatzijde verhullen een gezellig salon, maar uiteindelijk zullen we daar weinig tijd spenderen. De gang rechts geeft immers eerst toegang tot een eerste badkamer (met ligbad), terwijl een soort dressoir de rest van de linkermuur bestrijkt, waarna je kunt binnenstappen in een superknusse zithoek waar rood domineert. Overigens is ook het dressoir zelf functioneel, want daar vind je alle ingrediënten om een uitstekende cocktail te maken, inclusief instructies. Dat betekent dus dat je wat alcohol en vers fruit krijgt om jouw verblijf extra gezellig te maken!

 

Blikvanger is overigens niet het aanpalende terras, maar wel de grote, hemelsblauwe slaapkamer, die gedomineerd wordt door een enorm bed. Supermooi en knap belicht in rustgevend, maar ook licht erotiserend blauw. Een tweede kamer met een stevige instapdouche en een washoek zorgt er zelfs voor dat je maar een paar stappen moet nemen om je te kunnen verfrissen. Geweldig! Het is dan ook met veel tegenzin dat we na een nacht het One by the Five verlaten, maar hier komen we zeker nog eens terug met onze respectievelijke eega's!

 

 

Philippe Vaurs

  

In het One by the Five hebben we tijdens onze tweede doortocht een uitgebreid onderhoud met bezieler Philippe Vaurs. De man blijkt een erg gedreven, gepassioneerd iemand te zijn, die zich heeft laten inspireren door zijn gehandicapt zoontje. Wanneer Philippe verteld over hoeveel hij van zijn kind houdt, lichten zijn ogen op. Hij praat honderduit over hoeveel hij heeft bijgeleerd als mens door de aanwezigheid van zijn zoontje, over hoe hij geïnspireerd geraakt door de onvoorwaardelijke liefde die hij van hem krijgt en over hoe zijn leven is veranderd sinds de geboorte.

 

De sympathieke Philippe blijkt echter ook grootse plannen te hebben. Hij wil namelijk echt nieuw terrein ontginnen, dingen opbouwen die uniek zijn in Parijs. Met het Five Hotel is hij daar duidelijk in geslaagd, maar ook zijn volgende projecten klinken veelbelovend. Onze gastheer blijkt overigens vaak te vertoeven in het veel traditionelere Le Dauphin, een van 's mans eerste aanwinsten toen hij het hotelwezen instapte. Ook daar mogen we van hem een kijkje gaan nemen, maar niet voordat hij ons allebei heeft geïnspireerd met zijn betoog...

 

The Five Hotel

3, Rue Flatters
75005 Parijs
Frankrijk

Tel +33 (0)1 43 31 74 21

www.thefivehotel.com

contact@thefivehotel.com

One by the Five

3, Rue Flatters
75005 Parijs
Frankrijk

Tel +33 (0)1 43 31 52 31

www.onebythefive.com

contact@onebythefive.com

 


 


Hotelbespreking: Parijs - Hotel Hidden

03/05/2010

Wie iets weet van hoe sterren worden toegewezen aan hotels, begrijpt dat het aantal sterren niet altijd garant staat voor hoe romantisch, gezellig of mooi een hotel is. Een goed voorbeeld is het Hidden Hotel, dat met vier sterren op papier niet het meest luxueuze onderkomen in Parijs is, maar dat wat gezelligheid en pure schoonheid betreft heel wat vijfsterrenhotels mijlenver achter zich laat. Wij gingen langs en ontdekten zowel het heel organisch en natuurlijk ogende interieur als de uitstekende service.

  

Wie iets van het hotelwezen in de Franse hoofdstad kent, weet dat het duo Philippe Vaurs en Christophe Sauvage al zijn sporen verdient heeft in de plaatselijke horeca. Sinds 1997 hebben de twee heren al een tiental hotels in Parijs aangeworven, waaronder een hotel en een suite die we al eens eerder bespraken: het Five Hotel en de suite aan de overkant van dat trendy designhotel: de One by the Five. Twee jaar geleden verkochten beiden nog hun 140 hotels tellende label Elysées West Hôtels aan het Spaanse Hotusa, maar zoals het onderstaande interview met de supersympathieke en erg gedreven Philippe al duidelijk maakt, zal de lichtstad binnenkort in de loop van 2010 en 2011 enkele gloednieuwe hotelconcepten rijker zijn.


Beneden

 

Wie Philippe kent, merkt bij het binnentreden van het Hidden Hotel onmiddellijk op dat het interieur nog veel meer dan de andere concepten onder 's mans vleugels zijn persoonlijkheid en voorkomen haast perfect reflecteert: avontuurlijk en natuurlijk, met warme, rijke aardetinten en materiaal (hout, steen, linnen, keramiek, glas en marmer) dat het perfecte midden houdt tussen design en ruwe materie. De lobby - met tegen de muren enkele artikels van merk Hidden Cabin - is niet al te groot, maar enkele stappen verder weet het hotel al te imponeren dankzij de met houten planken bedekte muren die de kleine maar leuke en moderne lift (met wat lijkt op een jutten bekleding) flankeren. De grote, rechthoekige stenen op de vloer complementeren het geheel uitstekend en om de hoek bevindt zich een intiem salon met onder andere een erg knusse zetel, houten blokken die als tafels dienst doen, en bloemwerken. Een paar hoekige zuilen duiden het eetgedeelte aan: enkele simpele tafeltjes, een grotere eettafel waar verschillende gasten gezellig naast elkaar kunnen aanschuiven en een goed gestockeerde bar met krukjes. De kranten liggen hier te allen tijde klaar, er hangt een televisie in de buurt en de ruimte is uitzonderlijk goed benut, met ook nog een klein terrasje waar ook meubilair in natuurhout de toon blijft zetten. Zelden hebben we zo een geslaagde combinatie van organische materialen gezien, iets wat nog opmerkelijker is als je bedenkt dat de eigenlijke afmetingen niet eens zo groot zijn.

 

 

 

De suite

 

Het Hidden Hotel  kent achttien kamers en vijf suites, verdeeld over zes verdiepingen. Wij krijgen een suite toebedeeld en daar wordt de lijn van het hele concept gewoon doorgetrokken: een prachtig parket met een volledig open badkamer. Enkel wat glas scheidt het bad van de knappe, strakke wastafel, waar een rieten mand onder staat. Ook naast het bad en boven de wastafel vinden we grote spiegels terug, terwijl de ramen in de muur meer dan voldoende licht binnenlaten. Handdoeken en ander gerief staan geëtaleerd op een houten rekje, met daarnaast een houten tafel, een zetel en een poef.

 

 

De open kleerkast versterkt het gevoel van ruimte, terwijl het mooie hemelbed een van de absolute blikvangers is. Niet alleen op basis van hoe het eruitziet, maar ook omwille van het feit dat de matras van COCO-MAT is. Dat Griekse label werd in 1989 opgestart en produceert tegenwoordig (bed)matrassen, kussen, meubels en bedlinnen van kwalitatief hoogstaande, natuurlijke materialen. COCO-MAT staat al twee decennia voor de bescherming van het milieu (onder andere door het vermijden van chemische en toxische stoffen), het sponsoren van sociaal-culturele evenement, duurzame ontwikkeling en het promoten van zowel de sociale als de raciale en culturele gelijkheid. Bijna elk jaar weet het bedrijf wel prijzen in de wacht te slepen (zoals de Eco Label Award in 1994 en de EFQM Quality Competition in 2001, 2002 en 2003) en het moge duidelijk zijn dat het huwelijk tussen het Hidden Hotel, merk Hidden Cabin en COCO-MAT in alle sereniteit is voltrokken. Het gebruik van pure, ecologische en biologische, hypoallergische materialen ligt immers het verlengde van de filosofie achter het hotel. Al even belangrijk: het ligt allemaal gewoon heel erg goed, en de lcd-tv aan de muur is zo geplaatst dat je vanuit het bed erg comfortabel naar jouw favoriete programma's kunt kijken. Dat ook de wifi zonder problemen blijkt te werken, is voor een journalist trouwens een groot pluspunt. Niet aan twijfelen: het Hidden Hotel is top!

 

 

 

 

Service

 

Over de service kunnen we kort zijn, want die is tijdens de drie dagen van ons verblijf gewoon foutloos. Parijs wordt geteisterd door regenbuien, maar de grote, exclusieve paraplu's die je gewoon aan de ingang mag meenemen geven meer dan voldoende beschutting. Er wordt niet gemopperd wanneer we te laat uitchecken en de richtingaanwijzingen zijn foutloos. Printen van informatie gebeurt snel en efficiënt, 's nachts is er altijd iemand bereikbaar en het personeel is erg vriendelijk en goed voorbereid.

 

Ook leuk: het ontbijt, dat zeker niet typisch is voor Parijs. 's Ochtends staan de tafels mooi gedekt, met de tassen omgekeerd op hun borden, terwijl er allerlei bokalen en snacks uitgestald staan op de bar. Het voelt allemaal veel meer Spaans aan dan Frans en dat is iets wat we zeker niet betreuren. De  dame die ons bedient is de taal niet helemaal machtig, maar maakt zich wel snel sympathiek en toont zich ook ongerust wanneer blijkt dat Kim - vriendin en fotografe in een persoon - een beetje ziek is. Ze aarzelt niet om ons met wat raad bij te staan (zonder opdringerig te worden) en blijkt ook de volgende ochtend nog te weten dat bronchitis heeft toegeslagen. Knap!

 

Interview Philippe Vaurs

 

Voor de tweede keer in evenveel jaren tijd hebben we het plezier om superbrein Philippe Vaurs te mogen interviewen en dat gebeurt voor de tweede keer in zijn eigen hotel. Zaten we enkele maanden geleden nog in de rode salon van de One by the Five, ditmaal nemen we plaats in de knusse zitkamer van het Hotel Hidden.

 


 

Philippe: We hebben dit hotel geopend in juli van dit jaar [2009 - red.]. De bedoeling was om het hotel zo 'natuurlijk' mogelijk te houden. We wilden proberen om iets te ontwerpen dat het omgekeerde is van de One by the Five en het Five Hotel: een hotel waarin we gebruik maken van materialen als hout, steen, leer, linnen, enzovoort. Wat ook interessant is, is dat we gelegen zijn aan de Champs Élysées, waar je gewoonlijk materialen terugvindt als goud en zo. Hier wilden we iets anders verwezenlijken, iets natuurlijk, iets wat het tegengestelde is van wat je hier in de buurt al vindt.

 

Wie stond precies in voor het ontwerp van het hotel?

  

Dat was architect Vincent Bastie, die voor ons ook al het Five Hotel heeft ontworpen. Hij heeft zelf veel inbreng gehad in de keuze van materialen. Er zijn overigens veel dingen die uit België komen, zoals het hout.

 

Je hebt al verschillende hotels in Parijs. In principe kon je gemakkelijk eenzelfde succesformule herhalen, waarom dan toch iets anders doen?

  

Dat was intellectueel erg belangrijk voor mij. Ik had zin om nieuwe horizonten te verkennen. Waarom altijd hetzelfde doen? Het was intellectueel veel interessanter om nieuwe dingen te doen, nieuwe materialen te gebruiken, nieuwe decors te ontwikkelen. Dat is verrijkend. Wanneer je verschillende andere landen bezoekt, meng je al die verschillende invloeden samen en dat is wat we hier ook hebben gedaan.

 

Hebben jouw reizen naar het buitenland dan zo een grote invloed gehad op het ontwerp van het Hidden Hotel?

  

Wat me vooral beïnvloed heeft, zijn de mensen die je tegenkomt. Iedereen praat wel over zijn of haar ervaringen, werk, geliefkoosde materialen, de emoties die hij of zij heeft gehad... Op een dag heb ik bijvoorbeeld iemand ontmoet die in de verlichtingsbusiness zit. Hij vertelde me over waar hij mee bezig is en dan begin je jezelf af te vragen wat je daar zoal mee zou kunnen doen. In het Seven Hotel [dat in april 2010 de deuren opent - red.] gaan we jong talent voorstellen. En waarom geen wijnkelder aanleggen in een hotel waar we nieuwe wijnen aan betaalbare prijzen presenteren? Ik heb nog zoveel ideeën...

 

Vanwaar eigenlijk die naam, Hotel Hidden? Het adres kan je toch op het internet vinden, terwijl de naam ook aan de gevel hangt.

  

We liggen in de Rue Arc Triomphe, dat is een 'sterke' naam, met veel hotels in de buurt. We wilden een beetje opvallen, maar toch is het hotel ook een beetje 'verstopt' net buiten de Champs Élysées. Het is een knipoog om de mensen te doen lachen.

 

Wat voor mensen bezoeken dit hotel eigenlijk?

  

Mensen die 'cool' zijn. Dat zijn meestal mensen die geïnteresseerd zijn in het sociaal-culturele gebeuren. Sommige klanten komen een hotel binnen en spuien al snel kritiek: 'dat is kapot, daar is een vlek,' enzovoort. Onze bezoekers hebben vaak een verschillende attitude in een ander hotel. Ze komen naar hier en vinden het 'cool'. Ze reageren anders dan ze dat elders zouden doen.

 

Bij het binnenkomen is aan de balie onmiddellijk te zien dat jullie samenwerken met het label Hidden Cabin. Wil je dat 'Hidden'-concept verder uitbouwen?

  

We kunnen misschien een 'Hidden'-filosofie uitdragen, met Hidden-producten: dit is natuurlijk, het is waar wij waar staan. Het concept achter zo'n Hidden-zak of een Hidden-hemd gaan we proberen over te brengen naar andere producten. Dat label, Hidden Cabin, bestaat echter al sinds 2000.

 

Zijn de mensen achter Hidden Cabin erg betrokken geweest bij de inrichting van het hotel?

  

Ja en nee. Ze hebben hun mening gegeven, maar niet echt meer dan dat.

 

Kan ik de kleren en tassen van Hidden Cabin ook ergens in een winkel gaan kopen?

  

Moeilijk. Hidden Cabin heeft wel een eigen boetiek en zelf zoeken we in de buurt een plaats om ook een winkel te beginnen.

 

Ben je dan van plan om een hele franchise uit te werken rond dit concept?

  

We gaan proberen om het merk te ontwikkelen, maar dat is niet het doel. Het is eerder een spel. We willen ons vooral concentreren op het hotel en afwachten of het concept sterk genoeg is. In Parijs zijn er niet veel hotels in hout en als de mensen het goed vinden, gaan we kijken of we het concept elders kunnen dupliceren. Net zoals het hotel dat we naast het Five aan het maken zijn, het Seven. Dat is ook een echt concept. Volgend jaar gaan we drie hotels openen. Twee van de drie gaan concepthotels zijn, maar dan wel anders dan het Five of het Hidden.

 

Je blijft dus hotels openen in de Franse hoofdstad. Waarom net hier?

  

Omdat ik in Parijs woon. Mijn familieleden wonen in Parijs en mijn leven is hier. Maar als er ooit een investeerder komt uit bijvoorbeeld Shanghai die me vraagt om daar eenzelfde concept te beginnen, zeg ik natuurlijk zeker geen nee!

 

Tijdens een vorig interview vertelde je ons hoeveel je hebt bijgeleerd door de geboorte van jouw mentaal gehandicapt kindje. Ondertussen blijf je maar hotels openen. Lukt het je nog om dat allemaal te combineren met jouw familieleven?

  

's Weekends ga ik altijd terug naar huis. Die hou ik tot zondagavond volledig in het teken van mijn familie. Ik heb een gsm, maar ben dan niet meer beschikbaar voor anderen. In oktober ga ik met mijn hele gezin op reis. Elke schoolvakantie pakken we onze tassen en zorg ik ervoor dat ik bij mijn familie kan zijn. Tijdens de weekends gaan we 's ochtends iets met de jongens doen, daarna gaan we dan bijvoorbeeld pingpongen en naar een vergadering van een vereniging die zich bezighoudt met gehandicapte kinderen. Maandagochtend ga ik dan weer werken.

 

Hoe heb je het juiste personeel gevonden voor Hotel Hidden? Het Five Hotel wordt geleid door Karine en Tanya, waarover je al eens hebt gezegd dat je ze heel persoonlijk hebt gekozen omwille van hun specifieke kwaliteiten. Heb je hetzelfde geprobeerd voor dit hotel?

  

Het was een heel persoonlijke keuze. Normaal, wanneer je Elza, de directrice van het hotel, bekijkt, heeft ze geen typische uitstraling voor iemand in die positie. Ze is jong, mooi, en ze voelt zich goed in haar vel. Jong is echter niet belangrijk, zwart is niet belangrijk, geel is niet belangrijk. Ik wilde mensen die zich goed in hun vel voelen en levensplezier uitstralen, en die met plezier komen werken. Ik ben enkel daar om ervoor te zorgen dat ze een bepaalde filosofie volgt bij de ontwikkeling van het hotel, terwijl het toch ook een reflectie moet blijven van haar persoonlijkheid. Elke persoon die zich bezighoudt met een hotel is belangrijk. Ik wil haar niet zeggen wat ze moet doen. Ze moet haar persoonlijkheid houden en ik help wat met de details. De eerste twee directrices die hier waren, waren niet de juiste. Ze leken verleidelijk en sympathiek, maar je kunt ook doen alsof. Je kunt je eerst sympathiek voordoen, maar daarna... [zwijgt even op een betekenisvolle manier]. De vorige meisjes die hier aan het roer stonden zag ik gaandeweg veranderen. Dat is geen probleem, maar als het niet lekker loopt, is het gedaan. Net als Karine en Tanya het koppel is voor het Five Hotel, zijn Elza en Hanouka het koppel voor de tweede. Elza is Mexicaanse en Hanouka is Romaanse, waardoor we de multiculturele inslag behouden en dat vind ik wel leuk.

 

Je zei daarnet dat je jezelf laat inspireren door de mensen die je op reis ontmoet, maar word je ook beïnvloed door bezoekjes aan andere hotels?

 

Mensen die graag reizen, hebben meestal een van twee attitudes: de eerste is dat je van reizen houdt en graag mythisch hotels bezoekt, hotels die iedereen kent. Echte referenties. De tweede attitude is dat je iets nieuws zoekt. Alles in het midden interesseert je niet. De bedoeling is dat dit hotel aan de twee uiteinden zal liggen. Nu is het nieuw en uiteindelijk zal Hotel Hidden zijn merkteken hebben achtergelaten omdat het anders is. Of het zal geen indruk hebben gemaakt en gewoon een typisch hotel in Parijs worden en dan hebben we een mooie kans gemist.

 

Dat laatste durven we te betwijfelen. Je wilt in de loop van 2010 verschillende andere hotels openen. Kan je daar eens iets over zeggen?

 

We werken aan drie andere hotels. Eentje wordt ontworpen door een designer uit Parijs die nog nooit een hotel voor zijn rekening heeft genomen. Het tweede is heel klein en selectief. Niet iedereen zal er binnenkunnen. Dat concept is heen 'fun'. Het derde is een van de oudste couturehuizen van Frankrijk: heel oud, heel bekend. Ik ben bevriend geraakt met de erfgenaam en ik heb gevraagd om samen te werken en het eerste 'couturehotel' van Parijs te openen. Samen met het Seven Hotel zijn er dus vier hotels die dit jaar zullen openen. Ik heb dus geen tijd om me op producten te concentreren. Daarna, in het volgende jaar, als we elkaar terugzien in juni 2011, zal er veel veranderd zijn en kunnen we een overzicht maken. Misschien heb ik dan geen geld meer om nog een nieuw hotel te openen of ben ik verkeerd geweest en eindigt het verhaal dan. Het is iets dat heel snel kan gaan omdat alles zo snel verandert. Misschien gebeurt er echter niks en word ik gewoon een doorsnee hoteleigenaar.

 

Bescheiden, maar we geloven er geen snars van. Philippe heeft met Hotel Hidden duidelijk alweer zijn sporen achtergelaten in zijn thuisstad, terwijl de eerste foto's van het Seven Hotel veel goeds doen vermoeden. Wij keren alvast zeker terug!

 

Hotel Hidden

28, Rue de l'Arc de Triomphe
75017 Parijs
Frankrijk

Telefoon +33 (0)140 55 03 57

www.hidden-hotel.com

contact@hidden-hotel.com

  

Dirk Vandereyken copyright 2009

Foto's: Kim Van Houtte copyright 2009

 

 

 

 

Zoek een leverancier



Nieuwsbrief

Categorieën

Journalistiek integerBeauty - NieuwsZonnebank - NieuwsFitness - NieuwsInrichting - NieuwsBody & Mind - NieuwsMarketing - Tips & TricksReviewsBeurzen & Events - NieuwsBedrijf in de kijker